Tagarchief: singer songwriter

HAITZE – We’re All Kids Single

HAITZE We’re All Kids Single informatie, gegevens en beluisteren. Op vrijdag 27 november verschijnt de nieuwe single We’re All Kids van de uit Friesland afkomstige singer songwriter Haitze de Vries met zijn band HAITZE.

Haitze We’re All Kids Single

De single We’re All Kids’ is door de band HAITZE samen met Geosy Kleefman van de band GirlsGirlsGirls geschreven en gaat over de angst die er is om fouten te maken,  terwijl het niet erg is om fouten te maken want. Je kunt de single op Soundcloud beluisteren.

We’re All Kinds Informatie

  • Titel: We’re All Kids
  • Uitvoerende: HAITZE featuring Geozy
  • Verschenen: 27 november 2020
  • Muziek: indiepop, emo punkpop
  • Beluisteren via Soundcloud

Debuut EP Rectify van HAITZE

De debuut-EP ‘Rectify’ van HAITZE had dit jaar groots uitgebracht moeten worden, maar de daaraan gekoppelde tour kon vanwege corona niet doorgaan. Haitze heeft echter niet stilgezeten en is druk bezig geweest met het schrijven en componeren van nieuwe nummers.

Naar verwachting zal in 2021 meer nieuw werk van HAITZE gaan verschijnen.

HAITZE We’re All Kids Single

Bijpassende muziek en informatie

Tommaso Mantelli – 9 Useless Tunes

Tommaso Mantelli 9 Useless Tunes recensie en informatie over de nummers op de nieuwe CD.

Tommaso Mantelli 9 Useless Tunes Recensie en Informatie CD

Recensie van Tim Donker

Waarom valt alles altijd tegen? Bijvoorbeeld dat je zit, en dat het stil is, en dat je drinkt en het is dat biertje dat je had meegenomen uit Denenmarken, dat biertje dat je zo lekker leek, dat biertje in die mooie fles, je weet de winkel nog waar je het vond, je weet nog hoe opgetogen je was toen je het vond en dat je dacht die ga ik mee naar huis nemen, die ga ik bewaren, en je nam naar huis, je bewaarde, je bewaarde voor een speciale gelegenheid maar er kwam nooit een speciale gelegenheid, altijd maar de dagen die de dagen zijn & de avonden evenzo en toen, op een nacht in één van de eerste weken dat de hele wereld gek geworden was dacht je dat dit maar die gelegenheid moest zijn, dat je maar moest drinken op een krankzinnige wereld waarin virologen de nieuwe hogepriesters waren en de rivm de dienst uitmaakte en de mens zich welwillend had laten robotiseren, welaan, daar dan, daar drink je op, op het servitude volontaire van La Boétie, en het is stil, en je drinkt, en gans verkeerd is het biertje niet nee maar na ruim anderhalf jaar bewaren en wachten op nooitkomende speciale gelegenheden had je het toch wel een pak of twee specialer gehoopt & waarom valt alles altijd tegen, is wat je denkt.

