Alle berichten van Redactie

Kill Your Boyfriend – Killadelica LP recensie

Kill Your Boyfriend Killadelica LP recensie van Tim Donker en informatie over het nieuwe album van deze psychedelische rockband uit Italië.

Kill Your Boyfriend – Killadelica LP recensie

Recensie van: Tim Donker

Post is wat erna komt, denk ik. Als ik loop, als ik fiets, als ik ga. (en ook elders gaan ze) (en ook in Italië lopen de mensen) (en ook in Italië zijn er mensen, leven de mensen) (in Italië eten de mensen pizza) (in Italië drinken de mensen wijn) (in Italië zitten de mensen aan een watertje en denken ze Post is wat erna komt) (in Italië is er markt, en soms feest) (in Italië maken de mensen mjoeziek).

Post is wat erna komt, en erna komt stilte. Erna is mjoeziek. De mensen maken nog steeds mjoeziek. Hier, en daar, en overal. Er wordt mjoeziek gemaakt, dus wij bestaan. (denk ik aan mjoeziek, denk ik aan bestaan) (denk ik aan Iris)

(denk ik zou Hans Appelqvist iets voor Iris kunnen zijn?)
(denk ik zou vonneuman iets voor Iris kunnen zijn?)
(denk ik zou Old Time Relijun iets voor Iris kunnen zijn?)
(zou)
(zou Vitor Joaquim iets voor Iris kunnen zijn?)
(zou The Dead C. iets voor Iris kunnen zijn?)
(zou Larssen iets voor Iris kunnen zijn?)
(zou Scott & Charlene’s Wedding iets voor Iris kunnen zijn?)
(zou Ian Fisher iets voor Iris kunnen zijn?)
(zou Zeal & Ardor iets voor Iris kunnen zijn?)

(denk ik later) (denk ik Iris) (denk ik) (Italië) (Ierland) (zou ik beter kijken) (denk wijn) (denk jeuk op onbereikbare plekken) (denk mjoeziek dus ik besta) (denk BESTAANSMJOEZIEK).

Ha! BESTAANSMJOEZIEK! Maar nu heb ik u waar ik u hebben wil. Want bestaansmjoeziek, ik munt die term. Vandaag nog. Noteer het in uw almanack. Bestaansmjoeziek. Nee, het is geen zjanrûh. Het is een tiepe mjoeziek dat vele zjanrûhs kan omvatten. Rock ’n roll b’voorbeeld. Of jazz. Ik ken geen sterker loflied op het bestaan dan jazz. Wie het bestaan lief wil hebben, hij omarme de jazz. Veel Zuid-Amerikaanse mjoezieksoorten zijn tekstboek bestaansmjoeziek. Maar de zon schijnt niet altijd.

De schaduw toezingen, dat kan ook. Het duister, de nacht, de dood. Uw wegverloren lief, uw troosteloos leven, uw uitzichtloze baan. Een bruisend, kloppend, bulderend nihil. Ja. Waarom niet. Nihil, dan denken sommigen misschien al snel aan punk. Dat nofutureïsme, die middelvinger naar de middelmaat, die niet te missen keuze voor deviantie. Kan ja. Maar punk. God. Ja. Kweenie.

Weet je wat het is, luu, ik heb punk eigenlijk altijd een beetje belachelijk gevonden. Om niet te willen zijn als de anderen allemaal met diezelfde achterlijke opzichtige carnavaleske hanenkam te gaan rondlopen, die stomme mouwloze spijkerjackjes, die gescheurde kledij, dat vele schmink op uw bakkes. Niet zelden verwende rijkeluiskinderen, zonen en dochters van advocaten en architecten die nooit iets tekort waren gekomen in hun leven en dan hypocriete liedjes zingen over werkeloosheid. Wat moet je denken van een muziekstijl waarvan het overbekende uithangbord al totale nepperij is. Dat noemde zich dan seks pistolen (oh! kontroverse!), dat zat wat te godveren in een of andere Britse show (oh! kontroverse!), dat speelde braafjes de onaangepaste burger, maar dat had ondertussen wel een contract bij een van de allergrootste platenmaatschappijen allertijden (dat laatste misschien mede dankzij de handige manipulaties van een gemankeerd kunstenmakertje annex kledingwinkeleigenaartje). Misschien was punk niet een beetje belachelijk, misschien was het zelfs wel zo belachelijk dat je om het te bespotten de gemiddelde punker niet eens hoefde te overdrijven: je moest hem gewoon nadoen. Ade Edmondson gaf met zijn personage Vyvyan in The Young Ones perfect weer waarom het voor iedereen met meer dan één hersencel vrij lastig is punk serieus te nemen.

En toen het eindelijk serieus werd, en het met de Oi-beweging de mikro in handen gaf van de daadwerkelijk kanslozen, werd het almeteens gekorrumpeerd als de pest. Geweld, bruinhemden, voetbalvandalisme, onverdraagzaamheid, brandstichting, moord. Ach. Oi was meer dan dat. Ik weet. Maar ik heb iets nodig voor deze gedachtegang. Ik heb nodig te denken dat het nep en belachelijk kon zijn, of echt en weerzinwekkend en dat dat punk was. En dat iets is wat er na komt.

Post is wat erna komt.

Postpunk kwam na punk en kwam met een veel geloofwaardiger nihil dan punk zelve. (te denken geef ik u dit: voor zelfs maar een halve noot van wat die eikel van een Lydon met PiL heeft gedaan geef ik u de verzamelde werken van de seks pistolen met graagte cadeau). Met postpunk werd punk bestaansmjoeziek, k peins.

(nee met oi werd punk bestaansmjoeziek maar oi)

(oi oi)

Dichte. Dikke. Claustrofobische klanken. Je weet gelijk. Dit wordt nooit meer leuk. Maar urgent. En echt. Je kunt niet bij postpunk zijn, en ook nog ergens anders. Dit grijpt je, dit nijpt je. Dit zegt luister. Dit is voorbij puberale flauwiteiten als enarkie in de joe kee of god seef de kwien (sjie eent no joemun biejing), dit is niet voor poseurs (hee wij hebben ooit eens een boekje gelezen dus wij zijn niet zoals onze ouders!). Dit is voor hen die de desillusie écht gevoeld hebben. Dat geeft postpunk de pregnantie die punk nooit had, dat maakt postpunk bestaansmjoeziek (want niet wil zeggen dat postpunk vrij is van gemakzuchtig volgvee).

En ook in Italië is er post. Ook in Italië zijn er dingen die erna komen. Ook in Italië kun je in het ekstreemste nihil, de negatie van het al het bestaan juist harder toeschreeuwen dan met een of ander zoetsappig liefdesliedje (als het nep is, is het geen bestaan) (als het bestaat, is het niet nep) (als – ofnee laat ook maar). De zoetsap. U weet. Ik dacht aan. Druiven misschien? (de druif is een goeje vrucht). In Italië is er shyrec.

Shyrec engelser dan de engelsen. Voor waar. Ik zeg. Wat een pracht van een label zeg. Dit hier Kill Your Boyfriend b’voorbeeld al. B’voorbeeld Kill Your Boyfriend alleen al. Die het allerzwartst nemen van het zwart, en kneden het tot mjoeziek. Bestaansmjoeziek ja. Dat had u dus al geraden? U is een goed meelezer. U is de best. De mjoeziek van Kill Your Boyfriend kun je postpunk noemen (post is wat erna komt). Of darkwave. Of black shoegaze (wat goed is want heel die fucking shoegaze mocht van mij allang een tint of drie zwarter dan ze zijn) (zegt mijn buurman ooh komt het niet uit Amerika?). Of, zoals ik Kill Your Boyfriend al eens omschreven zag staan, ergens (waar?): irritating noise (wat goed is want noise mocht van mij al langer een graad of zes more irritating).

Kill Your Boyfriend  Killadelica LP recensie

In 2013, het moje, het prachtige, het jubeljaar 2013 (het jaar waarin mijn zoon geboren werd), kwam Kill Your Boyfriend af met hun zelfgetitelde debuut; in het moje, het prachtige het jubeljaar 2015 (het jaar waarin mijn dochter geboren werd) met opvolger The King Is Dead. En nu dus Killadelica. En dood en moord is er bij de derde plaat nog altijd. Wat er ook nog altijd is: de titels van alle liedjes zijn (voor)namen (naja, op The King Is Dead stonden twee liedjes die Death List heetten (N.1 en N.2); dus totaal konsekwent zijn de mannen niet geweest) (de mannen?) (ja het zijn er twee geloof ik). Ik heb dit keer geen zin gehad om uit te puzzelen naar wie al die namen verwijzen (ik nie hou nie van puzzelen nie), ik vrees een konsept (ik nie hou nie van konsepten nie), of op zijn minst een samenhang (ge moogt van maffe Mark nie meer samenhangen nie), het zal allemaal wel, wie wil koekelen koekelt zich maar een ongeluk, vind je het erg als ik ondertussen een plaatje draai?

En

o

wow.

Denk ik.

Denk ik duuster denk ik whatcore? denk ik de dans van de grauzwaamheid denk ik een hoge blije perverse en sieniese schreeuw van geluk denk ik lachende namiddag denk ik alles tot nee alles tot wee denk ik zegt allen nee nu denk ik als ik naast jou sta wordt alles zwart. Zwart schoenstaar. Donkergolf. Kineties werk. Zink. Je verliest je sjarme. Uitzicht vanaf de grond (zwart schoenstaar). Moment voor de bewegingsmasjiene (lopen is de bewegingsmasjiene) (dit is je moment) (grijp) (klok kapot).

God wat een plaat.
God wat een plaat.
God wat een plaat wat een plaat wat een plaat.

De dans van de grauzwaamheid, ik zei het al. Het danst, het is grauwzaam. Het is maniakaal, het is mekanies. Het is bestaansmjoeziek. Nu eens klinken ze als een op hol geslagen fanfare van gemuteerde zombies. Dan weer als een houseparty in de hel. Nu eens een log lopende nietsontziende pletwals. Dan weer een denderende ratelende razende trein. Nu psychedelica maar dan wel een inkt- en inktzwarte psychedelica (wat goed is want psychedelica mocht van mij al langer een tint of tien inktzwarter dan ze zijn) (en ha! Killadelica dus) en dan gabberhouse voor blackmetalliefhebbers. Ja. Op Killadelica wisselt Kill Your Boyfriend al eens van jas, maar nooit van kleur. Heel de seedee door is het angstaanjagend en illusieloos en sinister en keelsnoerend. Maar mooi. O. Zo. Mooi. Ja. Deze Kill Your Boyfriend vind ik misskien wel de mooiste van de drie.

De seedee klinkt alsof hij is opgenomen in het dolhuis, of in de martelkamer. De zanger is kompleet onverstaanbaar, ik zou je niet eens kunnen zeggen of hij in het Italiaans zingt of in het Engels. Het is broeierig en kil tegelijk, f’domme versta die kunst eens! Om broeierig en kil tegelijk te klinken! Wie kan dat?, Kill Your Boyfriend kan dat. Het is maniakaal en mekanies, het is losgeslagen en dystopies, het heeft een Rammstein-achtige militaristiese afgemetenheid en toch is elk liedje vol van de meest idiote bijgeluiden, het is kaoties en presies, het is als klokwerk en onbeheerst. Dreigt. Middeleeuws. Goties. Logge guitaren. Beukend. Staccato. Zoem en ruis. Inkt beukt en stuitert en puft. Stoomtrein teringpuf. De dode disko. Doem doem dodeskaden. Als plots aan ratata een einde zal zijn gekomen. En dan weer. Ja. Opzwepend heftig en snel. Haastend nihil. Maakt voort. Dit is de snelheid waarmee we allen de afgrond, de kloterij en de stront in gaan. En steeds het gegil de verdoemden.

Het duister van het bestaan. Is mjoeziek. Is Kill Your Boyfriend. Is prachtig. Is daar, voor oren aan kop, nu.

Kill Your Boyfriend – Killadelica LP Informatie

  • Band: Kill Your Boyfriend (Italië)
  • Album titel: Killadelica
  • Label: Sisters9
  • Jaar: 2020
  • Tijdsduur: 41:37
  • LP Bestellen >

Tracklist van het album Killadelica

  1. Anula (2:59)
  2. Jean (2:57)
  3. Natasha (3:36)
  4. Nancy (3:36)
  5. Agave (4:47)
  6. Belle (3:53)
  7. Marie (3:16)
  8. Elizabeth (3:28)
  9. Eva (6:14)
  10. Aileen (2:43)
  11. Kathy (4:08)

Bijpassende informatie

Plan Kruutntoone en Reinier van Houdt Pas maar op deze tas is van Zorro Recensie

Plan Kruutntoone en Reinier van Houdt Pas maar op deze tas is van Zorro (en Zorro houdt van mij) recensie nieuw albam geschreven door Tim Donker.

Plan Kruutntoone en Reinier van Houdt Pas maar op deze tas is van Zorro (en Zorro houdt van mij) recensie nieuwe album

Recensie van: Tim Donker

Uw eerste oren, daar moet ge verdraaide zuunig op ween. Verdraaide, ik zeg. Ik verspeelde mijn eerste oren aan de prachtige prachtige mjoeziek daar buiten. Of liever hier binnen. Want dat is één ding: een brede muzikale interesse doen uw eerste oren rapper verslijten. Soms zeg ik dat tegen de mensen. Maar de mensen begrijpen dat niet. De mensen begrijpen nooit iets. Dan ontstaan er diskussies. Op kaffee bijvoorbeeld, in de tijd dat ik nog wel eens op kaffee ging met zo of met zo. Of in mijn eigenste kot, overheen een glas whiskey. In de tijd dat er nog wel eens iemand in mijn kot kwam die ik aankijken kon overheen een glas whiskey. Veel vaker, nu, op straat. Ter hoogte van mijn achtertuin. Eigenlijk wil ik net naar binnen gaan, eigenlijk wil ik de boodschappen uitpakken, eigenlijk wil ik schrijven, eigenlijk wil ik koffie, eigenlijk wil ik het pluis uit mijn navel pulken, eigenlijk wil ik de gaten in het plafond tellen, eigenlijk wil ik lezen, eigenlijk moet ik nodig, eigenlijk heb ik dorst, eigenlijk ging ik denken, eigenlijk moest ik kijken hoe de inkt droogde maar die stomme Sergio blijft maar doormekkeren over het een of het ander. De mensen blijven altijd maar doormekkeren over het een of het ander.

De mensen denken dan, als ik zoiets zeg, dat mjoeziek me nu onverschillig laat. Dat niets me echt nog raakt. Dat ik nooit meer iets hoor dat diepe indruk op me maakt. Dat ik de schoonheidsbeleving niet meer ken. Maar f’domme, dat is niet wat ik zeg.

Weet je wat ik zeg?

Dit is wat ik zeg.

Wat op eerste oren valt, kun je bij niks anders onderbrengen dan bij zichzelf. Ik bedoel de schok. Ik bedoel het ongehoorde. Ik bedoel ongekend. Ik bedoel het overweldigende. Ik bedoel das Erhabene. Ik bedoel het sublieme. En f’domme, Kant wist al dat dat niet hetzelfde is als het schone (Kant! hoor mij bezig!).

Als schitterend als een nieuwe liefde, als schitterend als je eerstgeborene. Dat laatste zeg ik niet zomaar. Dat eerste trouwens ook niet.

Dat het alles wat je al kent te boven gaat en dat het toch meteen vanaf het eerste moment van jou is. Dat je het niet inlijven kunt en het toch al ingelijfd hebt. Het beweegt buiten alle gekende kaders, het is het totaal nieuwe en toch ga je ermee terug zolang als je je herinneren kunt.

Zoiets maar toch niet. En dan helemaal anders.

