Tagarchief: Nederlandse band

Glice Pyre Recensie Nieuwe Album

Glice Pyre recensie nieuwe Album door Tim Donker.

Glice Pyre recensie nieuwe album

Recensie van: Tim Donker

Het was de twede steerjoo van me die er in korte tijd de brui aangegeven had. De eerste begon zomaar opeens te piepen en te kraken als ik er een seedee in stopte. Eerst viel het niet zo op, want ik doormaakte juist een ferme harsh noise fase. De langste tijd dacht ik dat het bij de mjoeziek hoorde. Maar neen. Ook bij kale folk of verstilde slowcore piepte en kraakte het. Mijn vrouw is er nog mee naar het reparasiekaffee gegaan. Diene mens daar had de speler uit elkaar gehaald, en keek er eens naar. Zei dat hij er niks van snapte, zette hem weer in elkaar en gaf hem weer terug. Daar had ik een uit elkaar gehaalde en weer terug in elkaar gezette maar nog immer niet goed werkende cdspeler. Maar ergens had iemand een opa, en die opa was dood, en die opa had nog wel een torentje staan. Zo een vanuit de tijd dat de cd goede opmars maakte, en vinyl eventjes zowaar leek te zullen verdwijnen. Miditorentjes heetten die dingen geloof ik. Radio, cd en kassette. Want dat was er nog wel. En voor mij nu weer terug. Voor het eerst sedert mijn puberteit beschikte ik weer over een werkende kassettespeler. Niet alleen kon ik al mijn ouwe bandjes (bandjes! hoor mij toch eens bezig!) vol met van de televisie en radio geteepte metal weer drajen, ik ging ook voorbespeelde kassettes kopen. Wat ik nooit gedaan had, want kassette was altijd goed voor tepen. Mjoeziek kocht ik op elpee, niets haalde het bij elpee. Maar er bleek goed obskure shit te zijn die alleen op kassette verschenen was en dat kon ik nu hebben dus moest ik het hebben. Wrakke lofi van een gast die Tucker Theodore heette. To make the sun hurt heette die teep geloof ik. Mijn nu bijna achtjarige zoon was een peutertje in die dagen en hij was om welke reden dan ook helemaal weg van die teep, hij vroeg er zo niet dagelijks dan toch wel wekelijks om. “De man die uit het raam zwaait”, noemde hij de teep. Dat had te maken met het hoesje. Hij kon zowel de artistnaam als de titel niet uitspreken. Maar ook andere dingen kocht ik. Nieuw-Zeelandse nofi, Balinese black metal. Zulke dingen. Een tijd vond ik niets leuker dan maffe dingen op teep te vinden. Kreeg ook het nodige toegestuurd, zomaar. Van de mannen van Glice bijvoorbeeld.

Toen ging hij kapot. Dat miditorentje. Verrassend was dat misschien niet. Ik had er een stevige mep op gegeven. Omdat de cdspeler maar “no disc” bleef zeggen, terwijl ik toch zeker een cd in de lade had gelegd. En nog eens, en nog eens. Cd goed oppoetsen, nog eens. No disc, zei hij. Andere cd proberen. No disc. Ook andere cd oppoetsen. No disc. Godverdomme. De godverdomme met een klap gepaard laten gaan. Verrek, nu zwijgt het hele apparaat. Hoe kan dat nu?

Nog doje opa’s ergens? Nee. Moest ik toch zeker naar de winkel om een nieuwe set te kopen. En daar was het dus. Dat ik stond, dat ik schutterde, dat ik stotterde. Dat ik rood werd. Omdat ik de verkoper had gevraagd of die ouwerwetse steerjootorens weer in zwang zouden geraken, u weet wel met platenspeler en cdspeler en kassettespeler en al. Wat me geen gekke vraag had geleken. Vinyl was weer helemaal terug van nooit weggeweest (naja, in het Eindhoven waar ik aan het begin van de jaren negentig eventjes woonde, was het weg: in reguliere platenzaken helemaal en in de alternatievere platenzaken zo goed als helemaal, en ik moest voor mijn muziekliefde de knieval voor de cdspeler maken – heb ik net een prachtige cdverzameling opgebouwd wordt dat verrotte vinyl ineens weer de maat! ja zeg, ik blijf niet bezig. nu ga ik het cd-formaat ook tot mijn dood trouw blijven. maar een apparaat dat alle mogelijke geluidsdragers afspelen kan leek me een goed midden) en een grote band -ik meen dat het U2 was- had kort daarvoor iets exclusief op kassette uitgebracht.