En je loopt de post te bezorgen in ergens een wijk waar je zelden de post loopt te bezorgen, en het is van dat weer dat eigenlijk geen weer is want het is niet warm en het is niet koud en het regent niet en de zon schijnt niet en het is wat grijzig maar niet echt dreigend en er staat geen wind en je loopt maar en de mensen op straat en je groet en je grijnst en je zegt hier of daar eens wat, vannutzelfde zeg je, of nee inderdaad zeg je, of het mocht iets warmer zijn zeg je, zeg je allemaal, en je loopt, en bij ergens een huis moet je Filosofie Magazine bezorgen. Filosofie Magazine, zie daar nu eens een blad dat je al in geen 27 jaar nog in handen hebt gehad. Vroeger. Ja. Vroeger. In je studentenjaren. Toen las je het veel. Dan ging je dat verdomde studentenkamertje van je eens af, die gore lelijke deprimerende rotflat uit (die goorder lelijker en deprimerender nog was omdat Femke er nooit kwam al kon je haar geen ongelijk geven), dan liep je naar station Overvecht, want in die dagen ging je nog wel eens met de trein want in die dagen hoefde je nog niet gekneveld in de trein te zetten omdat Rutte dat gezeid haadt, in die dagen was er van heel geen Rutte nog sprake, wat een mooie dagen eigenlijk & waarom heb je er niet een beetje meer van genoten?, goed, met de trein ging je, één stationnetje ver, Utrecht Centraal, daar stapte je uit, en in die stationshal daar, waar je toen je weg nog vinden kon (ga er nu eens kijken, zelden iets angstaanjagenders gezien), bij de Bruna, daar verkochten ze dat. Filosofie Magazine. Kocht je elke maand. Ongezien. Met het tijdschrift in een tasje kuierde nog een beetje door de stad, hier en daar boek- en cd-winkels ingaand, want dat bestond toen nog: winkels met boeken, winkels met cd’s. Je liet je ogen zich laven aan boeken en cd’s die je niet kon betalen maar die je graag wilde en die je ooit, als je een bank overvallen had ofzo, kopen zou. En dan. Ging je weer terug. Met de trein. Eén stationnetje ver. Gore lelijke deprimerende rotflat weer in. Met al die domme huisgenoten van je, die je met plezier van het hoogste verdiep zou gooien. Ging je. Dat muffe hol van je in dat je een kamer noemen dierf. Las je. Liggend op bed. Filosofie Magazine. Je stopte ermee toen er eens, rondom kerst docht ge maar een eed kun je daar niet op doen, een “filosofisch bordspel” in het hart van het blad zat, het was, meen je je te herinneren (maar een eed kun je er niet op doen want de hele stapel Filosofie Magazine ging toen regelrecht de papierbak in), een soort filosofisch ganzenbord. Je was al nooit zo’n liefhebber van pogingen om “high brow culture” (vergeef me) een beetje meer “low brow” te maken maar deze infantiliteit grensde aan het ongelooflijke. En nu, bijna dertig jaar later, sta je hier weer eens met een Filosofie Magazine in je hand. Je bekijkt de voorkant. Je bekijkt de voorkant langdurig. Je onderdrukt de neiging om aan te bellen bij het bezorgadres en te vragen of je het blad even uit de verpakking mag halen. Je probeert alles op te slorpen uit die voorkant. Het zou over dwarsdenken moeten gaan. Het denken tegenin. Altijd goed. En iets over het banale kwaad, en hoe Hannah Arendt zich vergist zou hebben. Geheel momenteelderlijk denk je aan Giorgio Agamben, en altijd als je aan Giorgio Agamben denkt, grijns je even. Kort en goed, die avond, achter de computer, bestel je. En het blad komt, en je scheurt open, en je leest (je overweegt even op je bed te gaan lezen, omwille van oude tijden, maar het is vroeg in de nacht en het zou je slapende vrouw misschien storen als je alle lichten aandeed om naast haar te gaan liggen, en te lezen). Op één van de eerste pagina’s een foto van Koreanen (heel erg veel Koreanen) bijeen, enkelen ervan met een mondkapje op en daarbij dan een citaat van Camus: “Ten tijde van een epidemie leren we: er valt meer te bewonderen in de mens dan te verachten”. Hmm. Slecht begin. Ik leer deze tijden veeleer het omgekeerde. De artikelen over het dwarse denken dan maar? Lees je: “Om een filosofisch rebel te zijn, hoef je je niet alternatief te kleden (Nietzsche volgde keurig de mode van zijn tijd)”. Lees je dat nou goed? Gaat dit hier gaan over het uiterlijk van filosofen? Na het filosofisch ganzenbord, een soort filosofisch RTLBoulevard ofzo? En even verderop: “[Z]elfs Jean-Paul Sartre droeg het grootste deel van zijn leven keurig een stropdas”. Lees je dat nou goed? Moet Sartre het summum van de dwarsigheid voorstellen, wiens zelfsheid ons te denken zou moeten geven? Daar. Je keilt het blad in de onderste la van de secretaire. Je weet dat daar nog maar zelden iets uit naar boven komt. Waarom valt alles altijd tegen?

En zomaar een avond en je bestelt een cd en de cd moet van ver komen en het duurt lang, zo lang dat je vergeet wat dat nu ook alweer was voor cd, en als die eindelijk komt doe je iets wat je zelden doet: meteen in de cd-speler proppen (zo’n cd moet eigenlijk een beetje voorkameren, die moet daar even liggen, op temperatuur komen, een paar dagen, misschien enkele weken, af en toe moet je hem pakken om de hoes te bekijken, en de liedtitels te lezen, en het instrumentarium door te nemen, een poging wagen of je de muziek in gedachten reeds kunt horen, je moet er veel dingens aan hebben, hoe heet dat weer?, voorpret ofzo, maar die keer gaat het meteen de speler in, en het is totaal onbeduidende muziek, je hebt geen idee wat je er ooit in hoorde, toen, toen je bestelde, waarom bestelde je toen was je dronken ofzo, helemaal op het einde klinkt een niet rotslecht liedje en je denkt dat dat het misschien was, dat je dit liedje ergens gehoord had, en je denkt moet niet rotslecht nu de maat gaan worden? & waarom valt alles altijd tegen?