Eén van de laatste keren dat iets me op nieuwe oren viel heette het Als alles eraf is. De band Plan Kruutntoone. Een naam die al langer meeging en die ik ook al langer kende maar waar ik voorheen nog nooit één liedje had gehoord. Soms gaan die dingen zo. Soms weet je niet waarom, soms weet je wel waarom. Soms gaan die dingen zo. Soms schrijf je het weg in een vakje in je kop en rust het goed daar. Omdat iemand iets gezeid haadt ofzo. De mensen moeten altijd maar dingen zeggen. Dat de band genoemd is naar een boek van Belcampo is ook al niet waar want het is een verhaal. Van Herman Pieter Schönfeld Wichers ja, geboren in 1902 en overleden in 1990. Hier in Utrecht geëerd met een heuse straat, deprimerende straat is dat, ik bezorg er soms de post.

En dan was er iemand die zei. Die iets tegen Hansko zei. Hansko, zanger, frontman van Plan Kruutntoone. Er was iemand, in sommige kringen noemen ze hem de muziekprofessor, die iemand, die vermeende muziekprofessor, die zei tegen Hansko dat Plan Kruutntoone een combinatie is, een “ideale combinatie” dan nog (ik hou niet van ideaal) van (riemen vast) “Captain Beefheart, Frank Zappa, The Ex en Bästard met etnische invloeden”, en Hansko, rustig (naar ik veronderstel) replikeerde: “Zappa is verschrikkelijk, Beefheart vind ik te gek”. Ik vernam dat toen mijn Zappaliefde op haar hoogtepunt verkeerde, inmiddels zijn mijn gevoelens wat gedraaid. Wat. Iets. Veel. Ik zou er nu bijna in mee kunnen komen, in het eerste deel van die uitspraak. Ik zou kunnen meekomen in een uitspraak als ruim 70% van wat Zappa gemaakt heeft, is verschrikkelijk en diene mens was ook nog eens een ongelooflijke lul op de koop toe. Maar ik zal altijd staande houden dat er zeven, negen of tien titels uit de Zappa-diskografie fantastisch zijn en dan nog een stuk of wat die niet half slecht zijn. Maar dat de ware avantgardistische mjoeziekliefhebber Zappa verguisd vind ik begrijpelijk, die blindelingse Beefheartliefde begrijp ik niet want wat voor Zappa geldt geldt voor Don van Vliet evenzo: ruimt 70% van wat die gast gedaan heeft, is verschrikkelijk.

Misschien was dat het. Dat gemakzuchtige o ik ben underground DUS Zappa is verschrikkelijk en Beefheart deugt. Soms verban je mensen op grond van een paar woorden naar een plek in je achterhoofd en soms laat je ze daar jaren zitten.

In 2013, ik denk een kleine zestien jaar nadat ik die woorden van Hansko over Zappa en Beefheart gelezen had, hoorde ik Als alles eraf is.

En

O

God.

De pracht. De zeggingskracht. De storm. De blaas. JA das Erhabene. JA het overweldigende. JA het sublieme. Een pak rammel en de innigste liefkozing ineen. Hoe ik daar zat, in gemakkelijke leunstoel die ik in die dagen nog tot helemaal voor het cd-apparaat sleepte als ik een cd luisteren ging, dan zitten, koptelefoon op mijn kop (waar zoon ding getuige de naam toch meer dan thuis hoort) & hoe het zinderde en bulderde en raasde en ging en kroop. Een ander mens was ik, toen ik opstond uit die leunstoel.

Terwijl toch. Als alles eraf is niet zonder referensies is. Inderdaad zou een mens Captain Beefheart kunnen noemen. Of Tom Waits era het gouden trio Rain Dogs, Frank’s Wild Years en Swordfishtrombones. Maar hee, die mannen haalden hun mosterd ook ergens. Dus ook kon je sporen van delta blues, Louisiana blues of jazz aantreffen bij die daar Plan Kruutntoone-cd. Er was meer. Een mespuntje Spleen misschien. Dingen als postrock, noise en misschien zelfs wel punk. Er was veel dat ik kennen kon, en dat ik zelfs in deze verhoudingen en miksturen nog wel kennen kon. En toch was er iets aan dat tiepies Plan Kruutntoone was, en alleen Plan Kruutntoone kon zijn. En met donderend geraas viel Als alles eraf is daar, en toen, in het jaar dat mijn zoon geboren werd, op mijn eerste oren.

Plan Kruutntoone en Reinier van Houdt Pas maar op deze tas is van Zorro Recensie

Een mooi pak, hoewel kronolokies eerder, hoorde ik pas ná Als alles eraf is. Vallen op mijn eerste oren deed het niet meer (ik zei u toch al hoe snel die dingen verslijten!) maar mijn eerste ogen (als zoiets bestaat) werden gans schoon bediend. In doorzichtig plastieken insteekhoes kwam de cd. Niet alleen de cd bevattende, die hoes, maar een lieflijkheid aan kleinoderie. Een boekje, en verdere voorwerpen. Een stropdas. De ouwe stropdas van iemands pa, misschien Hansko’s pa. Zo dacht ik en pas later dacht ik dat ik vast niet de enige in de hele wereld was met een eksemplaar van Een mooi pak en dat de waarschijnlijkheid dat Plan Kruutntoone hun eigen kasten en de kasten van hun ouders geplunderd hadden om de insteekhoes te vullen met allerlei willekeurige kleine dingetjes niet erg groot was. Misschien was iemand naar de kringloopwinkel gegaan om daar een hele zwik stropdassen op te kopen? Dacht ik.

En dacht ik nog: ja dit is waarom iedereen tot op de Dag des Oordeels de fysieke geluidsdrager moet trouw blijven, dit is waarom de fysieke geluidsdrager het nooit halen zal bij fucking “streamingsdiensten”, “afspeellijsten”, “FLAC”, “MP3” of andere moderne rotzooi (ha! opa heeft gesproken!) (zwijgt allen verdoemme stil als opa spreekt).

En toen. Toen. & toen & toen & toen.

Toen kwam Wat doen de handen. Ja. O. Ik weet nog dat ik uit mijn vel barstte. Van spanning. Want doorheen de druivengaard had ik reeds vernomen dat Plan Kruutntoone op Wat doen de handen iets zou gaan doen met teksten van Samuel Beckett. O. Ik dacht. O. En o. En o. Dit gaat mooi worden, dit gaat fantasties worden, dit gaat het summum worden. O. O. Oja. De beste band van Nederland gaat iets doen met teksten van één van de allerbeste schrijvers allertijden. Dit Kan Niet Anders Dan Heel Erg Gaaf Worden.

Humzie.

Dat werd het dus niet. Wat doen de handen sloeg een wat bedeesdere toon aan dan ik inmiddels van Plan Kruutntoone gewoon was. Akademies haast. Bedachtzaam. Het vergde een grote konsentrasie maar die konsentrasie werd naar mijn smaak te weinig beloond zodat ik het ook bij herhaalde beluistering uiteindelijk niet volhield. Iedere keer weer dacht ik, dit gaat hem zijn, dit gaat de keer zijn dat ik stil zal blijven luisteren naar Wat doen de handen. En iedere keer wierp alles aan mij de handdoek in de ring. Mijn gedachten het eerst. Die kanten op gingen die me wegvoerden van de plaat. Dan volgden ook de benen. Ging ik de rotzooi van mijn kinderen opruimen (want na Als alles eraf is was er ook een dochter bij gekomen). Doorheen rondslingerende tijdschriften bladeren. Zomaar wat boeken in mijn boekenkast verplaatsen. Wat deden de handen? De handen deden van alles. De handen stonden tussen mij en het luisteren. En ik vond dat wel prima zo.

Op een troosteloze loodgrijze dag in april in het van de gele hond gescheten jaar 2021 (& de plaat is er dan al een tijdje) stel ik mij in alle oprechtheid de vraag kan Pas maar op deze tas is van Zorro (en Zorro houdt van mij) revansjeren?

Evenals de vorige uit op het fijne Esc.rec., misschien wel het beste label van Nederland. En ook zoals op de vorige (maar voor Plan Kruutntoone sowieso geen nieuwigheid) is er weer eens flink in (obskure) literatuur gedoken. Russen. Natuurlijk. Sasja Sokolov (en dan vermoed ik dat het zomaar zou kunnen gaan om de joyceiaanse bewustzijnsstroom van School der gekken) en Vsevolod Garsjin (wiens De rode bloem hier wel eens de grote inspiratiebron geweest zou kunnen zijn).

Van bewustzijnsstromen gesproken (wie sprak daar van een bewustzijnsstroom?) (sprak iemand van een bewustzijnsstroom dan?): ook Pas maar op deze tas is van Zorro (en Zorro houdt van mij) (de titel kan alvast tellen!) is een stroom. Een stroom die onderscheiden is in 10 verschillende liedjes is maar desalniettemin redelijk continu is: nu eens woester stromend, dan weer rustiger, nu eens een nivo van abstraksie bereikend en dan meer recht in het gezicht spat. Soms is er piano. Soms krakelt of tokkelt er een timide guitaar. Soms gaan luider de guitaren, noisey, mathrock-achtig. Soms zijn er gesproken teksten. Over gekken en Gelderland en inrichtingen en rokjes en gekookte eieren en blinden die lammen leiden. Soms leest een vrouw die teksten voor. Soms een man. Niet altijd is die man Hansko, me dunkt. Soms streelt de drummer zijn drums. Soms is hij wat minder lief voor zijn drumstel. De guitaar die van lispelen naar schreeuwen gaat springt zelden in melodie. De bas kan slepen. De bas kan aarzelen. Soms andere instrumenten. (?). Cello. (?). Blaasinstrument. (?). Ook in de minder abstrakte momenten blijft het onzeker. Niet geheel zonder ankerpunten overigens. Ik dacht aan. Aan The Spontaneous Music Ensemble. Aan Art Ensemble of Rake. Aan Nihilist Spasm Band. Een enkele keer aan As if were the seasons van Jospeph Jarman. En omdat niet alle geluiden op de plaat aan instrument of menselijke stem ontlokt lijken te zijn, dacht ik ook wel aan The Brutum Fulmen.

Dus.

Dus dan weet je het wel.

Experimenteel, jazz, konkrete muziek, vrije improvisasie, abstrakt. Is de hoek waar je het zoeken moet. Een vleugje rock nog misschien.

Vallen op eerste oren deed het niet meer.

Vallen op oren (zij waren twede derde vierde vijfde of meer) deed het wel, en dus deed het alvast meer dan Wat doen de handen. Want die heb ik vele luisterbeurten later nog altijd niet écht gehoord. Te vragen: waarom viel Pas maar op deze tas is van Zorro (en Zorro houdt van mij) niet op eerste oren? Omdat ik inmiddels als drie Kruutntoones verder was? Omdat Pas maar op deze tas is van Zorro (en Zorro houdt van mij) toch (weer) een andere toon aanslaat dan Als alles eraf is en dat die toon er niet één is van vuist-in-het-gezicht? Omdat ik ouder werd? Omdat mijn eerste oren nu echt definitief naar God geholpen zijn? Door de mjoeziek, de pachtige mjoeziek, alle bloedjesmoje mjoeziek die is daarbuiten en hierbinnen? Ik weet het niet. De plaat liet me niet naar adem happend op de vloer achter, zoals Als alles eraf is wel had gedaan.

Te vragen: revansjeert Pas maar op deze tas is van Zorro (en Zorro houdt van mij) op Wat doen de handen? Ja. Absoluut. Zonder meer. Ik liep rond op de plekken die de plaat voor me schiep. Ik was daar. Ik vond het mooi. Ik ben er geweest, en ik vond het mooi. Ik heb meegestroomd meegedreven meegedobberd in de stroom en ik vond het fijn. En als ge ergens, bij die stroom of een andere, mijn eerste oren ziet liggen, pas dan maar op. Mijn eerste oren zijn van mij en mijn eerste oren houden van mij.

Bijpassende muziek en informatie

Glice Pyre Recensie Nieuwe Album

Glice Pyre recensie nieuwe Album door Tim Donker.

Glice Pyre recensie nieuwe album

Recensie van: Tim Donker

Het was de twede steerjoo van me die er in korte tijd de brui aangegeven had. De eerste begon zomaar opeens te piepen en te kraken als ik er een seedee in stopte. Eerst viel het niet zo op, want ik doormaakte juist een ferme harsh noise fase. De langste tijd dacht ik dat het bij de mjoeziek hoorde. Maar neen. Ook bij kale folk of verstilde slowcore piepte en kraakte het. Mijn vrouw is er nog mee naar het reparasiekaffee gegaan. Diene mens daar had de speler uit elkaar gehaald, en keek er eens naar. Zei dat hij er niks van snapte, zette hem weer in elkaar en gaf hem weer terug. Daar had ik een uit elkaar gehaalde en weer terug in elkaar gezette maar nog immer niet goed werkende cdspeler. Maar ergens had iemand een opa, en die opa was dood, en die opa had nog wel een torentje staan. Zo een vanuit de tijd dat de cd goede opmars maakte, en vinyl eventjes zowaar leek te zullen verdwijnen. Miditorentjes heetten die dingen geloof ik. Radio, cd en kassette. Want dat was er nog wel. En voor mij nu weer terug. Voor het eerst sedert mijn puberteit beschikte ik weer over een werkende kassettespeler. Niet alleen kon ik al mijn ouwe bandjes (bandjes! hoor mij toch eens bezig!) vol met van de televisie en radio geteepte metal weer drajen, ik ging ook voorbespeelde kassettes kopen. Wat ik nooit gedaan had, want kassette was altijd goed voor tepen. Mjoeziek kocht ik op elpee, niets haalde het bij elpee. Maar er bleek goed obskure shit te zijn die alleen op kassette verschenen was en dat kon ik nu hebben dus moest ik het hebben. Wrakke lofi van een gast die Tucker Theodore heette. To make the sun hurt heette die teep geloof ik. Mijn nu bijna achtjarige zoon was een peutertje in die dagen en hij was om welke reden dan ook helemaal weg van die teep, hij vroeg er zo niet dagelijks dan toch wel wekelijks om. “De man die uit het raam zwaait”, noemde hij de teep. Dat had te maken met het hoesje. Hij kon zowel de artistnaam als de titel niet uitspreken. Maar ook andere dingen kocht ik. Nieuw-Zeelandse nofi, Balinese black metal. Zulke dingen. Een tijd vond ik niets leuker dan maffe dingen op teep te vinden. Kreeg ook het nodige toegestuurd, zomaar. Van de mannen van Glice bijvoorbeeld.

Toen ging hij kapot. Dat miditorentje. Verrassend was dat misschien niet. Ik had er een stevige mep op gegeven. Omdat de cdspeler maar “no disc” bleef zeggen, terwijl ik toch zeker een cd in de lade had gelegd. En nog eens, en nog eens. Cd goed oppoetsen, nog eens. No disc, zei hij. Andere cd proberen. No disc. Ook andere cd oppoetsen. No disc. Godverdomme. De godverdomme met een klap gepaard laten gaan. Verrek, nu zwijgt het hele apparaat. Hoe kan dat nu?

Nog doje opa’s ergens? Nee. Moest ik toch zeker naar de winkel om een nieuwe set te kopen. En daar was het dus. Dat ik stond, dat ik schutterde, dat ik stotterde. Dat ik rood werd. Omdat ik de verkoper had gevraagd of die ouwerwetse steerjootorens weer in zwang zouden geraken, u weet wel met platenspeler en cdspeler en kassettespeler en al. Wat me geen gekke vraag had geleken. Vinyl was weer helemaal terug van nooit weggeweest (naja, in het Eindhoven waar ik aan het begin van de jaren negentig eventjes woonde, was het weg: in reguliere platenzaken helemaal en in de alternatievere platenzaken zo goed als helemaal, en ik moest voor mijn muziekliefde de knieval voor de cdspeler maken – heb ik net een prachtige cdverzameling opgebouwd wordt dat verrotte vinyl ineens weer de maat! ja zeg, ik blijf niet bezig. nu ga ik het cd-formaat ook tot mijn dood trouw blijven. maar een apparaat dat alle mogelijke geluidsdragers afspelen kan leek me een goed midden) en een grote band -ik meen dat het U2 was- had kort daarvoor iets exclusief op kassette uitgebracht.