Maar de verkoper vond het wél een gekke vraag en keek me aan of opaatje had gevraagd waar de fonografen stonden. Toen begon dus dat hakkelen. Ik zei dat ik recensent was, iets dat ik zelden in het openbaar zeg, en dat ik “heel veel” toegestuurd kreeg “in allerlei” formaten en dat ik graag één apparaat wilde waarop ik dat allemaal afspelen kon. Technisch gezien stond ik daar niet te liegen. Ik heb toch zeker een keer of vier vinyl toegestuurd gekregen en kassettes minstens even vaak.

En daar hadden mannen van Glice voor een flink deel tussen gezeten. Die hadden me dus al eens een plaat gestuurd, en ook een stuk of drie kassettes. Maar met PYRE brengen ze me in ieder geval niet in verlegenheid. Dat komt tenminste fatsoenlijk uit op cd. Dubbelcd dan nog. Ah. Fijn. Dat bestaat nog. Dubbelcd’s uitbrengen. Op deez hier dag is alles al goed, nog voor ik een noot heb gehoord.

Daar nog even op teren. Hoesje openklappen. Kijken. Zien. Voelen. Cd’s uitnemen. Nog niet drajen. Laten schitteren in het licht. Weer terug stoppen. Hoesje weer dichtklappen. Cd terug leggen. Daar. Op secretaire. Op die nog verrassend hoge stapel resesie-eksemplaren. Denken: mooi. Dat misschien wel mompelen. Dan iets anders gaan doen. Koffie zetten ofzo.

Glice Pyre recensie nieuwe Album door Tim Donker

Dit kan dagen door gaan. In verwondering. Afvragen hoe het klinken zal. Drums en addiesjonele geluiden op Constantinople, 541 CE door Lasse Marhaug. Lees ik. Ah. De Lasse! De Marhaug! Bij allen die (harsh) noise liefhebben staat die naam in een heur van geiligheid nee in een geur van heiligheid. Xou zereneus zoeken moeten om te weten of ik een album van hem heb, het zou kunnen dat het kan maar het zou ook kunnen dat het niet kan. Maar een naam zo groot als die van Marhaug past ook niet in mijn cdkast. Soms moet je geen cd van iemand hebben om toch alles van hem te hebben. Het staat me bij dat ik in een prachtig obskuur platenzaakje in Italië ooit een cd gekocht heb van Lasse Marhaug maar ik weet het niet meer zeker. Ik kocht daar veel, dat weet ik nog, en de eigenaar van het zaakje vond mijn keuze zo verrassend of grappig of inspirerend dat hij me nog een cd gratis gaf ook & als er geen feitelijke cd van Marhaug heeft tussen gezeten toen dan toch minstens wel een imaginaire.

(de imaginaire toon en de imaginaire niet-toon. de imaginaire schroei. het imaginair explosief – of segt ons exploowsief)

(een oud roestig kasje openmaken of goederentreinen in de nacht of masjienes van liefdevolle genade) (een cybernetiese ecologie waar we vrij zullen zijn van werk?) (?) (is that guy kidding?)

Ow. En Coen Oscar Polack, god betere het. Ook al geen kleintje toch? Levende ornamenten. Het geluid van bergen is regen. O die Coen o die Oscar o die Polack, o dat Narrominded. Oja. Ook hij weer daar, als eerder & vaak. Op saxofoons, of veldopnames en op bonang. Die laatste moest ik even opzoeken. Ik dacht eerst dat het een of andere streektaal was voor een erectie. Maar het is een gamelaninstrument. Met kleine gongetjes. Jazz en veld en gamelan. Kan deze cd onbeluisterd nog beter worden?

Kan deze cd beluisterd beter worden?

Wil ik deze cd ooit nog wel luisteren, mag ik hem niet fantaseren, mag ik hem niet gewoon zien en raden en altijd en altijd en altijd.

Uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid. Of mijn zwakte. Zo u wilt. Ging het op een late avond de speler in, koptelefoon op mijn kop (dat is waar zoon koptelefoon hoort), ogen dicht. Dit hier is mijn verslag van wat ik toen beleefd heb als armstoel reiziger.

Dit.

Duister. Sinister. Het ademt, klopt, ruist, suist, reutelt. En dan, mun God, dan buldert het. Het krast en het dondert. Afzonderlijke instrumenten zijn slechts spaarzaam te onderscheiden, het is alles een kolkende lavastroom. Het krijst. Het verschroeit alles waar het langskomt.

En.

Dan.

Waar we later zijn. Een luidruchtig soort minimal techno? Dreunende drones? Kreten vanuit onderaardse krochten? Een auditieve storm?

(…)

Een snerpende guitaar klinkt wijds, galmend. Er komen steeds meer geluiden bij. Het doet denken aan Nocturnal Depression of NONE of Coldworld of Afsky of verzin het anders zelf. Kerkgezangen. Muziek om in het donker naar te luisteren. Het bromt. Gonst. Gromt. Pulseert. Zoemt. Groeit. Zwelt. Woekert. Adem. Knars. Jungle. Dier. Beest. Mens. Aai. Troost. Modder. Zwart. Weg. Wolk. Aanwezigheid. Rennen. Vol. Boven. Onder.