En je gaat de stad in, want dat kon toen nog, om een vrouw te ontmoeten, en toen ge kinderkens waart had gijlie nog bij elkaar in de straat gewoond, en ge waart zo’n beetje elkaars beste vrienden geweest, maar ge hebt elkaar al bijna dertig jaar niet meer gezien, en daar ga je dan, en gijlie ziet elkaar, en elkaar stevig vasthoudend sta je, en kijken en vasthouden en kussen en pas na lange tijd zet je je in beweging, en gijlie houdt elkaar nog immer stevig vast en het lopen is meer strompelen en toch sta je veel te snel bij een restaurant, een restaurant waar je maar zo zou kunnen gaan eten, de geur die naar buiten warrelt is niet kwaad, maar gijlie hebt nog geen zin om er te gaan zitten, en je blijft lopen, een lopen dat meer strompelen is, elkaar stevig vasthoudend, soms even staand, soms even zittend, soms zwijgen en vasthouden en staan, soms kussen en kussen en kussen, en dan weer lopen, en gaan, en dan weer dat restaurant waar je maar zo zou kunnen gaan eten, maar weeral te vroeg en dan het gaan weer, en het praten, en het staan, en al die dingen, en dan ten derde malen dat restaurant en dan ga je maar binnen, en je gaat zitten, en je bestelt wijn, en ze blijkt ten halve een wijnkenner te zijn en alles is goed maar het eten is het slechtste dat je in lange tijd gegeten hebt en je denkt waarom valt alles altijd tegen?

Of dan dit. Tomasso Mantelli. Een Italiaan ja. Een Italiaan met een akoestische gitaar. Een Italiaan die in Kill Your Boyfriend heeft gezeten. Wat ik een fantastische band vind. Simpel en puur, zo zou het moeten zijn op dit album. Zegt de bio. En ik weet wel, geloof nooit bio’s. Zelfs niet al werden deze woorden opgetekend uit de mond van de man zelve. Geloof nooit wat artisten zeggen over hun muziek, of hun intenties. 9 useless tunes, dat vind ik dan wel weer een geweldige titel. Maar de kitscherige hoes. Ja. Eén van de lelijkste hoezen van dit jaar, kom in december maar eens af met lelijkehoezenlijstjes, ik nomineer alvast deze.

Een man met een akoestische gitaar. Daar had ik al discussies over met Angelique. Toen we student waren en op haar bed lagen, in dat kot van haar met die achterlijke poster van Björk aan de muur. Angelique, die vond dat allemaal maar niks. Die zag daar een soort van machismo in dat in haar oren alle countrymuziek onbeluisterbaar maakte. En ik snapte haar punt wel, maar ik vond dat zij zich dan depriveerde van zoveel muziek die zo intens, zo mooi, zo gloedvol kon zijn. Als je muziek ontdoet van al het overbodige kan er iets overblijven dat zo kaal is, zo intens, zo raak is. Zei ik. Zei ik allemaal. Een beetje wat die Mantelli ook zegt in die bio daar.

Wat had ik verwacht? Had ik echt keelsnoerende grondnagelende schoonheid verwacht? Nee. Misschien een soort van folkie, misschien iets dat aangenaam zou kabbelen. Een beetje verstilling allicht. Het zou al mooi zijn als die gast een fijne stem had. Het zou al mooi zijn als dit het soort cd was waarom in ieder geval één heel mooi liedje staat. Ofnee. Het zou al mooi zijn als er ergens tegen het einde een niet rotslecht liedje zou weerklinken.

Wat had ik verwacht? In ieder geval iets dat me aangenaam zou treffen. Shyrec grossiert zo’n beetje in het geluid dat ik associeer met het Groot-Brittannië van na de punkgolf. Postpunk, wave, electro. Niet meteen een label waar ik een akoestische plaat op verwacht.

Wat had ik verwacht? Een elementaire bluesplaat a la Robert Johnson of Leadbelly? Fingerpickin’ in de stijl van lawwezegguh John Fahey, Robbie Basho, Jack Rose of Peter Walker? De stoffige neo-country van iemand als Howe Gelb? En nu we toch over zinderende zandwegen lopen te lopen: had ik hier een nieuwe Juan Martin in hopen te ontmoeten?

Neh. Eigenlijk had ik niets verwacht. Gehoopt had ik. Op iets dat misschien niet heel onaardig zou zijn.