Maar de verkoper vond het wél een gekke vraag en keek me aan of opaatje had gevraagd waar de fonografen stonden. Toen begon dus dat hakkelen. Ik zei dat ik recensent was, iets dat ik zelden in het openbaar zeg, en dat ik “heel veel” toegestuurd kreeg “in allerlei” formaten en dat ik graag één apparaat wilde waarop ik dat allemaal afspelen kon. Technisch gezien stond ik daar niet te liegen. Ik heb toch zeker een keer of vier vinyl toegestuurd gekregen en kassettes minstens even vaak.

En daar hadden mannen van Glice voor een flink deel tussen gezeten. Die hadden me dus al eens een plaat gestuurd, en ook een stuk of drie kassettes. Maar met PYRE brengen ze me in ieder geval niet in verlegenheid. Dat komt tenminste fatsoenlijk uit op cd. Dubbelcd dan nog. Ah. Fijn. Dat bestaat nog. Dubbelcd’s uitbrengen. Op deez hier dag is alles al goed, nog voor ik een noot heb gehoord.

Daar nog even op teren. Hoesje openklappen. Kijken. Zien. Voelen. Cd’s uitnemen. Nog niet drajen. Laten schitteren in het licht. Weer terug stoppen. Hoesje weer dichtklappen. Cd terug leggen. Daar. Op secretaire. Op die nog verrassend hoge stapel resesie-eksemplaren. Denken: mooi. Dat misschien wel mompelen. Dan iets anders gaan doen. Koffie zetten ofzo.

Glice Pyre recensie nieuwe Album door Tim Donker

Dit kan dagen door gaan. In verwondering. Afvragen hoe het klinken zal. Drums en addiesjonele geluiden op Constantinople, 541 CE door Lasse Marhaug. Lees ik. Ah. De Lasse! De Marhaug! Bij allen die (harsh) noise liefhebben staat die naam in een heur van geiligheid nee in een geur van heiligheid. Xou zereneus zoeken moeten om te weten of ik een album van hem heb, het zou kunnen dat het kan maar het zou ook kunnen dat het niet kan. Maar een naam zo groot als die van Marhaug past ook niet in mijn cdkast. Soms moet je geen cd van iemand hebben om toch alles van hem te hebben. Het staat me bij dat ik in een prachtig obskuur platenzaakje in Italië ooit een cd gekocht heb van Lasse Marhaug maar ik weet het niet meer zeker. Ik kocht daar veel, dat weet ik nog, en de eigenaar van het zaakje vond mijn keuze zo verrassend of grappig of inspirerend dat hij me nog een cd gratis gaf ook & als er geen feitelijke cd van Marhaug heeft tussen gezeten toen dan toch minstens wel een imaginaire.

(de imaginaire toon en de imaginaire niet-toon. de imaginaire schroei. het imaginair explosief – of segt ons exploowsief)

(een oud roestig kasje openmaken of goederentreinen in de nacht of masjienes van liefdevolle genade) (een cybernetiese ecologie waar we vrij zullen zijn van werk?) (?) (is that guy kidding?)

Ow. En Coen Oscar Polack, god betere het. Ook al geen kleintje toch? Levende ornamenten. Het geluid van bergen is regen. O die Coen o die Oscar o die Polack, o dat Narrominded. Oja. Ook hij weer daar, als eerder & vaak. Op saxofoons, of veldopnames en op bonang. Die laatste moest ik even opzoeken. Ik dacht eerst dat het een of andere streektaal was voor een erectie. Maar het is een gamelaninstrument. Met kleine gongetjes. Jazz en veld en gamelan. Kan deze cd onbeluisterd nog beter worden?

Kan deze cd beluisterd beter worden?

Wil ik deze cd ooit nog wel luisteren, mag ik hem niet fantaseren, mag ik hem niet gewoon zien en raden en altijd en altijd en altijd.

Uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid. Of mijn zwakte. Zo u wilt. Ging het op een late avond de speler in, koptelefoon op mijn kop (dat is waar zoon koptelefoon hoort), ogen dicht. Dit hier is mijn verslag van wat ik toen beleefd heb als armstoel reiziger.

Dit.

Duister. Sinister. Het ademt, klopt, ruist, suist, reutelt. En dan, mun God, dan buldert het. Het krast en het dondert. Afzonderlijke instrumenten zijn slechts spaarzaam te onderscheiden, het is alles een kolkende lavastroom. Het krijst. Het verschroeit alles waar het langskomt.

En.

Dan.

Waar we later zijn. Een luidruchtig soort minimal techno? Dreunende drones? Kreten vanuit onderaardse krochten? Een auditieve storm?

(…)

Een snerpende guitaar klinkt wijds, galmend. Er komen steeds meer geluiden bij. Het doet denken aan Nocturnal Depression of NONE of Coldworld of Afsky of verzin het anders zelf. Kerkgezangen. Muziek om in het donker naar te luisteren. Het bromt. Gonst. Gromt. Pulseert. Zoemt. Groeit. Zwelt. Woekert. Adem. Knars. Jungle. Dier. Beest. Mens. Aai. Troost. Modder. Zwart. Weg. Wolk. Aanwezigheid. Rennen. Vol. Boven. Onder.

De saxofoons? Waar zijn de saxofoons?

Of.

Een warme wind waait. Iets hier is bijna ambientesk. Een opstijgen naar licht. Naar hoop. Iets hier is engelengezang nabij. Maar uiteraard moet de duisternis weer intreden. Doet die altijd. De insecten. Waar zijn de insecten? Rays. Éclairs sur l’eau-delà. Het jenseits vriend. (een telefoonsel toen en mijn vader toen, ergens voor sentraal stasjon eindhoven toen). Kan

de

kan het lam, kan de droney, kan het droney. Beangstigend. Op een fascinerende manier. U hoopte op geen alarmen en geen verassingen? Hoop dan maar opnieuw. Enige ritmiek. Een zwalpend dronkenmansorkestje. Maar kan ook andermaal het gevoel wat minimal techno hoor. En ditmaal met een melankolieke ondertoon. Kan iets gehaasts verstild klinken. Ja. Dat kan. Natuurlijk kan dat. Wat dacht jij dan?

 

Vloed. IJselijk. Overweldigend. Maar alles wat ik zie is ijskoud. En ergens onder de ijslaag is de werkplaats van de blinde pianostemmer. Kapselt in. Stil gehuil. Iemand krijgt zijn oude Opel niet meer aan de gang. Lammeren naar de slachtbank, en verdoemden naar de verdoemenis. Saxofoontjes in de piepzak. Later –

De apotheose. Of wat erna. De kaalslag. In diepe rouw gedompeld. En dan komen de masjienes. De teknokrasie doet ons de das om. Hef uw arm. Hier komt de spuit. U gaat het niet overleven nee maar zo u weigert mag u niet meer naar de bios. Zeg maar dat Huge de Jonge het gezegd heeft.

Het klopt. Valt neer.

Dit schreef ik. Twee cd’s lang. Deel één. Deel twee. Op papier, per liedje. De liedtitels liet ik hier weg, want vaker wel dan niet lopen liedjes in elkaar over op PYRE en van waar u aan denkt als u liedjes denkt is op deze dubbelaar sowieso al geen sprake. Soms maakte ik hierboven een witregel tussen het ene liedje en het andere, soms niet. Want hoe kun je op rasjonele wijze praten over een plaat die jazz, noise, drone, dark wave, ambient, postrock, world, industrial en nog wel wat vermengt tot een prachtige nachtmerrie? Nee. Dat kun je niet. Dus dat deed ik niet.

Recensie van Tim Donker

Glice – Pyre album informatie

  • Band: Glice
  • Titel album: Pyre
  • Drager: dubbel CD / Download
  • Soort muziek: electronic

Tracklist van het nieuwe album van Glice – Pyre

  1. Saudade (1:19)
  2. Blood Sky (6:32)
  3. Three Bones (5:58)
  4. A Screw Falls to the Ground (2:16)
  5. Constantinople, 541 Ce (26:00)
  6. Gold-Bug (7:31)
  7. Rays (2:41)
  8. Korovyev (6:17)
  9. Anemone (3:47)
  10. Flood (4:27)
  11. But Everything I See Is Ice Cold (2:09)
  12. Wetlands (5:35)
  13. Apoptosis (5:32)

totale tijdsduur: 1:20:04

Bijpassende muziek en informatie

Jack Poels Blauwe Vear LP

Jack Poels Blauwe Vear LP en CD recensie en informatie. Op deze pagina kun je de recensie lezen van de nieuwe LP van Jack Poels – Blauwe Vear, geschreven door Tim Donker.

Jack Poels Blauwe Vear LP en CD recensie en informatie

Recensie van: Tim Donker

Bestel maar, zeiden ze.
Bestel maar bestel maar bestel maar, zeiden ze.
Ze zeiden dat we moesten bestellen, dachten we.
En wij, we zaten aan. Gnuifden. Voorlopig bestelden we niks niemendal.

Mag ik iets lulligs zeggen, Jack? In geen honderd jaar zou ik een plaatje van je hebben gekocht. Want Jack Poels, was dat niet die gast van Rowwen Hèze? En Rowwen Hèze, dat was toch zoon platvloers carnavalsbandje uit – god betere het – Limburg? Boeren vermaaksmuziek. Daar hield de zereneuze mjoeziekliefhebber zich niet mee op. Goed voor de feesttent misschien, want de feesttent meed je toch al als de pest. Maar wanneer in uw kot het middernachtelijk uur reeds geslagen had, en ge de lichten flink dimmen ging, want hee, eindelijk alleen, koost ge uw mjoeziek toch liever in subtielere sferen.

Maar mijn moeder, Jack. Die hield wel van de muziek van Rowwen Hèze. Daar werd bij ons thuis dan ook een beetje om geschamperd. Daar lachten we mee. Daar keken we moeder een beetje meewarig om aan. Dan zeiden we, dan spraken we Gaat het wel goed moeder? Moeten we niet de dokteur bellen, moeder? Mogelijkerwijs moet ge subiet uw hoofd laten examineren, moeder. Dan lachten wij luid, want wij waren een vrolijke Frans. Ons kinderen en ons pa erbij.

(dat ik tijdens mijn puberjaren nog beschamend lang in de ban was geweest van Normaal werd dan zorgvuldig verzwegen. maar moest het in de algehele hilariteit toch door een vermetele te berde worden gebracht dan stokte mijn lach en verstrakte mijn gelaat. dan mompelde ik dingen als. jeugdzonde, mompelde ik dan. of dat Normaal een instituut was, en niet zonder invloed op de popmjoeziek in neerland. dat ze de dialectrock hadden uitgevonden. en dat die Jolink tenminste nog op de kunstacademie had gezeten. zulke dingen mompelde ik dan. mompelde ik dan allemaal)

Komt gij me daar af, Jack, met uw solodebuut. Op Snowstar dan nog. En alles op Snowstar, dat krijgt bij mij minimaal één aandachtige luisterbeurt. Want alles op Snowstar neem ik ernstig. Het krijgt me niet alles in jubelstemming hoor, wat die Muyres altemaal de wereld in slingert. En tussen die vijf platen die je schijnt te mogen meenemen als je naar een onbewoond eiland verbannen wordt zal in mijn geval hoogstwaarschijnlijk niks van Snowstar zitten. Sterker nog: pas als ze op hun onbewoond eiland hun stomme regeltjes zodanig versoepelen dat je twintig, vijftig of honderd platen mag meenemen, worden de kansen reëel dat ik ook naar Snowstar-platen grijpen zal. Maar er is dan ook wereldwijd en sedert altijd of langer nog zoveel prachtige mjoeziek uitgebracht waarvan ik nooit scheiden wil dat het beter is, Jack, dat ik nooit naar dat onbewoond eiland zal hoeven gaan.

Maar dus, Jack. Komt er iets van Snowstar doorheen die brievenbus van mij, dan ben ik een en al aandacht. Dan moogt ge honderd keer Jack Poels van dat carnavaleske rotbandje Rowwen Hèze zijn; Blauwe Vear werd uitgebracht door Snowstar dus al mijn reserves gingen overboord. Dat gaat dan zonder morren de seedeespeler in. Dat moet nu ruim een jaar geleden zijn. Februari 2020. Denk ik. Jack. Dat het was. Dat ik hem vond. Op mijn mat. Blauwe Vear. Het was de tijd van vóór. Gans de wereld was nog geen fascistoïde politiestaat of misschien ook wel maar het viel minder op. Nog maar weinigen hadden gehoord van het woordje sluitneder en Maffe Mark was een irritante grinnikende idioot en geen dictatoriale sociopaat. De dagen waren al merkbaar aan het lengen en dat vond ik fijn. In weerwil van mijn achternaam hou ik niet van vroeg donker. Met laat licht heb ik niet zo heel veel moeite, Jack, maar vroeg donker deprimeert me. Die middag was er licht, meer licht, mooi licht, goed licht. En het was een sterk licht, Jack, een beloftevol licht, een licht dat zegenvieren zou tot zeker na zessen, hell, het misschien wel volhouden ging tot ten stonde zeven. Dat alles zei het licht reeds toen wij – mijn kinderen en ik – huiswaarts fietsten met de zon op onze rug. We spraken. We lachten. We fietsten. Alles was goed. Thuis, zo zouden we zien, lag Blauwe Vear op ons te wachten onder de brievenbus. Een paar uur later zat hij al in de speler.

Dat doe ik eigenlijk nooit, Jack. Stuurt iemand me een gevulde envelop: een boek, een cd – ik laat die envelop liggen op de secretaire. Voor later. Voor een avond, snel. Presiezer gezegd: een avond dat ik het een beetje later kan maken want meeste dagen wil ik er nog wel eens vroeg in liggen. Volgende morgen om zeven uur presies moet ik er weer uit ommers, dan moet ik lunchtrommeltjes maken en fruitbakjes, en ontbijtjes, en de kinderen helpen aankleden, en dan moet ik ze naar school brengen, en dan gaat alles weer vanvorenafaan loos en dat kost me soms menig wat kruim, Jack. En het moet laat zijn voor zulke enveloppen, het moet stil zijn voor zulke enveloppen, het moet nacht zijn voor zulke enveloppen en er moet drank zijn voor zulke enveloppen. Voor zulke enveloppen moet het onderste verdiep van mij zijn, Jack, en van mij alleen.

Dan zet ik me. Met roodwijn. Of wit. Of whisky, port, of zwaar bier. Het moet goed zijn in het glas. Iets schoons op de steerjoo ook het liefst. Dan zet ik me, met wat er in de jongste dagen zoal is binnen gekomen aan goedgevulde enveloppen wat meestal niks is natuurlijk maar als het er één is, is het mooi en twee of drie nog beter zelfs. Ik maak zulke enveloppen voorzichtig open, Jack, welhaast liefdevol zoudt ge misschien zeggen als ge me zo bezig zaagt. Ik haal de cd eruit en bekijk hem aan alle kanten. Ik neem liedtitels in me op. Instrumentarium. Foto’s. Cd-boekje. Lettertype. Als aangegeven: speelduur van de liedjes. Of dingen als danklijst, de dikte van het papier van het cd-boekje, de kleur van de cd, de kledij van de muzikanten (enige reserves bij gasten die zich laten fotograferen met een hoed op hun kop zijn altijd op hun plaats)(een verwijzing naar Normaal is ook nu ongepast, Jack).