De saxofoons? Waar zijn de saxofoons?

Of.

Een warme wind waait. Iets hier is bijna ambientesk. Een opstijgen naar licht. Naar hoop. Iets hier is engelengezang nabij. Maar uiteraard moet de duisternis weer intreden. Doet die altijd. De insecten. Waar zijn de insecten? Rays. Éclairs sur l’eau-delà. Het jenseits vriend. (een telefoonsel toen en mijn vader toen, ergens voor sentraal stasjon eindhoven toen). Kan

de

kan het lam, kan de droney, kan het droney. Beangstigend. Op een fascinerende manier. U hoopte op geen alarmen en geen verassingen? Hoop dan maar opnieuw. Enige ritmiek. Een zwalpend dronkenmansorkestje. Maar kan ook andermaal het gevoel wat minimal techno hoor. En ditmaal met een melankolieke ondertoon. Kan iets gehaasts verstild klinken. Ja. Dat kan. Natuurlijk kan dat. Wat dacht jij dan?

 

Vloed. IJselijk. Overweldigend. Maar alles wat ik zie is ijskoud. En ergens onder de ijslaag is de werkplaats van de blinde pianostemmer. Kapselt in. Stil gehuil. Iemand krijgt zijn oude Opel niet meer aan de gang. Lammeren naar de slachtbank, en verdoemden naar de verdoemenis. Saxofoontjes in de piepzak. Later –

De apotheose. Of wat erna. De kaalslag. In diepe rouw gedompeld. En dan komen de masjienes. De teknokrasie doet ons de das om. Hef uw arm. Hier komt de spuit. U gaat het niet overleven nee maar zo u weigert mag u niet meer naar de bios. Zeg maar dat Huge de Jonge het gezegd heeft.

Het klopt. Valt neer.

Dit schreef ik. Twee cd’s lang. Deel één. Deel twee. Op papier, per liedje. De liedtitels liet ik hier weg, want vaker wel dan niet lopen liedjes in elkaar over op PYRE en van waar u aan denkt als u liedjes denkt is op deze dubbelaar sowieso al geen sprake. Soms maakte ik hierboven een witregel tussen het ene liedje en het andere, soms niet. Want hoe kun je op rasjonele wijze praten over een plaat die jazz, noise, drone, dark wave, ambient, postrock, world, industrial en nog wel wat vermengt tot een prachtige nachtmerrie? Nee. Dat kun je niet. Dus dat deed ik niet.

Recensie van Tim Donker

Glice – Pyre album informatie

  • Band: Glice
  • Titel album: Pyre
  • Drager: dubbel CD / Download
  • Soort muziek: electronic

Tracklist van het nieuwe album van Glice – Pyre

  1. Saudade (1:19)
  2. Blood Sky (6:32)
  3. Three Bones (5:58)
  4. A Screw Falls to the Ground (2:16)
  5. Constantinople, 541 Ce (26:00)
  6. Gold-Bug (7:31)
  7. Rays (2:41)
  8. Korovyev (6:17)
  9. Anemone (3:47)
  10. Flood (4:27)
  11. But Everything I See Is Ice Cold (2:09)
  12. Wetlands (5:35)
  13. Apoptosis (5:32)

totale tijdsduur: 1:20:04

Bijpassende muziek en informatie

Benedict – You Can Tell Me Nothing That I Should LP

Benedict You Can Tell Me Nothing That I Should LP recensie van Tim Donker, informatie over het album, tracklist en de mogelijkheid tot beluisteren.

Benedict You Can Tell Me Nothing That I Should LP Recensie

Recensie van Tim Donker

En o die stem en oja, en daar sta ik dan. Hier sta ik goed. Naakt, of in vol ornaat. Daar sta ik nu. You can tell me nothing that I should van Benedict ligt me nog vers in de oren. Van daarnet. Toen zat ik trouwens. Op een houten stoellekee voor de steriëe. Of. Ik bedoel dat ik daar zat, met een koptelefoon op mijnen kop, en ik zat te luisteren naar die plaat en het vrat aan me. O. Die klank. Maar vooral: die stem. Het lijkt krek op een andere klank, op een andere stem. God, waar doet dit me toch zo aan denken? Het vrat aan me. Misschien ken ik wel veel te veel muziek. Alles doet me aan iets denken. Aan iets anders dan hetzelf. Het vrat aan me. Ik kon niet eens goed meer naar You can tell me nothing that I should luisteren. In mijn kop hoorde ik talloze andere platen, om maar die ene plaat te vinden. Die ene plaat. Die plaat waar dit me zo aan doet denken. Die stem met name. Toen Benedict gedaan had met door mijn koptelefoon te klinken, stond ik op. Ik liep naar mijn cdkast (wat maar bij manier van spreken is, want in werkelijkheid heb ik vele cdkasten). En daar sta ik nu. Hier sta ik nu.