Maar dit. Weet je waar dit aan me deed denken? Weet je die bandjes nog? In de jaren tachtig had je ze. Voornamelijk in Amerika. Ze speelden muziek die maf genoeg met de naam hardrock getooid werd. Maar het was niet hard, en niet eens echt rock. Ze kleedden zich op een manier die voor stoer moest doorgaan. Maar het zag er alleen maar ongelooflijk belachelijk uit. Die muziek. Die niet blafte, en niet beet. Vaak waren meisjes er gek op. Die hingen dan ook wel eens poster op. Van de zanger of de gitarist van zo’n soort band. En soms ging zo’n soort band dan wel eens een akoestisch album maken. Om die meisjes te laten zien dat ze niet alleen maar zogenaamd ruig konden zijn maar ook zogenaamd gevoelig. En die akoestische platen verschilden niet zoveel van hun elektrisch versterkte platen. De gitaren zagen er alleen een beetje anders uit. Dat soort platen. Wat ze normaal speelden met elektrische gitaren en dan ruig moest heten, heette gespeeld met akoestische gitaren kennelijk gevoelig.

Tommaso Mantelli 9 Useless Tunes Recensie

Daar deed me dit aan denken. Aan het niet echt gevoelige album van een niet echt ruige band. Mantelli zingt alsof hij gewend is te schreeuwen, en wat hij op die akoestische gitaar doet raakt mijn kouwe kleren nog niet. Het is niet ingetogen, het is niet verstild, het emotioneert niet, en het is zeker niet simpel en puur. Het is wat gepluk aan een gitaar en bijkans elk liedje klinkt hetzelfde als het vorige liedje. 9 inwisselbare deunen was een betere titel geweest. Zelfs dat ene niet rotslechte liedje is me niet vergund en ik denk waarom valt alles altijd tegen.

Wel. Oké. Goed. Zoek ik mijn heil toch bij Talk To Her? Die ken ik dan toch, en die rijm ik al heel wat beter bij de klankkleur van Shyrec. Inderdaad. Hier slaat de klok (minimal) wave. Hier slaat de klok electro. En ook postpunk slaat de klok hier. We zijn er weer hoor. In het Groot-Brittannië van de tachtiger jaren. PiL is naastebuur. Duister, maar ook opzwepend. Soms schittert een romantischer tintje door, zij het dan de romantiek van de zwarte roos: af en toe had ik een lichte associatie met Marc Almond, Klaus Nomi en godbetere het zelfs Laurie Anderson! Nee, dit is niets nieuws. Minstens honderdduizend platen klinken als deze, en er is geen enkele strikte reden om daaruit specifiek deze te kiezen. Dit is wat ik verwacht van Shyrec, dit is wat ik verwacht van Talk To Her (awkee, dat laatste is misschien niet helemaal eerlijk… Love will come again is feitelijk hun debuutcd, slechts voorafgegaan door dat prachtig ep’tje dat Home heette en dat ik destijds ook besprak, hier of elders). Maar het is goed. Het is mooi. Het is duister. Soms is het fijn te krijgen wat je verwachtte. Geen alarms en geen verassingen, geen alarms en geen verassingen, geen alarms en geen verassingen alstublieft. Alles is nog goed, ik ben nog steeds verdoofd, ik heb nog steeds een liedje van Radiohead in mijn hoofd.

Zabrisky, de zelfgetitelde en als ik het juist heb vijfde cd van Zabrisky, raakt ook aan het Groot-Brittannië van de jaren tachtig maar wel aan een andere hoek van het alternatieve spectrum. Een soort van Brits alternatief waar ik niet zo van hou. Let op, ik ben niet mijn buurman, ik vind niet dat Brits per se verheven is boven Amerikaans – toch niet als het om muziek gaat. Nee, Amerika heeft veel meer muziekstijlen voortgebracht die mijn aandacht hebben dat Groot-Brittannië ooit nog gaat kunnen doen. Dit is een voorbeeld van britsheid dat me nooit echt heeft weten te raken.

Dat alternatieve gitaargeluid dat ze daar hadden in de jaren tachtig, voor Britpop een instituut werd en alles verder de goot in hielp (al beken ik schuld aan een kortdurende, ik herhaal en onderstreep kortdurende voorliefde voor de muziek van Blur). Nee, ik bedoel niet shoegaze al zegt Zabrisky daardoor beïnvloed te zijn. Shoegaze had nog dat slaperige, gedrogeerde geluid dat maakte dat het mij wel smaken kon, mits gedoseerd genuttigd. Ik bedoel ook niet madchester. Dat had scheutjes dance toegelaten. Ook daar heb ik nooit veel van gehouden, maar ik kon nog wel snappen hoe een ander ervan kon houden.