Het luisteren van de cd is nog niet voor die nacht, Jack. Ook niet voor de volgende. Zelfs niet voor de daarop volgende. Een cd moet even liggen. Op kamertemperatuur komen. Liggen. Daar. Op de secretaire. Tussen mijn kladjes, aantekeningen, papieren, post, vodjes, boeken, literaire tijdschriften, kindertekeningen, bio’s, éénvellen. Liggen. Daar. Nog vele malen moet de cd opgepakt en bekeken worden. Er heimelijk een beetje aan ruiken misschien. Ik moet vertrouwd zijn met een cd, Jack, vooraleer ik hem klinken laat. Met boeken is dat heeltemaal anders, Jack, daar begin ik meestal dezelfde avond nog in. Misschien omdat een boek zich van nature sowieso al trager ontraadselen laat.

(want daar zit ‘m de kneep. eenmaal gehoord is een cd wat hij is. en al is het de allermooiste cd die ik ooit gehoord heb, het is toch altijd een lichte ontgoocheling te weten dat hij nu geen raadsels meer overlaat. dat de klanken niet langer louter in mijn hoofd bestaan. in je hoofd lijkt alles altijd veel eindelozer te zijn dan daarbuiten)

Doch met Blauwe Vear ging het anders, dus. Ik weet niet waarom. Ik was onbekommerd die dag. Ik was zo onbekommerd, Jack. Ik was veel te onbekommerd om te letten op riten, gewoontetjes en (zelfopgelegde) voorschriften. Aan die dingen had ik maling die dag, en ook wel lak, en zelfs een beetje schijt. Zo onbekommerd was ik omdat de dagen al zichtbaar aan het lengen waren. Omdat we lol hadden, mijn prachtige kinderen en ik. Omdat de schooldag al gedaan was maar de koffie nog warm. Dus scheurde ik hem open, die envelop. En nog dezelfde dag maakten de kamer, de stoelen, mijn kinderen en ik kennis met Blauwe Vear.

Ik ga je vertellen hoe dat ging, Jack. Ik wil je vertellen hoe dat ging. Blauwe Vear was al enkele uren uit de envelop. Het was nog licht. Alles was fijn. Mijn toen nog vierjarige dochter maakte een tekening; mijn toen nog zesjarige zoon en ik – we deden zeeslag. In die dagen vonden we het leuk om daarbij zo ver mogelijk uit elkaar te zitten. Dat was begonnen als grapje omdat we bij elke raak elkaar hadden zitten verwijten dat de ander onze opstelling kon zien. Zogenaamd verontwaardigd schuifelden we steeds wat verder uit elkaar. Totdat we besloten dat het grappig was, supergrappig, als ik in de keuken zat met mijn rug tegen de keukenkastjes en mijn zoon in de huiskamer met zijn rug tegen de tuindeur. Al enkele dagen speelden we op die manier zeeslag, terwijl we overdreven had de coördinaten naar elkaar schreeuwden. C4!!! H7!!! D3!!! En gesproken van de keuken, eigenlijk had ik op dat uur al moeten koken. Want zo hoort dat dan. Vijf uur koken, zes uur eten, zeven uur dochter naar bed, voorlezen & liedjes zingen, acht uur zoon naar bed, voorlezen & liedjes zingen (ik kan eigenlijk helemaal niet zingen, Jack, maar ik zong ze in slaap van toen ze nog een beebie waren en immer nog kunnen ze niet slapen zonder dat ik wat liedjes voor ze gezongen heb met die rare bromstem van mij). Zo horen de dingen maar die dag hoefden de dingen niet te horen. Het was nog licht, we deden nog een spelletje, alles was fijn, deze dag mocht het best een uurtje later allemaal – waarom niet. En waarom dan ook niet muziek, waarom niet Blauwe Vear.

Dat was hoe het was, Jack. Het was nog licht, alles was fijn, er was een kamer, een spel, een tekening en muziek. Jouw muziek. Blauwe Vear. De plaat zonk zo prachtig onze sfeer in, Jack. Alsof geen plaat onze dag en onze sfeer beter aanvoelde dan Blauwe Vear. Het was het moment van gewoon alles heel fijn en Blauwe Vear is gewoon een hele fijne plaat.

“Gewoon een hele fijne plaat” is anders wel wat magertjes misschien. Je wilt je platen liever toch een eindje voorbij gewoon heel fijn. Of jij misschien niet. Maar ik wel. Ik wil die platen die moeten, die per se mee moeten naar dat onbewoonde eiland. Ik wil platen die me naar buiten doen stormen om de eerste die ik zie aan zijn haren van zijn fiets te sleuren, mijn kot in. Voor de steerjoo zetten diene mens, het volume nog wat hoger drajen en luister! zeggen, luister dan toch! zeggen. Omdat ik feitelijk veel te schuchter ben om volmaakte vreemden mijn kot in te sleuren ben ik maar platenbespreker geworden. Maar het doel is hetzelfde: luister! zeggen, luister dan toch! willen zeggen.

Die eerste luisterbeurt die Blauwe Vear kreeg was natuurlijk niet de meest aandachtige, en daarin school nog een beetje hoop. Die keer dan niet, maar soms doe ik het wel eens opzettelijk Jack. Als ik in de eerste minuten al begin te vrezen dat de plaat me niet gaat brengen wat ik ervan hoopte (dat het niet het soort plaat gaat zijn dat me vreemden van hun fiets doet willen sleuren om luister! te zeggen), ga ik mijn aandacht verdelen. Dan ga ik mijn ouwe tante bellen, die nogal eens lang van stof kan zijn. Ga ik in de gang het oud papier op kleur sorteren. Blijf ik overdreven lang met de pakketbezorger ouwenelen (al een geluk dat mijn vrouw zo achterlijk veel bestelt). Zodat ik nog even, een paar dagen, enkele weken misschien wel, kan blijven denken dat de teleurstellende ervaring te wijten was aan mijn gebrekkige aandacht voor de plaat en dat ik nieuwe lagen, ontroering, schoonheid zal aanboren als ik er echt gekonsentreerd naar luister. Meestal is die hoop ijdel, Jack, zoals hoop tout court vaak ijdel is. Ook Blauwe Vear bracht geen verrassingen toen ik er enkele dagen later zwijgend, stilzittend en met koptelefoon naar luisterde. Het bleef “gewoon een fijne plaat” (ja zelfs dat “hele” was weg nu). Geen erg misschien. Het volstond. En ik kon er best een bespreking uit puren docht mij. Een fijne plaat aan het eind van een fijne dag. De winter die zich langzaamaan gewonnen aan het geven was. Mijn kinderen. Het licht. De dingen die wel een uurtje later mochten. Zo ging ik dat beschrijven gaan, Jack. En zeggen dat het soms niet meer moet zijn dan dat.

Maar toen werd iedereen gek. Maffe Mark denderde uit naam van een virus dat voor nog geen prosent van de hele bevolking echt gevaarlijk was als een olifant in een porseleinkast overheen de basisrechten van allen. Velen leken te denken dat we in oorlog waren. Het denken werd afgeschaft. Fascisme. Dictatuur. Politiestaat. Kon ik onder die omstandigheden wel gaan schrijven gaan over een fijne plaat aan het eind van een fijne dag? Nu, nu niks meer fijn was? Of moest ik de barrikaden op? De mensheid schoppen tot ze een geweten kreeg? Mijn eigen kleine oorlog uitschreeuwen? Maar dat dan over uw rug? Over de rug van uw plaat? Of de rug van gelijk welke plaat of welk boek daar nog op de secretaire te bespreken lag te liggen. Mocht dat wel? Kon dat wel? Ik wist het niet en bezijden ik kon er niet eens over nadenken. Maffe Mark had mijn kinderen het schoolgaan verboden. Ik kwam aan schrijven noch denken toe. Ik zat aan tafel bij mijn kinderen. De chromeboekjes open. Ik was (kleuter)meester nu, en weinig anders kon daar nog bij.

Later werd het later. Een andere maand, licht op volle glorie, de dagen al bijna zo lang als ze maar zijn kunnen. Een nieuwe Dieleman kwam doorheen mijn bus. Ah! De broeder! Altijd goed voor ontroering en pracht, en een onverhoedse vlaag van kippenvel soms. Maar net deze bleef wat achter, toch. De Liefde Is De Eerste Wet raakte me niet zo diep als eerder werk van hem gedaan had. Klonk al bijna routineus, gemaniëreerd haast zelfs. Het was, ge raadt het misschien reeds Jack, gewoon een fijne plaat (maar dat is zwaar beneden het kunnen van de broeder). Weeral geen vreemden mijn kot in gesleurd vandaag.

Jack Poels Blauwe Vear LP Recensie

Maar toch. Die broeder, daar in dat Zeeland van hem. En jij in je Limburg. En de provincie die daar precies tussenin ligt, Jack, is de provincie waar ik geboren en getogen ben. Daar dacht ik wel wat mee te kunnen. Fijne platen en drie provincies. Het resulteerde in wat kladjes. Losse gedachten. Halve verhalen. Daar zou wel wat van groeien, dacht ik. Mijn kinderen mochten zowaar weer naar school van Maffe Mark, en ik kon me af en toe schrijvend zetten. Niettemin zette weeral iets een streep door die rekening. Ik weet niet eens meer wat het dit keer was. Het leven zelve misschien. Je weet wel: dat wat je overkomt terwijl je druk bezig bent andere plannen te maken. Dat leven houdt er wel van strepen door rekeningen te zetten. In ieder geval was het andermaal opeens maanden later. Er waren andere platen op mijn pad gekomen, andere boeken, andere dingen om over na te denken en over te schrijven. De kladjes over Blauwe Vear en De Liefde Is De Eerste Wet waren bedolven geraakt onder andere kladjes, en de seedeekes zelve ook. Toen ik het alles terugvond besloot ik dat het maar beter was om er nogmaals het zwijgen toe te doen. Maar het zwijgen was niet zonder schaamte dit keer.

Ze zeggen dat driemaal scheepsrecht is, Jack. Geen idee wat dat betekent trouwens. Jij? Maar laat mijn derde poging iets over je muziek te zeggen dan gaan over je twede plaat. Laat ik ten spreken aanvangen en zeggen dat er opnieuw niet zoveel te zeggen valt. Iemand zei iets. II was al in mijn huis (ik had er nog niet naar geluisterd), en iemand zei iets. Ik mompelde tegen die iemand iets als en oja die Poels heeft ook weer een nieuwe plaat gemaakt. En die ander zei dat hij die eerste gewoon een fijne plaat had gevonden, zo zei hij dat geloof ik exact of anders heeft mijn brein dat er achteraf van gemaakt. Maar met grotere bedoelingen dan dat is de plaat waarschijnlijk ook niet gemaakt, zei mijn gesprekspartner ook nog. Die laatste uitspraak hield me bezig, Jack. Ineens was het weer 1992.

Het was 1992 toen er een Amerikaan in mijn huis zat en ik meer van Iris hield dan ik ooit van iemand had gedaan. Het was 1992 toen een Amerikaan in mijn huis zijn mond opentrok en sprak. Hij zei dat hij verzot was country. Want dat was zo down to earth zei hij met een brede grijns op zijn bakkes. Neer tot aarde, dat moet het hoogst haalbare zijn voor iemand uit Kentucky, dacht ik toen. Ik zag hem reeds zitten, op zijn knieën op een modderig karrenspoor. Met allebei je poten op de vloer gewoon muziek maken. Ja. Eventueel hoef je niet eens die stetson van je hoofd te halen.

Gewoon muziek maken – dat is misschien ook wel wat BJ Baartmans en gij zochten te doen. Toen gijlie Blauwe Vear maakten en later weer bij II. Gewoon muziek, zonder de illuzie -of zelfs maar de ambisie- dat de platen de wereld tot stilstand gingen brengen. Omdat dat is wat americana is. Americana snoert geen kelen. Americana stolt niet het bloed in d’aderen. Americana zet geen kippenvel overheen heel uw huiverend lijf. Americana nagelt u niet aan vloer, of sofa, of bed, of waar gij dan ook uw mjoeziek pleegt te luisteren. De sublieme ervaring wacht u op één twee voet of hoger. Niet in de modder. Nog nooit heb ik een vreemdeling aan zijn haren mijn kot in hoeven slepen om een americanaplaat. Daarvoor is americana teveel… americana. Het is best een strak zjanrûh, vind je niet Jack? (en ik zit hier achter mijn laptop en denk na over een beter woord dan “strak”. ik denk aan behoudend, bedaard, bedeesd. gewoon. fijn. neer tot aarde). Een zjanrûh toch waarvan buiten de lijntjes kleuren niet het eerste streven is. Ik had u zoiets kunnen zeggen, Jack. Ga overheen de lijntjes, Jack, had ik kunnen zeggen. Als ik het soort mens was geweest dat graag met adviezen afkomt. Giet eens een straffe hoeveelheid whisky achter uw knoopsgat, Jack, zou ik dan zeggen, want uw stem mag best een onsje gruiziger. Zoek het wat meer buiten de snaarinstrumenten. Voeg een gestopte trompet toe aan het arsenaal. Of een melodica. Och, dat vind ik toch zo’n schoon instrument. Misschien wel het mooiste instrument dat bestaat. Laat uw liedjes uitwajeren, meanderen, duren. Minimalizeer. Snij tot er louter been overblijft. Had ik kunnen zeggen. Als ik het soort mens was dat graag met adviezen afkomt. Maar dat soort mens ben ik niet, Jack, en bezijden: ge hebt met II toch weeral gewoon een hele fijne plaat gemaakt? Een tandje fijner zelfs nog wel dan Blauwe Vear; hier of daar een flard of introotje of lijntje werkte bijna verstillend dit keer.

Ach weet je wat het is, Jack? Ik ben misschien wel teveel luisteraar voor americana. Me dunkt: het is een zjanrûh waarnaar je eigenlijk niet moet luisteren. Maar dat klinkt lelijker dan ik bedoel. Er zijn platen waarnaar je alleen maar onbeweeglijk naar kunt luisteren, en er zijn platen die mojer worden als je er iets bij doet en ik denk dat americana-platen het laatste soort platen zijn. De plaat moet de omlijsting van uw bezigheid zijn, ge moet iets doen. Een potje zeeslag met je zoon, bijvoorbeeld. Of u een goeje stoofpot bereiden. De ramen lappen. Ofnee, het moet wel leuk blijven. Misschien van zodra het weer het toelaat: de tuindeuren openzetten. En dat er een maat was en dat gijlie in de tuin gezeten waren, een weinig plauderend, een weinig denkend, een weinig in het blauwe heenin kijkend. Het zou het soort maat moeten zijn waarmee je ook goed zwijgen kunt en die, als hij iets zegt voor het zelfde geld (of een paar stuivers meer) ook iets heel absurdistisch zou kunnen zeggen. Dat soort maat. Ik nie weet nie, ik heb zulke maten nie. Hell, ik ken überhaupt niemand. Ooit had ik zulke maten wel en sommige nee de meesten ervan waren vrouw. Maar hoe gaan die dingen. Met de ene krijg je ruzie, de andere gaat weg, de volgende verlies je uit het oog en nummer vier spreek je alleen nog maar via dat van de gele hond gescheten whatsapp (& al een tijdje sluit je je berichten niet meer af met “We moeten elkaar gauw weer eens zien, Iris!”).

Maar weet je, Jack? Platen als Blauwe Vear & II nog een beetje meer, doen me wensen dat er zulke maten waren in mijn armzalig bestaan. Maten die altijd zomaar ineens op de stoep staan & nooit op afspraak & f’domme altijd als ze er staan komt het je net uit. Ze komen binnen, ze volgen u door de woonkamer naar de tuin. Er is drank, er zijn stoelen. Er is een heel klein tafeltje tussenin, net groot genoeg voor twee glazen. Er zijn trage, zoekende, zwalpende gesprekken. Er is muziek. Het is Blauwe Vear misschien, waarschijnlijker nog is het II. Er is een proost. Op het licht, het leven, de liefde, de muziek. Heel even kan de gedachte bestaan dat alles goed is. En je weet het, Jack. Beater wuurd ’t noeit.