Hier sta ik nu. Ik laat mijn ogen onrustig gaan. Ik laat mijn ogen racen. Ze racen langs de ruggen der cd’s. Alsof ik zo het antwoord vind. Zo vind ik het antwoord niet. Openbaar je, cd. Ik luisterde daarnet naar Benedict en ik moest denken aan één van jullie. Wie ben je. Spring eruit, cd, spring in mijn blikveld, gun me mijn aha-erlebnis. Ik sta daar maar. Mijn ogen zien niets. Ik lees de namen op de ruggen niet. Ik sta daar maar als een dwaas. En ik weet het niet en ik ga de trap op en ik weet het niet en ik kleed me uit en ik weet het niet en ik poets mijn tanden en ik weet het niet en ik ga in bed liggen en ik weet het niet en ik val in slaap en ik weet het niet en de ochtend breekt aan en ik weet het niet en ik sta weer op en ik weet het niet en ik kleed me aan en ik weet het niet en ik ga naar beneden en ik weet het niet en ik maak de tienuurtjes van de kinderen en ik weet het niet en ik maak de twaalfuurtjes van de kinderen en ik weet het niet en ik maak het ontbijt voor de kinderen en ik weet het niet en ik wek de kinderen en ik weet het niet en ik kleed de kinderen aan en ik weet het niet en ik breng de kinderen naar school en ik weet het niet en ik loop het schoolplein af en ik weet het niet en ik maak praatjes met de moeders die ook hun kinderen naar school brachten en ik weet het niet en ik fiets traagweg terug naar huis en ik weet het niet en ik open het tuinhek en ik weet het niet en ik loop door de tuin en ik weet het niet en ik open de tuindeur en ik weet het niet en ik ga naar de keuken en ik weet het niet en ik zet me een pot verse koffie en heel vaag daagt me iets. Prince of Assyria. Kon het niet Prince of Assyria zijn? Ja. Het kon best eens Prince of Assyria zijn.

Maar goed. Waar had ik het eigenlijk over? Het verhaal achter de plaat. Met wie had ik dat gesprek ook alweer? Met Stefan misschien, of met die hypocriete oetlul van hiernevens. Nee, ik denk toch dat het Stefan was. Het was in ieder geval iemand die zei dat Het Verhaal Achter De Plaat (HVADP) een plaat meer diepte, meer rijkdom, meer reliëf geven kon. Dat verhaal te weten. En ik zei Dat moet dan toch wel een aardig zwak plaatje zijn, als het niet eens op zijn eigen benen kan staan. Als het een vertellinkje nodig heeft om tot spreken te komen. De klank is in de muziek en niet in de bijsluiter, immers. Zei ik. Zei ik allemaal. En ook zei ik dat HVADP voor mij eerder in staat is een plaat te breken, dan m te maken.

Ik denk aan. Ik was zeventien toen ik dingen goed vond. Slechte dingen ook. Maar echt slecht. Want ik was zeventien toen ik een tijdelijke voorliefde had opgevat voor Hotel California van The Eagles. Ik haast me nu te zeggen dat die voorliefde echt zeer tijdelijk was. Goed, The Eagles is niet eens de vervelendste band die ooit bestaan heeft want dat is Queen. Maar toch is het iets waar ik me nu hartelijk voor schaam. Doch ik was jong en onwetend en ik was, niet zonder wrok, uit het Metalen Rijk gestapt. Van mijn tiende tot mijn zestiende was het uitsluitend hardrock en heavy metal geweest dat mij boeien kon. Het begon met dingen als Status Quo en AC/DC en Deep Purple en Twisted Sister; het soort van “harde” rock dat je tante Sjaan ook nog wel gezellig vindt (hè ja neef, zet die nog een keertje op). Maar gaandeweg werd het een zoektocht naar steeds duisterder, steeds harder, steeds extremer, steeds bizarrer. Extreme Noise Terror – dat was al bijna de top. Maar toen. Ik was vijftien. Het jarentachtig geheten decennium was al ver in haar tweede helft. Een metalshow op de radio (Henk Westbroek presenteerde dat, wil je wel geloven) bracht Napalm Death. Dát was het. Dat was hét. Die drums als mitrailleurvuur. De gitaren een lange, vuile drens. En dan die zang. O die zang. Wow. Dat grunten, dat was toen zo nieuw als spik en splinter. Grindcore lag nog zwaar in de luiers. Dierlijk brullen, dat deed Cronos van Venom ook. Maar hem kon je nog verstaan. Dit was een lage blaf, een diepe rochel, een keel vol kiezels. Dit was de primale schreeuw. Ik moest dit hebben, deze plaat. En het duurde ook niet lang voor ik m had, die plaat. Teepte. En stond, op het schoolplein, met walkman, mijn metalen vrienden tegen wil en dank naar Napalm Death liet luisteren. Dit is het dan jongens. Dit is m. De allerextreemste plaat ooit gemaakt. Dit is m, we hebben m, we moeten niet meer verder zoeken. Nu kunnen we gerust zijn. We wisten dat het moest bestaan, ergens, het allerextreemste. Nu hebben we het gevonden. Nu moeten we niet meer zoeken. Nu kunnen we gerust zijn. Totdat.