Nee ik bedoel dat hele lichtvoetige alternatieve gitaargeluid van bijvoorbeeld The Smiths, en later Belle and Sebastian (hoewel de laatsten geen tijdgenoten waren van de eersten en de laatsten een paar hele mooie ep’tjes hebben gemaakt vooraleer ze echt vervelend werden). Op de havo was ik bevriend met een gast die Patrick heette en die was helemaal waus van deze muziekstijl (halllo Patrick, hoe gaat het met je jongen? Bel me eens). Die had ongetwijfeld nog twintig andere referentiebands in deze sfeer kunnen noemen (hallo Patrick, bel me eens). The La’s, was The La’s ook niet zo’n soort band? Daar hoorde ik Patrick ook wel eens over. Nietsaandehand-muziek, zo noemde Antonio en ik dit altijd. Het geluid was heel licht, de zangers hadden meestal geen opmerkelijke stemmen. Het had een zeker poëtisch karakter, dat moet ik toegeven maar het was daarom nog niet dat het mij kon aanspreken. Het miste het duister van de postpunk, het miste de mist van shoegaze, het miste meer dan het had. Dit heel open, vederlichte, alternatieve gitaargeluid is wat Zabrisky op Zabrisky biedt en ik weet niet goed of het me tegenvalt of niet want ik ken maar twee andere werkjes van deze band: Fortune is always hiding en dan nog een singeltje waarvan de naam me nu niet te binnen wil schieten en ik weet begot niet meer hoe die werkjes klonken – maar dan weer: dat vergetelijke is nu net de pregnantste eigenschap van dat Britse alternatieve gitaargeluid uit de jaren tachtig waar in het hier over heb).

De cd voorziet wel in een behoefte. Ooit had ik een verzamelcd met dat soort Britse bandjes erop, maar die heb ik weggegeven aan de buurvrouw. Want ik draaide die cd nooit. Want ik vond er zo weinig van. Later bedacht ik me dat ik helemaal geen muziek in die sfeer heb, en er is één ding waar dit soort muziek heel mooi bij past: het voorjaar.

Eigenlijk het hele vroege voorjaar. Maar dat is mijn fout. Want ik ben weer eens laat met mijn recensie. Dat je voor het eerst weer met je nog ongekamde haren en in niets dan je onderbroek in de vroegmorgen even de tuin in kan lopen om iets in de plastiekbak te gooien en dat je voor het eerst na al die donkere koude maanden weer het gras onder je voeten voelt kriebelen. Dat gevoel. Dat sprak de muziek van de bandjes die ik hierboven bedoelde, dat spreekt ook de muziek op Zabrisky. Dat het de loomheid en de broei van de hoogzomer mist, dat vele tinten te licht is voor de herfst en winter is niet eens zo erg: met die gigantische muziekverzameling van mij zijn er wel meer cd’s die voor maar enkele weken per jaar op mijn radar zijn. Dat de enige cd die me precies geeft wat ik verwachtte de mooiste is van deze Shyrec-worp (ja ik bedoel inderdaad Love will come again), vind ik dan wel weer een beetje jammer. Wie het bekende liever heeft dan het onbekende, wordt oud. En een gevoel van gebrekkigheid is wat ik juist liever niet over hou aan mijn allergrootste passie: muziek. Waarom valt alles altijd tegen?, verzucht ik dan ook maar weer eens.

Recensie van Tim Donker

Tommaso Mantelli – 9 Useless Tunes CD Informatie

  • Titel: 9 Useless Tunes
  • Artiest: Tommaso Mantelli
  • Soort album: studio CD
  • Label: Shyrec
  • Drager: CD

9 Useless Tracks Tracklist en Nummers

  1. Just Around the Bend (4:48)
  2. Empty Promise (3:40)
  3. Bitter Sweet Doomsday (3:48)
  4. I Will Learn (3:01)
  5. Now and Before (3:01)
  6. Which Game (3:47)
  7. Your Place in the Universe Is Perfect (2:32)
  8. It Can’t Be That Bad (4:07)
  9. I Smile (3:50)

CD beluisteren via Spotify


Bijpassende Muziek en Informatie

Mevrouw Tamara – In je hoofd LP

Mevrouw Tamara In je hoofd LP recensie en informatie over de nummers en tracklist. Op 20 december 2019 verschijnt in eigen beheer de nieuwe LP van mevrouw Tamara. Op deze pagina kun je de bijzondere bespreking van deze plaat lezen, geschreven door Tim Donker.