Blauwe Vear

  • Zanger: Jack Poels (Nederland)
  • Label: Snowstar Records
  • Verschenen: 27 maart 2021
  • Drager: CD / LP 
  • Recensie van Tim Donker

Traklist van Blauwe Vear

  1. In de achtertuin
  2. Kermis in de hel
  3. Elf oaver elf
  4. Verder, verder
  5. Zwoar & breakbaar
  6. Chaufeur
  7. Als ’n kiend
  8. Van leave gadde doed
  9. Blauwe vear
  10. Op en neer
  11. Kersebloesem
  12. Later

Bijpassende muziek en informatie

The Microphones – Microphones in 2020

The Microphones Microphones in 2020 Recensie en informatie. Op deze pagina kun je de uitgebreide recensie lezen, geschreven door Tim Donker over de EP van de The Microphones – Microphones in 2020.

The Microphones Microphones in 2020 Recensie

Recensent: Tim Donker

Ja. Je weet het nog wel. Je weet nog wel hoe je daar zat, genageld. Bij dat raam. Dat moet kort na de millenniumwende geweest zijn. Als je moest gokken zou je gokken op 2003. Maar het kon ook 2004 of 5 geweest zijn. Wie keek er op zijn almanack, wie nam nota? Het was nog vroeg in het nieuwe millennium, zoveel weet je nu nog zeker. Het van de gele hond gescheten jaar 2020 was nog veraf, alles was nog veraf, en je zat dat daar. In je vorige huis zat je dat. “Vorige huis”, zeg je, nu, op een moment dat je huidige huis weeral bijna je vorige huis zal zijn. Moest je dit enkele maanden later geschreven hebben, je kon het gehad hebben over “ruim twee huizen geleden” of een omschrijving van dien aard maar je schrijft dit niet enkele maanden later je schrijft dit nu. Nu is het vorige huis een ander huis, in een andere straat. Een huis waar je je nooit echt helemaal thuis hebt gevoeld, de ganse zes jaar dat je er woonde niet. Een huis waar je nooit echt helemaal gelukkig bent geweest. Behalve misschien op de momenten dat je zat, daar voor dat raam, en dat je luisterde. Naar weeral een nieuwe plaat, weeral nieuwe muziek, weeral een nieuwe artist, weeral een nieuwe band. Het raam. Het tapijt. De keuken, soms. Je weet de eerste keer nog dat je Ryjoji Ikeda luisterde. Dat was in de keuken van dat huis. Het was nacht en je vrouw sliep al. Minimale techno, dat kan nog wel als mensen slapen. Vond je. Je kon zweren dat je de muziek voelde, fysiek, je kon zweren dat je het langs je huid voelde gaan, je kon het door je haar voelen stromen. De muziek streek met haar hand door je haar. Kon je zweren. Daar. In de keuken. Toen. Maar die keer niet in de keuken, die keer voor het raam. Waar je meestal zat. Op je knieën. Lichtjes gebogen. Starend. Naar tapijt. Soms uit het raam. Dan zag je dat kleine rottuintje dat je altijd hartgrondig gehaat hebt. De ganse zes jaar dat je er woonde. Zitten was een genageld zitten die keer. Naast steerjoo. Op steerjoo weeral een nieuwe seedee. The Microphones. Zo heette het bandje. Mount Eerie de seedee. Je vond het mooi. God wat vond je het mooi. Het was duister het was mooi het was grappig soms het was anders dan alles dat je kende en je kende best veel mjoeziek, ook toen al. Misschien dat Boduf Songs doet wat The Microphones deden, dat Boduf Songs het beter doet ook. Misschien. Maar die kende je toen nog niet. En je zat en luisterde naar die volstrekt nieuwe schoonheid. Genageld zat je. Niet eens meer in dat huis zat je. Je zweefde in ergens een niets, met alleen jezelf en de mjoeziek. Zo overrompelend was mjoeziek je al niet meer vaak, toen. Je kende het nog uit je jeugdjaren, toen je de metal net afgezworen had en al die wagonladingen aan niet-metalen klanken te ontdekken had. Dat mjoeziek er niet alleen was om je woede te kanaliseren en je kop op en neer te bewegen terwijl je de teksten meebrulde. Dat mjoeziek ook dwars door je ziel kon gaan. Dat je dat niet wist. Dat je dat nooit geweten had. Na een periode waarin elke volgende ontdekking je nog stukker brengen wist – Nick Cave, Swans, Palace Brothers, Tindersticks, The Geraldine Fibbers, Smog, Nine Inch Nails, Simon Joyner – werd het rustiger. De keren dat er klanken je gehoorgang binnenkropen die je in geen enkel bestaand vakje in je kop kon onderbrengen werden spaarzamer. Steeds vaker kon je mjoeziek relateren aan andere mjoeziek. Slechts nog een enkele keer kwam er uit de tonen een vuist omhoog die je finaal uit je sokken mepte. Die keer, toen, voor dat raam, Mount Eerie in de speler, was zo’n keer. Het was een konseptalbum ja. Maar meestal zijn konseptalbums hoogdravende pretentieuze megalomane zeikalbums. Dit niet. Dat je niet precies kon zeggen waar het eigenlijk over ging maakte het eigenlijk alleen maar mojer. Het zal wel over een of andere berg gaan, dacht je. Een donkere duistere berg ofzo. En ergens was de stem van God. Maar dat was Calvin Johnson. Dat vond je grappig. Dat Calvin Johnson de stem van God was. Dat vond je zo grappig dat je alleen daarom al enkele weken later een Halo Benders-plaat kocht. Of misschien was het er één van Beat Happening. Dat kon ook.

Je leerde al snel dat The Microphones eigenlijk geen band was maar een éénmansprojekt. Phil Elverum, zo heette die éénman. Het deed je schrijven, vier uur smorgens, einde desember, dat jaar of een ander jaar, in een brief, een lange brief, aan een vriendin dat de enige wetenschap die je eindejaars nog overhield was dat Phil Elverum een genie is. De rusteloze zoektocht was begonnen. Alles moest je hebben van The Microphones. Ook dat was lang geleden. Dat een band of een artist de kompletist in je wakker geroepen had. Dat was geleden van Will Oldham, en die was jou toen zijn transformatie tot Bonnie Prince Billy kompleet was kwijt geraakt. Dat eerste album als Bonnie Billy, I See A Darkness, dat had je nog prachtvol gevonden en grootse verwachtingen had je van die nieuwe alias (na Palace Brothers, Palace, Palace Songs, Palace Music en als je je niet vergiste ook nog een album onder zijn eigen naam). Maar alras werd het allenig nog maar zouteloze country die zelfs het prefix neo- niet meer dragen mocht. En dat moet toch echt nog vóór de millenniumwende geweest zijn dacht je.

Maar nu. Nu was het weer. Het zoeken. Het speuren. Het afschuimen van dat vermaledijde internet, of hoe heette dat want je was in die dagen nog niet zo thuis in dat soort dingen, was jij het maar of was het internet werkelijk magerder in die dagen? Soms moest je eigenlijk feitelijk werkelijk naar een platenzaak. Soms op je fiets, dan was het maar een platenzaak bij jou in de stad die naar verluid nog wel één of twee Microphones-titels in de bakken zou hebben. Soms moest je naar de trein, helemaal naar dat vorte Amsterdam waar je zo gruwelijk het land aan had, hebt, altijd zal hebben. Omdat daar een hele grote platenzaak was. Zo groot dat die meerdere verdiepingen telde. Of omdat er een specialistische platenzaak was. Zo specialistisch dat ze er de mafste dingen hadden. Of gewoon maar omdat het Amsterdam was en in Amsterdam, daar had je dingen. Dingen die je elders niet had. Ook vroeg je je vader een titel uit Amerika te laten invliegen. Titel. Titels. Plaat. Platen. The Glow. It was hot, we stayed in the water. Don’t wake me up. Microphones live in Japan. Song Islands. Window. En dan sirkuleerden er nog kassettes. Naar het scheen. Op iebeej. Naar het scheen. Voor veel geld. Naar het scheen. Nog mojer dan al het andere. Naar het scheen. Maar wat gaf het. Wat je nu bijeen gegaard had was al mooi. Zo mooi. Zo godvergeten tranentrekkend mooi. “Microphones is mijn laatste grote ontdekking,” zei je daarom, jaren later, misschien wel tien jaar later nog, zei je dat, tegen een vrouw, tegen de mooiste vrouw ter wereld zei je dat. Op ergens een heuvel zei je dat. Tegen de mooiste vrouw ter wereld zei je dat. Tegen een vrouw waar je zo oneindig veel van hield dat je hart uit elkaar spatte als je bij haar was. Zei je dat. “Mijn laatste grote ontdekking”, zei je. Zei je verdomme allemaal.

The Microphones Microphones in 2020 Recensie

De grootsheid van de ontdekking leek m er vooral in te zitten dat Phil Elverum dat The Microphones zoveel van je muzikale voorliefdes bijeen wist te brengen die je onbijeenbrengbaar achtte: wrakke lofi, (freak)folk, (neo)country, minimalisme, electroakoestiek, avantgarde, noise, dronerock en wie goed luisterde kon zelfs horen dat Elverum af en toe al eens een black metal plaatje drajen mocht. Geen twee Microphones-platen waren hetzelfde: zo was Microphones live in Japan een ingetogen en uitgekleed zangerliedjesschrijveralbum waar Window zich moeiteloos kon meten met het meest experimentele uit je platenkast. Soms lieflijk, soms woest, soms kaal, soms uit zijn voegen barstend, soms vervreemdend, soms dreigend, soms duister, soms troostrijk, soms ontroerend, soms grappig zelfs over trieste zaken (I can’t believe you actually died is, bijvoorbeeld, een heel erg grappig liedje).

(tekstueel, dat was nog zoiets met die Elverum, die teksten, heel maf, er was niet één tekst die je van onder tot boven wist, niet één liedje dat je van begin tot eind zou kunnen meezingen – daar leek het die man ook niet om te doen. maar er waren van die zinnetjes die naar buiten kwamen wajeren en die je grepen, die zomwijlen huivers op je lijf zetten; een zinnetje als “from under the ice / i watched you in warm clothes”, bijvoorbeeld en nu noem je maar wat)

Ook genieën die je laatste grote ontdekking waren, kunnen goed de mist in gaan. De mist in gaan, dat deed Elverum. Hij deed het glansrijk. Hij kwam op de zotte idee het Microphones-alias te laten varen en een nieuw aan te nemen, en wel de titel van zijn (naar nu bleek laatste) Microphones-album Mount Eerie. Ja Elverum bracht niet langer platen uit als The Microphones. Hij bracht voortaan platen uit als Mount Eerie. Hij wijzigde alleen maar zijn alias. Hij wijzigde niet zichzelf. Niettemin bewees hij Shakespears ongelijk. Wat Microphones heette, rook onder een andere naam lang zo zoet niet meer. Je schafte je wat aan, misschien niet eens het eerste dat hij als Mount Eerie uitbracht, er waren dagen dat je’m niet in de gaten hield, die Elverum: die tijd was al aangebroken: dat er nu dagen waren dat je’m niet in de gaten hield. Wind’s Poem, kwam binnen je muren terecht, en No Flashlight, en Eleven old songs of Mount Eerie – die laatste omdat je abusievelijk dacht dat de old songs zo old waren dat het al bijna nog Microphones-liedjes konden zijn. Ze vielen tegen. Allemaal. Al die plaatjes. Vielen. Vies. Tegen.

Ofnee. Niet vies. Wel tegen. Waar dat door kwam. Wat er anders was. Waarom Mount Eerie je hart niet sneller deed kloppen, en The Microphones wel. Wat het was. Toegegeven: als Mount Eerie niet Phil Elverum was geweest, of liever: als je Phil Elverum niet ook als The Microphones had gekend, was je blijer geweest met de hoger genoemde platen. Moje, kabbelende, sfeervolle platen. Fijn achtergrondwerk. Fijn om bij te schrijven. Fijn om bij te drinken. Fijn om bij te mijmeren. Misschien was dat het: dat het je niet greep, dat het je gedachten, je schrijven, je drinken niet stil zette. Het miste. Ja. God, zeg niet pregnantie zeg verdomme niet pregnantie.

Vooral miste het dat waarin The Microphones juist in uitblonk. Dat, waarom je The Microphones toen op die heuvel met de zon in je rug je laatste grote ontdekking had genoemd. Mount Eerie was éénvormig. Bijna saai éénvormig. Het dreutelde, het meanderde. Een warmig klankje. Dat wel. Mount Eerie, dat was een beetje zoals niet dronken zijn maar wel bezig het te worden. Waar je tussen nuchterheid en dronkenschap zit. Waar de vormen al hun vaste contouren beginnen te verliezen maar je nog voldoende bij kennis bent om ervan te genieten. Fijn. Prettig. Lekker. Maar spannend? Nee.

Je zwoor af die Mount Eerie. Je schreef weg die Mount Eerie. Je had gedaan met Mount Eerie.

Totdat een lul op dat vervelende feesboek begon emmeren dat Sauna het was. Sauna. Met Sauna keerde Phil Elverum terug naar het geluid van The Microphones. Ja. Nee. Dan. Toch. Die moest je hebben. Die mocht je niet missen dan. Je sprong weer aan boord de Mount Eerie trein (waar je nooit echt heeltemaal van af gestapt was misschien). Je bestelde. Je meldde je aan bij het groepje. De lul scheen wegen te kennen die anderen niet kenden, je liet hem dat Sauna bestellen, je liet hem doen, je zat in je kot & je wachtte tot Sauna kwam. En Sauna kwam. En leek aanvankelijk niet teleur te stellen. Het tien minuten durende, nogal minimalistiese openingsliedje – dat gewoon Sauna heette – was fraai en deed je inderdaad aan een Microphones-plaat denken al kon je niet direkt welke, en ook het tweede liedje, dat Turmoil heette en dat mooi en dof en droevig walste, streelde je oren. Doch reeds bij liedje drie, het door veel te feeërieke damesstemmen gedragen Dragon begon je aandacht te tanen. O. (Something) was nog wel iets, nog wel iets moois, zoiets tiepies voor Elverum ook om liedjestitels tussen haakjes te zetten, en sja heel de plaat, heel de plaat had wel, had wel iets, als het ging overheen hogere hoogten en lagere laagten, hardere harden en zachtere zachten, minimalistiesere minimalismen en rumoerigere rumoeren, experimentelere experimenten en verstildere verstilling dan je inmiddels helaas gewoon geworden was van Mount Eerie, maar toch, en toch, en dus, en zelfs, zelfs het laweit op Boat was een afgevlakt laweit, en dus, en toch, en daarom, alle enen bij elkaar opgeteld bleek toch ook Sauna weer in hetzelfde bedje ziek als alle voorgaande Mount Eerie-platen: het wilde niet beklijven, het wilde niet blijven, het wist niet raken, niet echt diep, het nagelde niet: niet aan vloer, niet aan zetel, niet op sofa, niet daar waar je je seedees luisteren deed. Zelfs de beste Mount Eerie-plaat was dus nog geen Microphones-plaat. Je keilde heel dat Sauna doorheen de kamer, het kaatste tegen de deur, het bleef daar liggen op de vloer, je schudde woedende vuist naar Phil Elverum, je zei “Biz alain sjildik, di sjoite aino, di narisjo frajer!”.

(nee je smeet niet met die cd, je haalde hem rustig uit de speler, je deed hem terug in de hoes)

(nee je sprak die woorden niet, je zette de cd terug in je cdkast, je ging naar bed)

Gedaan nu. Nu echt gedaan, en voorgoed gedaan. Elverum was Elverum niet meer en daar moest je je goeje geld niet meer aan gaan uitgeven.