Niet eens een week later geloof ik. Ik fietste het schoolplein op. Dat mocht eigenlijk niet maar we deden het allemaal. Meestal was er wel een leraar die riep dat je af moest stappen. Dit keer niet. Dit keer was het een van mijn metalen vrienden die me staande hield. De pesterige grijns op zijn gluiperig bakkes zei me genoeg. Hij ging iets aan diggelen slaan. Een illusie meest waarschijnlijk. Ik zat op mijn zadel met mijn voeten aan de grond. En hij, nu met zijn walkman, stond naast me. Hij had iets gevonden hoor. Iets dan nóg extremer was dan Napalm Death. Sore Throat heette het. Hij liet me luisteren. Inderdaad. Het was nog een tikje gestoorder, bizarrer, extremer dan Napalm Death. Een tikje maar. Maar toch. Net dat tikje. Net dát tikje tikte me het Metalen Rijk uit. Als het extremer kon dan het allerextreemste, dan was het eind zoek. Dan was er geen plafond meer. Dan zou er altijd wel iets te vinden zijn dat nog net dat ene tikje meer kon zijn. Ineens had ik geen zin meer in een tikje meer dan het allerextreemste, ineens had ik geen zin meer in deze muziek. Ik stapte uit.

En daar stond ik, buiten het Rijk. Ik kneep mijn ogen toe vanwege het felle licht. Ik zag niks, ik wist niks, ik kende niks. Blind omarmde ik alles wat op me toe kwam. Onder andere The Eagles dus. Hotel California.

Ik zat in de trein. In die dagen zat ik nog wel eens in de trein. Ik geraakte in gesprek met een vreemde. In die dagen geraakte ik nog wel eens in gesprek met een vreemde. Dat is dan langs de andere kant toch wel weer het voordeel van een slechte muzieksmaak: je kunt tenminste nog wel eens met iemand over muziek lullen. Die obscure shit waar ik vandaag de dag naar luister – er is geen hond die dat wat zegt. Maar toen, in die postmetalen dagen, toen ik zelfs de muziek van Madonna niet halfslecht vond (toegeven: nog altijd beter dan Queen), was er vrijwel niets waar ik niet over meepraten kon. Die keer meepraatte ik met een Amerikaan. Eerst ging het over Creedence. Niet slecht. Helemaal niet slecht. Dat vind ik zelfs nu nog echtwaar helemaal niet slecht. Wij noemen die band Sie Sie Ah, zei de Amerikaan. Gedurende het gesprek zou het me gaan opvallen dat die vent bij elke band en elk liedje in één zin zou zeggen hoe ze dat in Amerika zagen, allemaal. Later, ik begon m al een tikje zat te worden, praatten de Amerikaan en ik over The Eagles en meer bepaald over Hotel California. “Dat lied gaat over de Satanskerk.” zei hij. Ik zweeg. Een weinig ontredderd zweeg ik. Ik had altijd (of naja altijd, die viereneenhalve week dat ik het liedje mooi gevonden had dan) aangenomen dat Hotel California ging over vastlopen in je eigen dromen / obsessies en ik wilde van geen Satanskerk weten. Zie daar hoe de eerste barsten verschenen. Ik probeerde het nog te redden door de Satanskerk te zien als één specifieke obsessie maar er bleek geen houden meer aan. Niet overdreven lang nadat het begonnen was, was het alweer klaar voor mij met dat Hotel California en dan ook maar meteen met heel die Eagles erbij ook.

Zie je nu wel Stefan of wie het ook was met wie ik sprak over HVADP? En dit is nu maar een verhaal achter een plaat. Of misschien toont het alleen maar de zwakte van liedjes van The Eagles. Je moet maar één verhaaltje erover horen dat u niet bijzonder welgevallig is, en gans uw goesting is gelijk naar de vaantjes. Maar toch. Hoor toe, vrienden. Leen mij uw oor. Ik ken het verhaal. Het verhaal achter You can tell me nothing that I should van Benedict.