Mevrouw Tamara In je hoofd LP Recensie

Mevrouw Tamara – In je hoofd LP Informatie

  • Titel: In je hoofd
  • Band: Mevrouw Tamara(Nederland)
  • Muziek: pop
  • Soort album: studio LP
  • Label: Eigen beheer
  • Verschenen: 20 december 2029
  • Totale tijdsduur:
  • Dragers: Vinyl LP

In je hoofd Nummers en Tracklist

  1. Ruimte (3:37)
  2. Jij fantaseert liever (4:14)
  3. De stad (3:29)
  4. Error in je hoofd (5:01)
  5. Uit je hoofd (1:34)
  6. Goed was zo (3:44)
  7. Sterk (3:59)
  8. Wachtstand (2:54)
  9. Tot aan (3:02)
  10. Koud (3:48)

Mevrouw Tamara In je hoofd LP Recensie

Recensie van:  Tim Donker

Er is de mooiste naam om nooit te geven & er is de mooiste muziek om niet naar te luisteren.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Het moet 1993 zijn geweest toen ik met Ralph in Amsterdam was en ik iemand mijn naam hoorde roepen. Ja. Ze riepen mijn naam. In een stad die niet de mijne was, of ooit zou worden en waar ik niemand kende. En dus liep ik door, ik heb niet de uniekste naam in de wereld, het zal voor een naamgenoot geweest zijn. En Ralph was sowieso doof voor alles dat niet zijn eigen gelul was. Maar het roepen hield aan en ik keek op. En daar, aan de overkant, bij de halte van de tram, stonden ze. Iris en Tamara.

Iris was een vriendin van mij (is ze nu nog trouwens) –in die dagen zelfs een heel goede vriendin- en Tamara was haar klasgenoot. Ik pretendeerde een hekel te hebben aan Tamara omdat ze ooit eens iets onaardigs gezegd had over een vriend van mij maar eigenlijk vond ik haar hogelijk interessant. Daar stonden ze. Bij de tramhalte, had ik dat al gezegd? We liepen naar ze toe, we praatten wat, gevieren. Ik weet niet waarom of wat ze precies gezegd had, maar na die dag vond ik Tamara nog interessanter dan ik al deed. Het is waarschijnlijk ook één van de allerlaatste keren geweest dat ik Iris’ klasgenoot gezien heb.

Mijn hele leven ben ik iets blijven hebben met de naam Tamara. Het klinkt vooral mooi als je het met de stem van Ernie uitspreekt. Iets wat ik in die dagen geregeld deed, dingen op zijn Ernies uitspreken. En nog steeds doe ik dat, geregeld. En niet alleen in aanwezigheid van mijn kinderen. Tamara. Het zou een auto kunnen zijn. Een Ford Tamara ofzo. Tamara. Het zijn al die a’s, misschien. Of misschien is het de T of de m of de r. Tamara. Het is een vogeltje dat drie keer hupt en bij de laatste a wegvliegt, hoog de lucht in. Tamara. Maar nooit, in geen miljoen jaar, zou er één haar op mijn hoofd geweest zijn die eraan gedacht had mijn dochter Tamara te noemen. Het is de mooiste naam om nooit aan iemand te geven.

Waarom vertel ik dat nou?

Nou, omdat ik zat. Gewoon, op een dag. Het was na de lunch geloof ik ofnee wacht, ik lunch nooit. Het was op ooit een dag, kort geleden. Het kon een dinsdag geweest zijn, tenzij het donderdag was. Ik zat. Hoogstwaarschijnlijk dronk ik koffie, keek ik uit het raam, peinsde ik een peins of twee. Maar misschien kwam ik terug van boodschappen doen of had ik de lamp vervangen op de kamer van mijn zoon. Ik weet het niet, maar er lag iets op de mat. Een envelop. Een envelop was tot mij gekomen, helemaal vanuit Bilthoven dan nog. Bilthoven, daar hadden mijn opa en oma nog gewoond. Altijd scheen de zon in Bilthoven, dat weet ik nog wel. Vanuit ergens zo’n zonnevlek was een envelop naar mij toegekomen, en hij bevatte een cd. Een cd van Mevrouw Tamara. Een cd die In je hoofd heet.