Maar dan. Dan zegt de klok tik, en dingen gebeuren. Onophoudelijk blijven dingen gebeuren. Iemand ging dood. Ergens ging er iemand dood. In 2016 overlijdt er ergens een vrouw aan de gevolgen van kanker. Geneviève Castrée. Kunstenares. Muzikante. Vrouw van Phil Elverum. Moeder ook. Moeder van Phil Elverums dochter. Op het moment van overlijden was die dochter iets ergens tussen baby en peuter. Dreumes heet dat dan. Niet eens zoveel jonger dan je eigen dochter. En Phil Elverum maakte er een plaat over. A crow looked at me, zo heette die plaat. En weeral. Weeral bezweek je. Vanwege die dochter. Vanwege de afscheidsplaat. Weeral bestelde je. Weeral via die lul op feesboek. Weeral kwam de plaat.

Een aangrijpende plaat. Ja. Natuurlijk. Een plaat over echte dood, je had zo je bedenkingen over afscheidsplaten. Zit er muziek in dood, kun je -want daar komt het dan toch uiteindelijk op neer – geld verdienen met verdriet? Kun je kunst maken van dood, vraagt ook Elverum zich ergens op die plaat af (en dat de artiest je bedenkingen onder woorden brengt neemt die bedenkingen nog niet weg). Een plaat die begint als Castrée nog leeft & in hun huis, in een kamer, in een bed langzaamaan dood gaat, en eindigt enkele maanden na haar dood. Rauw. Puur. Echt. Dat wel. Ja. Er was dat liedje waarin Elverums stem brak en je hoort hoe hij bijna in tranen is. Grijpt aan? Ja. Grijpt aan. Maar toch hoorde je Elverum hier niet per se veel triester dan je hem in andere triestige Microphones- of Mount Eeries-liedjes gehoord had; je hoorde geen ongekend diepe duisternis of depressie; je hoorde hem niet zoals je hem nog nooit gehoord had. Misschien had je er niks over te zeggen, jij die alleen nog maar je beide ouders ten grave had gedragen en dan nog op momenten dat je al verwijderd van ze was geraakt, misschien kende je niks van afscheid, van echt & onherstelbaar afscheid en moest je je bek houden over zulke zaken, maar toch had je een veelkantiger emotie verwacht. Je hoorde geen wanhoop of woede, je hoorde alleen maar stil verdriet. Je hoopte dat dit de laatste Mount Eerie-plaat ging zijn in hele lange tijd; deze afscheidsplaat mocht niet zomaar een titel binst een immer wassende discografie worden; dit moest het eind zijn of anders een nieuw begin. Al veel te snel kwam er echter een (After), dat je niet kocht, niet eens luisterde, je vermoedde dat het wel zou gaan over het leven na haar dood maar je dacht er liever helemaal niet over na (later bleek er tussen A Crow Looked At Me en (After) nog iets dat Now Only heette te zitten, maar dat was even langs je heen gegaan, op Discogs zag je wel dat er een liedje op stond dat Tintin in Tibet heette en je dacht aan je vader die zo’n verwoede Kuifje-fanaat geweest was).

En nu dan. En nu dan weer opnieuw. Nu komt Elverum, na zestien jaar, met een nieuwe Microphones-cd op de proppen. En dan weer. Dan ga je weer. Daar ga je dan weer. Dan moet je dan toch weer. Dan moet je dan toch weer hebben. Misschien dat nieuw begin, misschien kan Elverum na Mount Eerie toch weer Microphones zijn, misschien na afscheid, misschien na afscheidsplaten, misschien. Dacht je. Dacht je allemaal. Dus je bestelde. Nu niet via een lul op feesboek, want inmiddels had je geen feesboek meer en je kunt zelf ook wel seedeetjes uit het buitenland laten komen hoor. En het kwam.

Vier pagina’s ver ben je nu. Vier pagina’s voor je kunt beginnen met zeggen of Microphones in 2020 klinkt, ja of nee, als een Microphones-plaat.

Kun je. Kun je zeggen.

Microphones in 2020 is feitelijk één heel lang liedje. Vierenveertig minuten en zevenenveertig seconden. De minimalistiese guitaar die opent klinkt inderdaad erg Microphones-achtig en had niet misstaan op, laten we zeggen, Don’t wake me up of It was hot, we stayed in the water. Het meandert. Het wiegt. Het hypnotiseert. Het is mooi. Het gaat door voor meer dan zeven minuten, een enkel betrekkelijk eenvoudig guitaarloopje, geen zang, alleen die ene guitaar die draagt, het is fantastisch hoe dat draagt, hoe het je draagt, hoe het je zweven laat. Dit zou een ochtendraga kunnen zijn denk je, je weet het niet, je hebt deze plaat nog nooit soggens kunnen drajen, alleen maar saavonts als iedereeen naar bed was want verdomme iedereen is heel de tijd maar thuis hier in dit huis en al je ochtendrituelen zijn kapot: de dingen die je deed, de platen die je draaide, de koffie die je maakte als iedereen weg was naar school en naar werk en je alleen was met huis en koffie en je gedachten en mjoeziek.

Dan vangt hij ten zingen aan. Phil Elverum. Microphones. Mount Eerie. Hoe moeten we hem noemen. Hij begint zingen. “The true state of all things” zingt hij. En: “I keep on not dying, the sun keeps on rising / I remember my life as if it’s just some / dreams that I don’t trust, burning off, layered thick, / a cargo that I haul, wounds and loves unresolved”, zingt hij. Zingt hij allemaal. De zanglijn berooft de guitaar van zijn hypnotische qualiteiten en de zang is in eerste instantie dus een verarming, geen verrijking.

Later. Meer instrumenten. Een tweede guitaar, die een slagje elektrieker lijkt dan de eerste. Drums. Bas misschien. Je weet het niet. Een beetje laweit, zo ergens rond de zestiende minuut. Orgeltje, ergens na de twintigste. Piano, niet veel later. Het komt en het gaat weer, meestentijds is het Elverums zang met dat guitaartje, dat allereerste guitaartje. Soms komt het tot een stastil, is er even niks, gaat het weer verder later.

Zang. Tekst. Een lange bewustzijnstroom. Eindeloze herinneringen. Zijn jeugd. Bijvoorbeeld: “Even deeper back into the mist: / when I was 12 or 13 on a family trip we hiked down a steep / bluff to an ocean beach in whipping rain. My little / brother’s clothes got wet from playing in the winter / waves. My parents made a fire of smoky driftwood and / we huddled in and took his wet clothes off and held him / naked above the flames. Smelling like smoke and salt on / the drive home, surely this experience explains something / about whoever it was that sang all these songs.”. Maar ook later, het werken aan de eerste Microphones-cassettes na zijn werk in de platenzaak. Later nog: de cd’s, het toeren. Herinneringen aan vrienden, aan een meer (er is altijd veel water in de teksten van Phil Elverum).

Muziek. Bands die hem geraakt hebben. Een prachtige herinnering aan een konsert van Stereolab; het overrompelende van die ervaring herken je volledig, hoewel je Stereolab nooit live zag. Ja Stereolab, dat was er nog zo één, maar dat was voor dat huis waarin je je nooit volledig thuis hebt geweten, dat was nog in die deprimerende studentenflat, een dubbelseedee van Stereolab, je was er volledig stuk van, wekenlang misschien wel.

De kracht van deze plaat is ook de zwakte. De eindeloze herinneringenstroom, de mjoeziek die meestentijds terugkeert naar de basis van het guitaarloopje plus de stem van Elverum: het is moeilijk om er, in weerwil van een hier of dare explosie of een hier of dare stastil, drie kwartier lang je volle aandacht bij te houden. Maar god, dit kon een fantastische ochtendraga zijn! (je weet het niet, je hebt deze plaat nog nooit soggens kunnen drajen, alleen maar saavonts als iedereeen naar bed was want verdomme iedereen is heel de tijd maar thuis hier in dit huis en al je ochtendrituelen zijn kapot: de dingen die je deed, de platen die je draaide, de koffie die je maakte als iedereen weg was naar school en naar werk en je alleen was met huis en koffie en je gedachten en mjoeziek.)

Microphones in 2020 is de mooiste plaat die Mount Eerie nooit maakte. Maar de echte Microphones had er misschien nog een twede seedeetje bij gevoegd, met geluidsexperimenten, korte liedjes & onzin. Misschien. Je weet het niet.

Er is geen ontkomen aan. Phil Elverum zal altijd deel van je leven zijn. Hij zal nog hopen kutplaten maken. En hij zal fantastisch zijn. Soms. Af en toe. Nu.

Bijpassende informatie

Tiny Room Records nieuwe platen

Tiny Room Records nieuwe platen albums LP’s, 12″vinyl en CD’s. Welke nieuwe albums en andere platen heeft het Nederlandse platenlabel recent uitgebracht. Recensie van nieuwe Tiny Room Records platen door Tim Donker.

Tiny Room Records nieuwe platen LP’s, 12″vinyl en CD’s

Tim Donker heeft voor MuzikaleOntdekkingen.nl een drietal nieuwe platen en albums van Tiny Room Records beluisterd en besproken.

Recensie nieuwe platen van Tiny Room Records

Tim Donker

En dan, een dag, Kleinstkamertje. Is klein, is kamertje, is mjoeziek, is hoezee. Tiny Room Records. Dat zit in Bilthoven, u weet. Is bilt is hoven is daar. Mijn opa en oma woonden daar. Sluit ik mijn ogen, zie ik mij ook vandaag nog Bilthoven binnenrijden. Samen met mijn vader, want de laatste jaren waren het meestal alleen nog maar mijn vader en ik die naar daar gingen. Want mijn zussen waren puber en mijn moeder had geen zin en mijn vader wilde niet alleen gaan en dan liet ik mij overhalen. Dan nam ik plaats op de passazjierstoel en dan gingen we. Helemaal vanuit dat Helmond waar we woonden in die dagen naar het verre Bilthoven. Onderweg langs kanaal en spoor en snelweg tot we binnenreden die stad. Bilthoven. Dan zagen we mensen en stoplichten en huizen en bomen. Het licht viel anders in Bilthoven, dat viel me telkenmale weer op. Dat het licht daar anders viel.

Combo Quazam Flight Music.

Nu zijn mijn opa en oma reeds lang onder de grond, maar Tiny Room Records is nog wel daar. In Bilthoven. Kleinstkamertje, zeg ik graag. Een klein kamertje en muziek. Dat kan alleen maar moois opleveren. En dat doet het ook. Geregeld komt er al iets vanuit kleinstkamertje regelrecht doorheen mijn brievenbus. Vaker dan me lief is valt zo’n cd dan tussen mijn recenseertafel en de muur om pas na verloop van maanden weer door mij gevonden te worden, onder het stof inmiddels maar niet minder mooi daar om. Zo gaat de weg der cd’s soms. Zo gaat het pad van de recensent soms. Het leven is datgene dat je overkwam toen je druk bezig was andere plannen te maken immers. Ik was voor de school. Ik wachtte op mijn kinderen. Ik was op mijn werk. Ik was in de speeltuin. Ik las mijn zoon voor. Ik maakte een kleuterschoolwerkje met mijn dochter. Ik zat in bad. Ik stond in de tuin overheen de heg een eind de ruimte in te plauderen met Sergio. Ik was in de winkel. Ik stond me te scheren. Ik was aan het koken. Ik was overal, maar niet aan mijn recenseertafel. Ik weet niet hoe dat gaat. Misschien heeft Gode er toch onjuist aan gedaan om een dag maar vierentwintig uur mee te geven.

Ik dacht, ik zal beter opletten. Ik leg dat daar neer, dacht ik.

En dan luisteren. En dan schrijven.

Luisteren. Luisteren naar Combo Qazam bijvoorbeeld. Weeral maanden later. Weeral maanden later luisteren naar Flight Music. Van Combo Qazam. Dat kwam uit op de dag dat ik 47 werd. En nu is het maanden later, nu is het eindejaars, nu is het december, nu zit ik, nu luister ik. Naar Flight Music. Eigenlijk een 12” vinyllen ding, maar ik kreeg het op cdr. Ik zit. Ik luister. Ik hoor. Postpunk, voornamelijk. En mathrock. Ja. De bio zegt dat het voer is voor fans van Wire, Battles, Tortoise, Beak>, Mazes, Pinback, Neu!, Can en Devo. En ik zit en ik luister en ik denk tsja. Beak> en Mazes ken ik niet en met Can en Neu! heeft dit, althans volgens mijn oren, die oren aan die kop van mij, niet zo veel te maken. Wire en Battles. Ja. Hoor ik. Devo ook een beetje inderdaad. Rumah Sakit, verdomd, hoor ik ook. Een beetje UI misschien. Maakt alles smaakvoller. (maar dan de latere UI toen de ui al bijna over datum was en de funky sexyness niet meer zo evident was). Ik hoor monotonie en herhaling. Ik hoor afgepaste en aangescherpte melodieën. Hoekig. Het angstaanjagende van de vroege postpunk, toen het werkelijk nog post punk was: dat wat direkt na punk kwam en dat nog direkter uitzichtloosheid voelen liet. Maar bij vlagen verliest het zijn zwaarte. Valt er licht doorheen het mechanische. Dan is het alsof de zon door je raam komt op een zwaarbewolkte dag. Dan is het warm en troostend. Vroeg of laat komt de dreiging weer terug, dat weet je. Een fantasties liedje als San Remi is je alles waard. Maar dan die zang die me laat denken dat ik niet weet wat ik denken moet. Vreemde, verwarrende muziek is dit. Het zuigt me naar binnen. Het hypnotiseert me. Het houdt me vast. Het slingert me heen en weer. Het drukt mijn kop in de modder. Het legt me te drogen in de zon. Het geeft. Het neemt. Aan het einde heb ik het niet onprettig gevonden.

LogOut

Is wat. Is dat. Is kleinstkamertje. Kleinstkamertje ook: is LogOut. De plaat heet E∆Ω/EKEI. Ook een 12”, dit. Altmodies als ik ben, heb ik eeuwige trouw gezworen aan mijn cd-speler dus ook ditmaal hoor ik het aan op cdr. Die LogOut gasten, dat zijn dan zeker Grieken ofzo. Hoewel ik stuitte op een andere plaat van LogOut en die heette gewoon Paper Plane Flight Recorder. Dat was folk, althans wel gedurende de drie minuten dat ik naar Paper Plane Flight Recorder luisterde. Een soort van oerfolk, de folk die folk was voor er neo- of freak- of dark- aan toegevoegd werd. Een zonnig soort folk, een hippie-achtig soort folk, een naïef soort van folk; vrij van cynisme en somberte. Dat de jaren nog de jaren zestiger waren, en dat het okee was om een bloemenkrans op je kop te hebben (una corona de flores – moet je nu eens mee aankomen!), en liefde te prediken en alle dagen ondraaglijk blij te zijn. Uit dit soort folk is ook E∆Ω / Ekei opgetrokken, maar wel met wat toevoegingen. Er zijn veel meer instrumenten dan in folk gebruikelijk zijn, en er zijn met name niet-akoestische instrumenten! Ge zoudt om minder uit de folkbond geschopt worden! (hoor ik daar een synth?! hoor ik daar een drumcomputer?!!) Je zou dit dreampop kunnen noemen, sommige mensen doen dat. Dreampop is vaak akelig kleverig, en dat is helaas ook de zwakte van E∆Ω / Ekei. Deze plaat is lief. God wat is deze plaat lief. Zo zoet en zonnig. Zo licht en zo niks aan de hand. Misschien is het mijn afwijking dat ik mijn mjoeziek gaarne een tint duisterder heb, en minstens zestig tinten duisterder dan dit. Een aarzelend lofi-miniatuurtje als Kuματα of het slaperige Γκρι kan ik nog wel hartvoelend mooi vinden, maar de ondraaglijke lichtheid van het gros van deze plaat werkt me toch een beetje op mijn zenuwen. Die zang, die mierzoete zang! Niet iedereen hoeft de longen uit zijn lijf te rochelen & niet alles hoeft death metal te zijn maar als ik na een plaat de onbedwingbare behoefte heb mijn tanden te gaan poetsen is er toch ook iets mis. Geen plaat voor “close listening” of “deep listening”, wel een hele fijne plaat om op te hebben als je samen met je vijfjarige dochter en je zevenjarige zoon de afwas doet of kookt of de boekenkast afstoft. En zeg nu zelf: sinds Rutte begin oktober Nederland officieel transformeerde in een dictatuur (of minstens een totaal fascistoïde “post-democratie”) met de doodenge formule “wees niet die eigenwijze Nederlander” (lees: vanaf heden is het u verboden anders te denken dan uw minister-president), is het toch fijn de onbekommerde blijheid nabij uw platenspeler te hebben.