“Benedict is het muzikale pseudoniem van Martijn Smits. Onbezorgdheid werd hem al vroeg ontnomen toen hij in zijn tienerjaren in het Brabantse dorp Someren werd neergestoken. Op het verkeerde moment, op de verkeerde plaats werd hij onbedoeld het doelwit van agressie”,

Zo spreekt en zegt de bio, en ook verhaalt het nog van een verhuis naar Amsterdam (waarom altijd weer dat eeuwige Amsterdam, mensen?), en van de vriendin die bij diene Smits wegging omdat hij zich al te obsessief (hee!) toelegde op het musiceren. En over de pijn van de verloren lief, en de pijn van de steekpartij – daar zou You can tell me nothing that I should in hoofdzaak over gaan.

En ik ken dat wel, een lief dat bij je weggaat en de pijn die je daarvan hebt. En ik ken Someren ook. Ik groeide op niet ver van Someren. Kwestie van steenworpen enzo. Ik ben op kamp geweest in Someren. Ik heb het zien zomeren in Someren. We gingen op kamp, met gans de klas. We gingen gewoon op de fiets: dat is hoe dicht bij Someren we woonden. Een hele week op kamp in Someren, ik vond dat wel wat lang. De laatste avond voerden we een toneelstuk op en alle ouders mochten komen kijken. Mijn vader kwam. Ik was zo blij hem te zien. Ik ben nog nooit zo blij geweest om hem te zien. Ik was altijd blijer met mijn moeder dan met mijn vader. Maar die keer was ik echtwaar tranenindeogenblij om hem te zien. In Someren. Dat. En dat ik vele malen in elkaar geslagen nabij Someren, op steenworpen. Geen steekpartij nee maar wel zeer bedoeld in elkaar geslagen, vele malen, nabij Someren. En dan dat verhaal, en dan die plaat.

Ik kende het verhaal al voor ik de plaat kende. Altijd een makke maar zo gaat dat soms als recensent. Dan krijg je verhalen over platen in je mailbox, en sommige verhalen lees je en sommige verhalen lees je niet. En soms zeg je okee stuur die plaat maar naar mijn kot en soms zeg je dat niet. Waarom je het de ene keer wel zegt en de andere keer niet weet je ook niet. Maar je neemt in elk geval nooit genoegen met toegangscodes naar een of andere link met muziek en een perskit, je moet altijd een Hele Echte Versie hebben. Ik wil iets hebben om te bekijken en vast te houden en de geur ervan te ruiken, ik wil iets hebben om door de kamer te smijten als het het gore lef heeft me tegen te vallen. En vooral wil ik draaien, heel echt draaien, op mijn hele echte cdspeler. Het moet een handeling zijn, niet zomaar een muisklikje. En dus, als iets mijn aandacht om welke onnavolgbare reden dan ook heeft getrokken, zeg ik altijd Ja stuur me maar. Ja stuur me maar een Hele Echte cd. Soms hoor je er dan niks meer van. Maar nu kwam. Een paar dagen later. Met de Hele Echte Post de Hele Echte You Can Tell Me Nothing That I Should. Lag daar. In een Hele Echte Envelop. Op mijn Hele Echte Deurmat. Heel Echt Te Liggen, zodat ik Heel Echt Bukken moest om het op te rapen en daarna in mijn Hele Echte Keuken Heel Echt Op Zoek moest naar een Heel Echt Mesje om de Hele Echte Envelop Heel Echt Te Openen. Het moeten handelingen zijn, verdomme. Geen muisklikjes.