Van Mevrouw Tamara had ik al wel eens gehoord. Wat wil je, met die naam. Een zangeres/liedjesschrijfster, wist ik. Voornamelijk Nederlandstalig, dacht ik te weten. En meer wist ik niet en dacht ik niet te weten. Behalve dan dat ik al langer eens iets van haar wilde horen. Gewoon, vanwege die naam. Weetjewel.

Feitelijk is In je hoofd geen cd. Het is als 12” uit op vinyl, en je kunt m ook digitaal krijgen. Misschien hebben ze geweten, daar in Bilthoven, dat ik niets moet hebben van digitale muziekbestanden. Misschien, ook, hebben ze geweten, dat ik begin jaren ’90 (zo rondom de tijd dat ik met Ralph in Amsterdam was) weggepest ben van het vinyl –in mijn toenmalige heimat Eindhoven was in haast geen enkele platenzaak (ja toen bestond dat nog, platenzaken) nog vinyl te krijgen-, weggepest naar de cd en ik ben niet van plan om ooit nog terug te gaan. Daarvoor ben ik te oud en te koppig. Misschien hebben ze dat geweten, in Bilthoven. Dat ik voor de rest van mijn leven de cd trouw ga zijn, en dat alle andere geluidsdragers wat mij betreft de pest mogen krijgen. Misschien wisten ze dat daar in Bilthoven, en stuurden ze me daarom speciaal deze cd-r van In je hoofd. Dat ze ook wisten van mijn houding ten opzichte van de naam Tamara lijkt me sterk.

Een heel album vol liedjes over wat er zoal mis kan gaan in een mensenhoofd. En dan die naam. En dan dat instrumentarium: altsax, bassax, dwarsfluit, cello, basgitaar, gitaar, piano, drum, rhodes, toetsen, zang en misschien vergeet ik dan nog wat. Dit ging, dacht ik, maar zo dromerig, en ontroerend, en mooi kunnen worden. Of juist drakerig en aanstellerig en kitcherig.

O, ineens weet ik waarom ik daarnet begon over de naam Tamara. De mooiste naam om nooit aan iemand te geven. Dit is er zo één. Dit is zo’n plaat, namelijk.

Is het dromerig en ontroerend en mooi? Nee. Is het drakerig en aanstellerig en kitcherig. Ook niet. Dit is de mooiste muziek om niet naar te luisteren. Sommige muziek is zo. Ik dacht eerst dat het kwam omdat ik er te kort en te vluchtig naar luisterde. Eén, twee of drie liedjes, even, voor ik de kinderen uit school moest gaan halen. En later nog wat liedjes, maar toen was er weer wat anders. Misschien belde die vervelende Wilfred ofzo. Ik weet het niet meer. Ik denk dat het de duvel was, en die was ermee aan het spelen of hoe heet dat. Want iedere keer als ik In je hoofd in mijn speler stopte was er iets.

Nee, de duvel had er geen zaken mee natuurlijk. Ik was het zelf die bedacht dat de beste tijd om In je hoofd op te zetten was: tien minuten voordat ik de kinderen moest gaan halen. En als er later al iemand belde, dan had ik de telefoon ook gewoon niet op kunnen nemen. Ik neem zo vaak niet op immers. Eigenlijk neem ik vaker niet dan wel op. Ik denk dat ik al gauw door had dat dit zo’n plaat was en dat ik niet wilde dat het zo’n plaat zou zijn. En daarom gaf ik In je hoofd steeds maar mijn halve aandacht. Kon ik nog altijd denken dat het daarom kwam, doordat ik het steeds maar mijn halve aandacht geven kon. Vanwege de duvel die ermee speelde enzo.

Maar toen het op een keer een avond was, en iedereen al naar bed, en ik het eindelijk mijn hele aandacht geven ging. Toen. Ook toen. Toen kon ik niet meer anders. En denken. En zeggen. Ja, dit is zo’n plaat.

Zo’n plaat met de mooiste muziek om niet naar te luisteren. Sommige platen zijn zo. Sommige platen dulden geen close-listening. Of deep listening (hallo Pauline!). Sommige platen zijn bedoeld voor halve oren. Omdat het mooie eraan te mooi is of misschien niet mooi genoeg. Ik weet niet hoe dat werkt. Tom Waits had het ooit over dat een plaat moet zijn als de muziek van de buren die door je open raam waait. Het moet zijn dat de buren van Tom Waits een betere muzieksmaak hebben dan de mijne, maar eerst toen ik In je hoofd hoorde snapte ik wat hij bedoelde. Als ik boven de bedden sta op te maken en beneden staat In je hoofd op, dan hoor ik daarboven hele mooie flarden. Maar als ik dan de trap af snel om het van nabij te horen, denk ik o. O nee. Toch niet.