Moonchy & Tobias III

Is ook. Is kleinstkamertje, is ook hippie en love and peace and happiness een bloempje in het haar doe net alsof je gek bent en hou toch van elkaar. Is fijn. Is omdat kan. Mijn dochter houdt van een poster van een kat met een paarse bloemenkrans op zijn kop (ja ik zeg zijn want niet alle katten zijn vrouwtjes hoor dus u hoeft niet altijd met haar en ze naar een kat te verwijzen) (als het aan de kat lag kocht ze whiskas). Is fijn. De getoonzette kat met een paarse bloemenkrans op zijn kopje. O wat zijn wij heden blij. Maar niet alle dagen, en daarom vond ik III van Moonchy en Tobias nog een slagje mojer dan ik m gevonden had als ik niet eerst naar E∆Ω / Ekei had geluisterd. Tobias, dat is Todd Tobias. Van cd’s als Impossible cities (geïnspireerd op een boek van Italo Calvino & er zijn heel wat mindere schrijvers waardoor je je kunt laten inspireren) en Gila Man en van een of andere samenwerking met zo’n Guided By Voices-gast (hier begon ik in te dommelen want Guided By Voices zou zeker in mijn top tien van meest overschatte bands allertijden komen, zeg het niet tegen Stefan want ik mag die man en ik zou niet willen dat hij boos op mij werd). Moonchy is Pat Moonchy en daar had ik eerlijk gezegd nog nooit van gehoord. De cd-titel doet vermoeden dat de twee al eerder samenwerkten maar ook dat is mij eventjes ontgaan. Maar wat je niet kent, kan je nog verrassen en III laat dat dan ook niet na.

De eerste sekonden van opener Dubium (oja, heel deze plaat is in het Latijn, had ik dat nog niet gezegd?) deden nog licht Floydiaans aan, maar dat was gelukkig snel voorbij. Gelukkig ik zeg, niet omdat Pink Floyd slecht zou zijn (in mijn twintigs was ik zelfs nogal “fan” van deze band en nog altijd vind ik een drie- of viertal platen uit hun oeuvre bloeder nog dan bloedmooi) maar eerder omdat Floydiaans klinken beter aan Pink Floyd zelve overgelaten wordt (die hebben na The Final Cut al nooit meer écht Floydiaans weten te klinken) (& nee, The Final Cut is niet één van die drie of vier platen waar ik daarnet op doelde, zó goedkoop ben ik nu ook weer niet).

De paden van Moonchy & Tobias zijn eerder duister dan symfonisch (symfonisch! hoor mij bezig!). Mysterieus, klassiek, darkwave, postrock, ambient, ijl, dromerig, zacht, wiegend, darkfolk, verstilling: het zijn zomaar wat van de sferen die aan mijn oor voorbij trokken in het halve uur dat III duren mag. De eerste keer onvoorbereid. Zat ik daar. Met koptelefoon (want mijn vrouw keek naar een of andere cabaretier op televisie). De stem van Pat Moonchy, die soms iets operaesk had, een Diamanda Galás in herinnering roepende theatraliteit, maar vaker nog fluisterzacht klonk en dan ging het niet meer om Galás maar om kleine kamertjes en port en liefde (deze opsomming klinkt wellicht ranziger dan ik bedoel). Een mens kan zweven op die stem. Ik leg me neder op Pat Moonchy’s stem en ik zweef. Doorheen mijn kamer, het raam uit, de inktzwarte hemel in. Daar, in diepe duisternis, is III sowieso meer op zijn plaats dan hier: tussen de te felle plafondlamp en het houten tafelblad (waarop ik nog wat gesmolten kaas kruimels van het avondeten ontwaar). Eigenlijk zou ik deze cd na het middernachtelijk uur moeten luisteren in een diep en donker woud. Deze cd ís een diep en donker woud na het middernachtelijk uur! III deed me weer beseffen waarom ik zoveel van muziek hou.

En dat is kleinstkamertje, is Tiny, is Rooms. Drie totaal verschillende platen. Het is niet altijd spek voor mijn bek maar ik wil minimaal een keer in de week God op mijn blote knieën bedanken dat Tiny Rooms bestaat.

Bijpassende muziek en informatie

Zanger Zangeres Muzikant Overleden 2021

Zanger Zangeres Muzikant Overleden 2021? Welke bekende zangers, zangeressen, muzikanten, componisten, dirigent en andere belangrijke mensen die actief zijn geweest in de muziek zijn er in 2021 overleden?

Hierop vind je op deze pagina antwoord. In de uitgebreide maandoverzichten zijn in ieder geval de datum van overlijden, geboortedatum, activiteiten en het genre waarin de overleden personen actief waren opgenomen.


advertentie





Zanger zangeres muzikant overleden 2021

Daarnaast vind je bij een flink aantal zangers, zangeressen, muzikanten, componisten, dirigenten en andere bekende personen die actief waren in de muziek meer gegevens over de carrière en de boeken waarmee ze bekend en beroemd zijn geworden. Het overzicht van zangers zangeressen en muzikanten overleden 2021 is chronologisch opgebouwd en de meest recente datum staat bovenaan.

Overleden in januari 2021

Overleden op 3 januari 2021

  • Gerry Marsden (78 jaar)
    Engelse popzanger
    overleden in Arrowe Park Hospital, Uptown, Engeland
    geboren op 24 september 1942
    geboorteplaat: Toxteth, Liverpool, Engeland
    Band: Gerry and the Pacemakers

advertentie





Bijpassende muziek en informatie

Zanger Zangeres Muzikant Overleden 2020

Zanger Zangeres Muzikant Overleden 2020? Welke bekende zangers, zangeressen, muzikanten, componisten, dirigent en andere belangrijke mensen die actief zijn geweest in de muziek zijn er in 2020 overleden?

Hierop vind je op deze pagina antwoord. In de uitgebreide maandoverzichten zijn in ieder geval de datum van overlijden, geboortedatum, activiteiten en het genre waarin de overleden personen actief waren opgenomen.


advertentie





Zanger zangeres muzikant overleden 2020

Daarnaast vind je bij een flink aantal zangers, zangeressen, muzikanten, componisten, dirigenten en andere bekende personen die actief waren in de muziek meer gegevens over de carrière en de boeken waarmee ze bekend en beroemd zijn geworden. Het overzicht van zangers zangeressen en muzikanten overleden 2020 is chronologisch opgebouwd en de meest recente datum staat bovenaan.


Overleden in december 2020

Overleden op 17 december 2020

  • Stanley Cowell (78 jaar)
    Amerikaanse jazzpianist en componist
    overleden in Dover, Delaware, Verenigde Staten
    geboren op 5 mei 1941
    geboorteplaats: Toledoa, Ohio, Verenigde Staten

Overleden op 16 december 2020

  • Carl Mann (77 jaar)
    Amerikaanse rock ‘n roll zanger
    overleden in Jackson, Tennessee, Verenigde Staten
    geboren op 22 augustus 1942
    geboorteplaats: Huntingdon, Tennessee, Verenigde Staten

Overleden op 12 december 2020

  • Charley Pride (86 jaar)
    Afro-Amerikaanse countryzanger
    overleden in Dallas, Texas
    doodsoorzaak: corona (COVID 19)
    geboren op 18 maart 1934
    geboorteplaats: Sledge, Mississippi, Verenigde Staten

Overleden in november 2020

Overleden op 26 november 2020

  • Allan Botschinsky (80 jaar)
    Deense jazztrompettist en componist
    geboren op 29 maart 1940
    geboorteplaats: Kopenhagen, Denemarken

Overleden op 14 november 2020

  • Des O’Connor (88 jaar)
    Engelse komiek, zanger en entertainer
    overleden in Buckinghamshire, Engeland
    geboren op 12 januari 1932
    geboorteplaats: Stepney, Londen, Engeland

Overleden op 8 november 2020

  • Oscar Benton (71 jaar)
    Nederlandse blueszanger
    Echte naam: Ferdianad van Eis
    overleden in IJmuiden, Noord-Holland
    doodsoorzaak: hartstilstand
    geboren op 3 februari 1949
    geboorteplaats: Haarlem, Noord-Holland

Overleden op 5 november 2020

  • Len Barry (78 jaar)
    Amerikaanse zanger, songwriter en producer
    overleden in Philadelphia, Pennsylvania, Verenigde Staten
    doodsoorzaak: beenmergkanker
    geboren op 12 juni 1942
    geboorteplaats: Philadelphia, Pennsylvania

Overleden op 4 november 2020

  • Ken Hensley (75 jaar)
    Engelse rocktoetsenist, gitarist en zanger
    overleden in Agost, Alicante, Spanje
    geboren op 24 augustus 1945
    geboorteplaats: Plumstead, London, Engeland
    Band: Uriah Heep (1969-1980)

Overleden in oktober 2020

Overleden op 26 oktober 2020

  • Stan Kesler (92 jaar)
    Amerikaanse jazzgitarist, -bassist en componist
    overleden in Murfreesboro, Tennessee, Verenigde Staten
    geboren op 11 augustus 1928
    geboorteplaats: Abbevile, Tennessee, Verenigde Staten

Overleden op 25 oktober 2020

  • Jan Boerman (97 jaar)
    Nederlandse componist en pianist
    overleden in Den Haag
    geboren op 30 juni 1923
    geboorteplaats: Den Haag

Overleden op 23 oktober 2020

  • Jerry Jeff Walker (78 jaar)
    Amerikaanse countryzanger en songwriter
    overleden in Austin, Texas, Verenigde Staten
    geboren op 16 maart 1942
    geboorteplaats: Oneonta, New York, Verenigde Staten

Overleden op 19 oktober 2020

  • Spencer Davis (81 jaar)
    Welshe rockzanger en gitarist
    overleden in Los Angeles, Verenigde Staten
    geboren op 17 juli 1939
    geboorteplaats: Bon-y-maen, Wales
    Band: The Spencer Davis Group
  • Tony Lewis (62 jaar)
    Engelse rockbassist en songwriter
    overleden in Londen, Engeland
    geboren op 21 december 1957
    geboorteplaats: East End, Londen
    Band: The Outfield (1984-2014)

Overleden op 17 oktober 2020

  • Toshinori Kondo / 近藤等則 (71 jaar)
    Japanse jazzsaxofonist
    overleden in Kawasaki, Japan
    geboren op 15 december 1948
    geboorteplaats: Imanari, Japan

Overleden op 6 oktober 2020

  • Johnny Nash (80 jaar)
    Amerikaanse zanger en songwriter
    overleden in Houston, Texas, Verenigde Staten
    geboren op 19 augustus 1940
    geboorteplaats: Houston, Texas
  • Eddy Van Halen (65 jaar)
    Nederlands-Amerikaanse rockgitarist
    overleden in Santa Monica, Californië, Verenigde Staten
    geboren op 26 januari 1955
    geboorteplaats: Amsterdam, Nederland
    Band: Van Halen (1972-2020)
  • Tony Vos (89 jaar)
    Nederlandse saxofonist, componist en producer
    geboren op 29 april 1931
    geboorteplaats: Eindhoven, Noord-Brabant

Overleden in september 2020

Overleden op 23 september 2020

  • Juliette Gréco (93 jaar)
    Franse zangeres en actrice
    overleden in Ramatuelle, Frankrijk
    geboren op 7 februari 1927
    geboorteplaats: Montpellier, Frankrijk

Overleden op 19 september 2020

  • Lee Kerslake (73 jaar)
    Engelse rockdrummer
    geboren op 16 april 1947
    geboorteplaats: Winton, Bournemouth, Engeland
    band: Uriah Heep (1971–1979/1981–2007)

Overleden op 16 september 2020

  • Roy C. (81 jaar)
    Amerikaanse soulzanger en songwriter
    echte naam: Roy Charles Hammond
    overleden in Allendale County, South Carolina
    geboren op 3 augustus 1939
    geboorteplaats: Newington, Georgia, Verenigde Staten

Overleden op 15 september 2020

  • Caroline Kaart (88 jaar)
    Schots-Nederlandse operazangeres
    overleden in Rosa Spier Huis, Laren, Noord-Holland
    geboren op 21 december 1931
    geboorteplaats: Blackness, Schotland

Overleden op 11 september 2020

  • Reggie Johnson (79 jaar)
    Amerikaanse jazzbassist
    overleden in Bern, Zwitserland
    geboren op 13 september 1940
    geboorteplaats: Owensboro, Kentucky, Verenigde Staten

Overleden op 4 september 2020

  • Annie Cordy (92 jaar)
    Belgische zangeres en actrice
    echte naam: Léonia Juliana barones Cooreman
    overleden in Vallauris, Frankrijk
    geboren op 16 juni 1928
    geboorteplaats: Laken, Brussel, België
  • Gary Peacock (85 jaar)
    Amerikaanse jazzbassist
    overleden in New York, Verenigde Staten
    geboren op 12 mei 1935
    geboorteplaats: Burley, Idaho, Verenigde Staten
  • Lucille Starr (82 jaar)
    Canadese countryzangeres en songwriter
    echte naam: Lucille Marie Raymonde Savoie
    overleden in Las Vegas, Nevada, Verenigde Staten
    geboren op 13 mei 1938
    geboorteplaats: St. Boniface, Canada

Overleden in augustus 2020

Overleden op 25 augustus 2020

  • Cora Canne Meijer (91 jaar)
    Nederlandse operazangeres. mezzosopraan
    overleden in Laren, Noord-Holland
    geboren op 11 augustus 1929
    geboorteplaats: Amsterdam
  • Itaru Oki / 沖 至 (78 jaar)
    Japanse jazztrompettist en kornettist
    geboren op 10 september 1941
    geboorteplaats: Kobe, Japan

Overleden op 14 augustus 2020

  • Julian Bream (87 jaar)
    Engelse klassieke gitarist en luitspeler
    overleden in Donhead St. Andrew, Engeland
    geboren op 15 juli 1933
    geboorteplaats: Londen

Overleden op 13 augustus 2020

  • Steve Grossman (69 jaar)
    Amerikaanse jazzsaxofonist
    geboren op 18 januari 1951
    geboorteplaats: Brooklyn, New York City

Overleden op 11 augustus 2020

  • Trini Lopez (83 jaar)
    Amerikaanse zanger
    overleden in Palm Springs, Californië, Verenigde Staten
    doodsoorzaak: corona (COVID-19)
    geboren op 15 mei 1937
    geboorteplaats: Dallas, Texas, Verenigde Staten

Overleden op 6 augustus 2020

  • Wayne Fontana (74 jaar)
    Engelse popzanger
    echte naam: Glyn Geoffrey Ellis
    overleden in Stockport, Engeland
    geboren op 28 oktober 1945
    geboorteplaats: Manchester, Engeland

Overleden op 5 augustus 2020

  • Agathonas Iakovidis / Αγάθονας Ιακωβίδης (65 jaar)
    Griekse zanger
    overleden in Thessaloniki, Griekenland
    geboren op 2 januari 1955
    geboorteplaats: Evangelismos, Griekenland

Overleden op 2 augustus 2020

  • Leon Fleisher (92 jaar)
    Amerikaanse klassiek componist en dirigent
    overleden in Baltimore, Maryland,  Verenigde Staten
    geboren op 23 juli 1928
    geboorteplaats: San Francisco, Californië