Gek hoesje. Het is een kartonnetje. Gewoon een kartonnetje. Het lijkt wel een recensie-exemplaar. Die komen ook altijd in van die platte kartonnen hoesjes. Maar het is geen recensie-exemplaar. Volgens mij. Volgens mij is dit de Hele Echte Officiële Hoes (HEOH). Recensie-exemplaren hebben dat doorgaans staan, dat ze recensie-exemplaar zijn. Zo van rievjoe koppie, en not for seel. Klaarblijkelijk  verrijken die rievoewers zich anders mateloos anders het sellen van hun rievjoekoppies. Maar ook de gewone wel voor seel koppies komen soms in platte kartonnen hoesjes. De recentste van Simon Joyner bijvoorbeeld. Al een geluk dat Joyner m voor me gesigneerd had, anders was het nogal een doodsaaie hoes geweest. Slecht gelijmd aan de bovenkant trouwens, deze You can tell me nothing that I should-hoes. De voorkant toont een kamer. Iemand daarin. In pak, het hoofd schuil achter draperieën. Een piano, een gitaar, een stoel. Veel doeken. Over de bank, op de grond, over iets halfhoogs in de hoek van de kamer. Er ligt een smal tapijtje op de vloer, het soort van tapijtje waar je heel de tijd over struikelt of over uitglijdt. En wat staat daar eigenlijk voor dat raam, een verrijdbaar douchekrukje of een keyboard op wieltjens? Het ene raam. Het andere raam. De lange gordijnen. Heel de hoes in zwartwit. Het doet een beetje jarentachtig aan, meer bepaald ademt het de sfeer van de New Romantics-beweging. Van Ricco mocht ik dat nooit zeggen. Ik draai het hoesje om. De achterkant: de muzikanten: het instrumentarium: ik zie: drums en bas en toetsen en gitaar en cello en blazers en vokalen. Goed instrumentarium wel. Maar de titels van de liedjes houden niet over. Het lijkt het wereldrecord clichématige titels bedenken wel (en dat terwijl de albumtitel zo ijzersterk is!). Och, wil je wel geloven dat één van de liedjes Stay heet? Kan dat de meest afgezaagde liedtitel allertijden zijn? Ik bedoel, hoeveel liedjes zouden er zijn die Stay heten? Een slordige duizend? Het allermooiste Stay-liedje staat op naam van Radar Bros trouwens. Zo mooi, daar komt geen andere Stay ooit nog overheen dus beter houden muzikanten op deze titel te gebruiken. Zeg maar dat ik het gezegd heb. En luister naar Stay van Radar Bros.

En dit is het, dit is waarom ik hou. Dit is waarom ik Het Fysieke Product altijd zal trouw blijven. Dit is waarom ik zo oneindig veel hou van de Hele Echte geluidsdragers: dit voelen, dit tussen mijn vingers houden, dit aftasten. Een slechte lijmrand zien. Een slok koffie nemen. Bekijken. Hoesfoto, titels, instrumentarium. Inschatten. Dit is muziekbeleving nog voor je één noot hebt gehoord en het is prachtig. Natuurlijk, nu is het maar een kartonnen plathoesje. Deze eerste fase in de muziekbeleving duurt nog vele malen langer als de hoes rijker is. Meer te zien, meer te kijken, meer te lezen, meer te raden. Nu, nu dit klaar is, rest me alleen nog. Nu rest me alleen nog de muziek. Opstaan, naar cdspeler lopen, cd uit hoesje halen, in cdspeler stoppen, lade dicht. En dan zijn we weer terug aan het begin van deze recensie, zo’n vier aviertjes geleden. Want die stem, en waar deed het me ookalweer aan denken?

Ja Prince of Assyria dus. Ook in de muziek een beetje. En de Tindersticks van, laten we zeggen, de Simple Pleasures-era (de plaat die ik zo graag wilde vanwege de hoes maar die ik niet kocht vanwege de muziek) (waarmee niet gezegd wil zijn dat Benedict klinkt als iets dat ik nooit wilde horen, maar Tindersticks… Tindersticks… och, ik kwam van al zo hoge met Tindersticks, van al zo veer. Dat eerste Tindersticks album. De relevatie die dát was. Dat horen op mijn kamer daar, dat was nog aan de Barentszstraat, met die bank die nog van mijn nicht geweest was en hoe ik daar op zat, met open mond, ogen gesloten. Dit was de muziek waarvan ik altijd al wilde dat ze bestond en ze bestond niet en nu wel. Dit was een cd alsof die mannen in mijn ziel gekeken hadden en naspeelden wat ze daar zagen. Ik liet die cd luisteren aan iedereen die m horen wilde en aan iedereen die m niet horen wilde. Ik weet ook nog het andere zitten, het zitten op de kamer van Annette, in schaars licht, wij allebei zwijgend, ik tegen Annettes kledingkast geleund, Annette ergens in het halflicht voor me, het eerste Tindersticks-album op de speler. Later zou ik daar nog een gedicht over schrijven).

Of ook, en verder. Benedict. Een beetje Mark Hollis ook wel. Talk Talk misschien zelfs. David Sylvian. Je zou ook nog naar Scott Walker kunnen zoeken in de randen hier. Die sfeer dus. Die klankkleur. You Can Tell Me Nothing That I should is een fijne, soulvolle, donkere, poëtische, romantische, filmische, grofkorrelige nachtplaat. Een plaat die goed samen gaat met cognac. Een plaat voor whisky. Een plaat voor zwaar, donker bier. Een plaat voor schaarsverlichte kamers. Die plaat. Die plaat is het.