Het is allemaal te mooi. Te gewild mooi, te opdringerig mooi. Te mooi volgens de idee van mooi. Dit is niet mooi dit is de idee van mooi. Het is te net, misschien. Naar het schijnt debuteerde Mevrouw Tamara in het televisieprogramma De beste singer-songwriter van Nederland en o, dacht ik. O ja. Dit is dat soort mooi. Televisie-mooi.

Het zit ook in de teksten. Zoals. Bijvoorbeeld. “Jij ziet slechts mijn huls / omdat je liever je ogen bedekt / dan mij de ingang te laten zien”; “Jij maalt graag / met een basis van simpele meel / zonder het fundament” of “Jij fantaseert liever / zuigt de adem uit wat niet is / Jij fantaseert liever / dan dat je drinkt van wat wel”, en ergens verder ging het geloof ik over een stad die geen empathie toont en iemand uitlacht, en nog weer later meende ik iets te horen als “voordat ik mij van jou beroof” ofzo, ik weet het niet, het zijn de mooiste teksten om niet naar te luisteren denk ik.

En te zeggen dat In je hoofd geen fijne plaat is, zou liegen zijn. Het kabbelt, het walst, het warmt mijn kamer. Soms versnelt en suizelt het. Maar het gaat kapot als ik stilsta en echt luister. Ik moet het flardmatig horen, als ik boven ben, of de afwas doe, of in de tuin de kilo’s papier en plastiek van elkaar scheid en in de juiste bakken sta te doen, of gewoon maar een peins peins & dus elders ben met mijn hoofd. Dan hoor ik een mooi tokkelende gitaar. Of die Radiohead-achtige basis van Sterk. Een piano die even, heel even, onaards mooi is (voordat de andere instrumenten erbij komen) En dan ontgaat die vervelende dwarsfluit mij wel, of die net een graadje te gladde productie (sorry, Jurriaan).

Dus doe. Doe dit. Koop In je hoofd op vinyl. Wees niet zo heel goed voor het vinyl. Zorg dat het kraakt en ruist en bromt. En zorg ervoor dat je altijd druk bezig bent als je In je hoofd op hebt staan. Dan is het best een fijne plaat, he mensen? Ja. Dan is het best een fijne plaat.

Tim Donker


Bijpassende Muziek en Informatie

Leonard Cohen – Thanks for the Dance LP

Leonard Cohen Thanks for the Dance LP recensie en informatie over het nieuwe album, inclusief nummer en tracklist. Op 22 november 2019 is de postuum verschenen nieuwe LP en CD uitgebracht van de op 7 november 2016 overleden Canadese singer songwriter Leonard Cohen.

Leonard Cohen Thanks for the Dance LP Recensie en Informatie

Als de redactie nieuwe album beluisterd heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Thanks for the Danxe, de onverwachte postuum uitgebrachte nieuwe LP van Leonard Cohen. Daarnaast zijn hier gegevens van de plaat en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je hier de nieuwe LP van de Canadese singer songwriter Leonard Cohen beluisteren via Spotify.

Leonard Cohen Thanks for the Dance LP Recensie

Thanks for the Dance

  • Artiest: Leonard Cohen (Canada)
  • Muziek: folk, singer songwriter
  • Soort album: studio LP
  • Uitgebracht: 22 november 2019
  • Label: Sony
  • Tijdsduur: 29:17
  • Dragers: CD / Vinyl LP

Informatie over het album van Leonard Cohen

‘Thanks for the Dance’ is geen verzameling van B-kantjes en outtakes maar een onverwachte oogst van nieuwe liedjes, spannend en vitaal, een voortzetting van het laatste werk van de meester.Met medewerking van: Javier Mas (Luit), Damien Rice, Leslie Feist en Jennifer Warnes (vocals), Richard Reed Parry (bas), Bryce Dessner en Beck (gitaar), Dustin O’Halloran (piano), de koren Cantus Domus en Haar Hashomayim. Productie: Adam Cohen, Daniel Lanois, Patrick Watson en Michael Chaves.

Nummers en Tracklist

  1. Happens to the Heart (4:33)
  2. Moving On (3:11)
  3. The Night of Santiago (4:15)
  4. Thanks for the Dance (4:13)
  5. It’s Torn (2:57)
  6. The Goal (1:12)
  7. Puppets (2:39)
  8. The Hills (4:17)
  9. Listen to the Hummingbird (2:00)

LP beluisteren via Spotify

Bijpassende Muziek en Informatie