Overleden in juli 2020

Overleden op 28 juli 2020

  • Zou Diarra (60 jaar)
    Malinese muzikant, componist en instrumentenbouwer
    overleden in Elst, Gelderland, Nederland
    doodsoorzaak: hartaanval
    geboren op 1 juli 1960
    geboorteplaats: Mali

Overleden op 21 juli 2020

  • Annie Ross (89 jaar)
    Brits-Amerikaanse jazzzangeres
    overleden in New York City, Verenigde Staten
    geboren op 25 juli 1930
    geboorteplaats: Mitcham, Londen, Engeland

Overleden op 6 juli 2020

  • Charlie Daniels (83 jaar)
    Amerikaanse countryzanger en gitarist
    overleden in Hermitage, Tennessee, Verenigde Staten
    doodsoorzaak: beroerte
    geboren op 28 oktober 1936
    geboorteplaats: Leland, North Carolina, Verenigde Staten
    Band: The Charlie Daniels Band

  • Ennio Morricone (91 jaar)
    Italiaanse componist en dirigent
    overleden in Rome, Italië
    geboren op 10 november 1928
    geboorteplaats: Rome, Italië
    doodsoorzaak: gevolgen van een val

Overleden op 5 juli 2020

  • Cleveland Eaton (80 jaar)
    Amerikaanse jazz- en funkbassist
    overleden in Birmingham, Alabama, Verenigde Staten
    geboren op 31 augustus 1938
    geboorteplaats: Fairfield, Alabama

Overleden in juni 2020

Overleden op donderdag 18 juni 2020

  • Vera Lynn (103 jaar)
    Engelse zangeres
    overleden in Engeland
    geboren op 20 maart 1917
    geboorteplaats: East Ham, Essex, Engeland

Overleden in mei 2020

Overleden op zondag 10 mei 2020

  • Betty Wright (66 jaar)
    Amerikaanse soulzangeres
    echte naam: Bessie Regina Norris
    overleden in Miami, Florida, Verenigde Staten
    doodsoorzaak: kanker
    geboren op 21 december 1953
    geboorteplaats: Miami, Florida, Verenigde Staten

Overleden op zaterdag 9 mei 2020

  • Little Richard (87 jaar)
    Amerikaanse rock ‘n roll zanger
    echte naam: Richard Wayne Penniman
    overleden in de Verenigde Staten
    doodsoorzaak: kanker
    geboren op 5 december 1932
    geboorteplaats: Macon, Georgia, Verenigde Staten

Overleden op woensdag 6 mei 2020

  • Brian Howe (66 jaar)
    Engelse rockzanger
    overleden in Lake Placid, Florida, Verenigde Staten
    geboren op 22 juli 1953
    geboorteplaats: Portsmouth, Engeland
    leadzanger van Bad Company (1986-1994)

Overleden op dinsdag 5 mei 2020

  • Sweet Pea Atkinson (74 jaar)
    Amerikaanse R&B en rockzanger
    echte naam: Hillard Atkinson
    overleden in Los Angeles, Californië, Verenigde Staten
    doodsoorzaak: hartaanvak
    geboren op 20 september 1945
    geboorteplaats: Oberlin, Ohia, Verenigde Staten
    zanger van Was (Not Was)
  • Ciro Pessoa (62 jaar)
    Braziliaanse singer songwriter
    overleden in São Paulo, Brazilië
    doodsoorzaak: Corona (COVID-19) tijdens een kankerbehandeling
    geboren op 12 juni 1957
    geboorteplaats: São Paulo, Brazilië
  • Millie Small (72 jaar)
    Jamaicaanse zangeres
    overleden in Londen, Engeland
    doodsoorzaak: beroerte
    geboren op 6 oktober 1947
    geboorteplaats: Clarendon, Jamaica
    grootste hit: My Boy Lollipop (1962)

Overleden op zaterdag 2 mei 2020

  • Richie Cole (72 jaar)
    Amerikaanse jazzsaxofonist en componist
    overleden in Carnegie, Pennsylvania, Verenigde Staten
    geboren op 29 februari 1948
    geboorteplaats: Trenton, New Jersey, Verenigde Staten
  • Idir (70 jaar)
    Algerijnse singer songwriter
    echte naam: Hamid Cheriet
    overleden in Parijs, Frankrijk
    doodsoorzaak: longziekte
    geboren op 25 oktober 1949
    geboorteplaats: Beni Yenni, Algerije

Overleden in april 2020

Overleden op  zondag 12 april 2020

  • Louis van Dijk (78 jaar)
    Nederlandse pianist
    overleden in Laren, Noord-Holland
    doodsoorzaak: ziekte van Alzheimer
    geboren op 27 november 1941
    geboorteplaats: Amsterdam

Overleden in maart 2020

Overleden op maandag 30 maart 2020

    • Bill Withers (81 jaar)
      Amerikaanse soulzanger en songwriter
      sterfplaats: los Angeles, Verenigde Staten
      doodsoorzaak: hartfalen
      geboren op 4 juli 1938
      geboorteplaats: Slab Fork, West Virginia, Verenigde Staten
      LP’s en CD’s van Bill Withers >

Overleden op woensdag 25 maart 2020

  • Liesbeth List (78 jaar)
    Nederlandse zangeres, chanonière
    overleden in Soest, Nederland
    geboren op 12 december 1941
    geboorteplaats: Bandoeng, Nederlands-Indië (nu: Indonesië)

Overleden op dinsdag 24 maart 2020

  • Manu Dibango (86 jaar)
    Kameroense sxxofonist, zanger en bandleider
    overleden in Parijs, Frankrijk
    doodsoorzaak: corona-virus
    geboren op 12 december 1933
    geboorteplaats: Douala, Kameroen

Overleden op vrijdag 20 maart 2020

 

  • Kenny Rogers (81 jaar)
    Amerikaanse country zanger en songwriter
    overleden in Colbert, Georgia, Verenigde Staten
    geboren op 21 augustus 1938
    geboorteplaats: Houston, Texas

Overleden op donderdag 19 maart 2020

  • Aurlus Mabélé (66 jaar)
    Congolese soukous zanger en songwriter
    overleden in Parijs, Frankrijk
    doodsoorzaak: beroerte in combinatie met corona
    geboren op 26 oktober 1956
    geboorteplaats: Brazzaville, Frans-Congo

Overleden op maandag 16 maart 2020

  • Sergio Bassi (68/69 jaar)
    Italiaanse folkzanger en songwriter
    overleden in Crema, Lombardije, Italië
    doodsoorzaak: corona
    geboren in 1951
    geboorteplaats: Cordogno, Lombardije, Italië

Overleden op maandag 9 maart 2020

  • Eric Taylor (70 jaar)
    Amerikaanse folkzanger en songwriter
    overleden in Austin, Texas, Verenigde Staten
    doodoorzaak: leverziekte
    geboren op 25 september 1949
    geboorteplaats: Atlanta, Georgia

Overleden op zaterdag 7 maart 2020

  • Laura Smith (67 jaar)
    Canadese folkzangeres en songwriter
    overleden in Mahone Bay, Nova Scotia, Canada
    doodsoorzaak: kanker
    geboren op 18 maart 1952
    geboorteplaats: London, Ontario, Canada

Overleden op woensdag 4 maart 2020

  • Barbara Martin (76 jaar)
    Amerikaanse soulzangeres
    overleden in Detroit, Michigan, Verenigde Staten
    geboren op 16 juni 1943
    geboorteplaats: Detroit, Michigan, Verenigde Staten

Overleden op maandag 2 maart 2020

  • Peter Wieland (89 jaar)
    Duitse zanger en entertainer
    Echte naam: Ralf Sauer
    overleden in Berlijn, Duitsland
    geboren op 6 juli 1930
    geboorteplaats: Stralsund, Duitsland

Overleden in februari 2020

Overleden op vrijdag 28 februari 2020

  • Bob Fosko (64 jaar)
    Nederlandse zanger, bandleider, tv-maker en acteur
    Echte naam: Geert Timmers
    overleden in Amsterdam
    geboren op 4 oktober 1955
    geboorteplaats: Baarn, Utrecht
    Doodsoorzaak: slokdarmkanker

Overleden in januari 2020

Overleden op woensdag 15 januari 2020

  • Chris Darrow (75 jaar)
    Amerikaanse country rock muzikant, singer songwriter
    speelde in Kaleidoscope en  Nitty Gritty Dirt Band
    overleden in de Verenigde Staten
    geboren op 30 juli 1945
    geboorteplaats: Sioux Falls, South Dakota

Overleden op dinsdag 14 januari 2020

  • Chamín Correa (90 jaar)
    Mexicaanse gitarist
    overleden in Cuernavaca, Mexico
    geboren op 4 december 1929
    geboorteplaats: Mexico-Stad, Mexico
  • Naděžda Kniplová (87 jaar)
    Tsjechische operazangeres, sopraan
    geboren op 18 april 1932
    geboorteplaats: Ostrava, Tsjechië

Overleden op vrijdag 10 januari 2020

  • Wolfgang Dauner (84 jaar)
    Duitse jazzpianist
    overleden in Stuttgart, Duitsland

Overleden op donderdag 9 januari 2020

  • Bobby Comstock (78 jaar)
    Amerikaanse popzanger ( Bobby Comstock and the Counts)
    overleden in Ithaca, New York, Verenigde Staten

Overleden op donderdag 7 januari 2020

  • Neil Peart (67 jaar)
    Canadese rockdrummer (Rush)
    overleden in Santa Monica, Californië, Verenigde Staten
    doodsoorzaak: hersentumor

Overleden op zaterdag 4 januari 2020

  • Emanuel Borok (75 jaar)
    Russisch-Amerikaanse violist
    overleden in Dallas, Texas, Verenigde Staten

Overleden op donderdag 2 januari 2020

  • Tom Mulder (72 jaar)
    Nederlandse radio DJ
    overleden in Abcoude, Nederland
    geboren op 16 februari 1947
    geboorteplaats: Amsterdam, Nederland

Overleden op woensdag 1 januari 2020

  • Lexii Alijai (21 jaar)
    Amerikaanse rapster
    overleden in Minneapolis, Minnesota, Verenigde Staten
    Jaap Schröder (94 jaar)
    Nederlandse dirigent en violist
    overleden in Amsterdam

advertentie





Bijpassende Muziek en Informatie

Nieuwe LP’s 2021

Nieuwe LP’s 2021 Recensie tips nieuwe albums. Wat zijn de meest interessante en beste LP’s in 2021? Welke nieuwe albums verschijnen er in 2021 en op welke datum? 

Nieuwe LP’s 2021 Tips recensie tips nieuwe albums op cd en vinyl

Op deze pagina is het overzicht van nieuwe LP’s 2021 te vinden. Uiteraard is informatie over de LP opgenomen. Daarnaast gegevens over de datum van verschijnen. Bovendien kun je hier, voor zover gemaakt, de recensie en waardering van de LP lezen.


Nieuwe LP’s en CD’s 2021 Overzicht

De nieuwe LP’s zijn ingedeeld op maand van verschijnen en de naam van de uitvoerenden. Bovendien is de datum vermeld waarop het album verkrijgbaar is. De links verwijzen naar uitgebreide informatie en bestelmogelijkheden van de LP’s en CD’s.

LP’s en CD’s in januari 2021


LP’s en CD’s in februari 2021


LP’s en CD’s in maart 2021


LP’s en CD’s in april 2021


Bijpassende muziek en informatie

Nieuwe LP’s 2020 Recensie Nummers en Informatie

Nieuwe LP’s 2020 Recensie Nummers en Informatie. Wat zijn de interessante en beste LP’s 2020? Welke nieuwe albums verschijnen er in 2020 en op welke datum? 

Nieuwe LP’s 2020 Recensie Nummers Waardering en Informatie

Op deze pagina is het overzicht van nieuwe LP’s 2020 te vinden. Uiteraard is informatie over de LP opgenomen. Daarnaast gegevens over de datum van verschijnen. Bovendien kun je hier, voor zover gemaakt, de recensie en waardering van de LP lezen.

Nieuwe LP’s 2021 Overzicht

De nieuwe LP’s zijn ingedeeld op maand van verschijnen en de naam van de uitvoerenden…Nieuwe LP’s 2021 >


Nieuwe LP’s 2020 Overzicht

De nieuwe LP’s zijn ingedeeld op maand van verschijnen en de naam van de uitvoerenden.

LP’s in maart 2020

Benedict You Can Tell Me Nothing That I Should LP RecensieBenedict – You Can Tell Me Nothing That I Should
maart 2020 | indie pop, indie rock
recensie van Tim Donker
Dit is wel gewoon een hele fijne plaat. Fijn omdat het plaat is. Fijn omdat het geen muisklik is…lees verder >

LP’s in februari 2020

Raymond van het Groenewoud Speel LP RecensieRaymond van het Groenewoud – Speel
14 februari 2020 | pop
Plaat met nieuwe liedjes uitgebracht ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Raymond van het Groenewoud op 14 februari 2020…lees verder >

The Kik Jin LP RecensieThe KikJin
14 februari 2020 | Nederpop
The Kik vindt zichzelf op Jin als het ware opnieuw uit met synthesizers…lees verder >

Daniël Lohues Sowieso LP RecensieDaniël LohuesSowieso
28 februari 2020 | folk, pop, singer songwriter
Sommige songs in één keer opgenomen met de band waar ik de laatste jaren zo graag mee speel, andere nummers in dezelfde studio, in mijn eentje bij een schemerlamp…lees verder >

  • Ásgeir – Bury the Moon
    electronic, pop | 7 februari 2020
  • Rose Cousins – Bravado
    folk, singer songwriter | 21 februari 2020
  • Demons & Wizzards – III
    metal | 21 februari 2020
  • Discharge – Protest ans Survive: The Anthology
    punk | 21 februari 2020
  • Douglas Dare – Milkteeth
    pop | 21 februari 2020
  • The Hanging Stars – A New Kind of Sky
    folk | 21 februari 2020
  • Sonny Landreth – Blacktop Run
    blues | 21 februari 2020
  • Lanterns on the Lake – Spook the Herd
    pop | 21 februari 2020
  • Lost Society – No Absolution
    metal | 21 februari 2020
  • Pat Metheny – From This Place
    jazz | 21 februari 2020
  • Agnes Obel – Myopia
    folk, pop singer songwriter | 21 februari 2020
  • Pictish Trail – Thumb World
    pop | 21 februari 2020
  • The Rat Boys – Click
    pop, rock | 14 februari 2020
  • Real Estate – The Main Thing
    pop, rock | 28 februari 2020
  • Sepultura – Quadra
    metal | 7 februari 2020
  • Six Organs of Admittance – Companion Rises
    folk, rock | 21 februari 2020
  • Stone Temple Pilots – Perdida
    rock | 7 februari 2020
  • Terrifiant – Terrifiant
    metal: 21 februari 2020

LP’s in januari 2020 Tips

Stef Bos Tijd LP CD Recensie en TracklistStef BosTijd om te gaan leven
30 januari 2020 | luisterlied
Tijdens de solo tour en in de zomer van 2019 in Kaapstad werd de basis gelegd voor nieuwe songs…lees verder >

DeWolff Tascam Tapes LP RecensieDeWolff – Tascam Tapes
10 januari 2020 | bluesrock
Tascam Tapes werd geschreven en opgenomen on the road voor nog geen 50 euro maar klinkt fantastisch…lees verder >

Eefje Visser Bitterzoet LP RecensieEefje de Visser – Bitterzoet
24 januari 2020 | nederpop, singer songwriter
Donkere drums, dromerige synths en een catchy en zwoele sound kenmerken de LP Bitterzoet…lees verder >

Meer LP’s in januari 2020


advertentie





LP’s in maart 2020 Tips

Bijpassende Muziek en Informatie