Het lijkt wel op het soort platen dat ik veel draaide in mijn studentenjaren, en naar daar voert Benedict me dan ook. De eenmanskamer overdag, mijn grauwe flat, mijn melancholie, mijn somberte. Mijn staan daar. Voor het raam. In mijn gepijnigde hoofd plaats alleen voor Femke. Want zij was het lief dat mij in de steek gelaten had (later, veel later, zou ze dat trouwens nog een keer doen). En ik stond daar, voor het raam, altijd weer in de hoop dat ik haar zag lopen, dat ze naar mij kwam, dat ze lachte en dat ze zwaaide en dat ze zou komen en dat we voor altijd gingen samen zijn. En nooit kwam ze en altijd was er de pijn maar het was goede pijn want het was de pijn die maakte dat ik wist dat ik nog voelen kon, dat ik nog leefde, het was de pijn die maakte dat ik de muziek zo mooi vond. Het was de pijn die maakte dat ik ik was. En ook die plaat is het.

Maar ook de plaat van een grijze zondagnamiddag in de herfst en geen zin om ergens heen te gaan en ook nergens heen hoeven gaan. Gewoon binnen blijven, en thee zetten, en de kinderen verhalen vertellen, en een plaat draaien. Een plaat als deze misschien. Want ook die plaat is het.

Of de plaat van hoogzomer, de deuren open, in de tuin zitten, een zomers drankje drinken, toekijken hoe de schemering invalt, niets hoeven zeggen, alleen de avond, de drank en de muziek en ja: ook die plaat is het.

Benedict You Can Tell Me Nothing That I Should LP Recensie

Of ook de plaat van de gedroomde levens: hoe je dromen kon dat je schilder was geweest & meer leefde in je atelier dan waar dan ook, hoe je handen vol verf op doeken smeet terwijl een plaat speelde en dat die plaat deze plaat kon zijn want ook die plaat is het.

Of de plaat die doet denken aan hoe ik het zag zomeren in Someren. Mijn vader die kwam kijken naar het toneelstuk en blijer zijn dan ooit om hem te zien. Mijn vader, en wat hij me leerde over muziek en hoe ik daaraan denkend me bedenk dat hij dit best een mooie plaat zou hebben gevonden. Omdat het de plaat is voor cognac en whisky. Omdat het een goede plaat is om bij te zwijgen. Een plaat die me denken doet: als mijn vader nog leefde had ik hem naar deze plaat laten luisteren. Ook. Die. Plaat. Is. Het.

Zo zie. Er is niet een verhaal dat het verhaal is “achter” een plaat die de plaat is: er zijn altijd vele verhalen bij een plaat die op zichzelf alweer vele platen is. Als muziek ergens op slaat, vermenigvuldigt het zich waar je bij staat.

You can tell me nothing that I should is niet enig in zijn soort. Er zijn binnen deze sfeer genoeg andere platen, en eerlijk gezegd speelt Benedict daarbinnen nog niet eens in de eredivisie. Maar dit is wel gewoon een hele fijne plaat. Fijn omdat het plaat is. Fijn omdat het geen muisklik is. Fijn om de stem, fijn om het instrumentarium. Fijn om de cognac en om de whisky. Fijn om de nacht en om de sfeer. Fijn omdat het niets zegt dat ik zeggen kon. Fijn om het spreken en het zwijgen, de klank en het klinken. Fijn om de verhalen en om de platen. Fijn omdat ik elke keer merk dat ik de plaat nog eens horen wil. Dan heb je altijd iets goeds in handen. Misschien niet iets unieks, maar wel iets goeds. En als goed zo goed is als You can tell me nothing that I should, is goed zeker goed genoeg.

You Can Tell Me Nothing That I Should Album Informatie

  • Titel: You Can Tell Me Nothing That I Should
  • Zangeres: Benedict
  • Muziek: indie pop, indie rock
  • Soort album: studio LP
  • Label: DRY/WET Records
  • Tijdsduur: 39:29
  • Uitgebracht: maart 2020
  • Drager: Vinyl White LP

Tracklist en Nummers

  1. You’ve Lost Me Before (2:58)
  2. Mistaken For (4:48)
  3. Talking ‘Bout Roses (4:24)
  4. Finish the Wine (4:02)
  5. New Blue Moon (3:18)
  6. See You Soon (2:27)
  7. When We Were Young (4:16)
  8. Stay (3:43)
  9. Leave the Rain (3:48)
  10. [36] (5:45)

LP beluisteren via Spotify


Bijpassende Muziek en Informatie

The Kik – Jin LP

The Kik Jin LP recensie en informatie over het nieuwe album, inclusief nummers en tracklist. Op 14 februari 2020 verschijnt het derde studioalbum van de Rotterdamse band The Kik.

The Kik Jin LP Recensie en Informatie

Als de redactie de nieuwe LP  heeft beluisterd, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Jin de nieuwe LP van The Kik. Daarnaast zijn hier gegevens van de CD en LP en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina de tracklist, informatie over de derde plaat van de Nederlandse band The Kick en de mogelijkheid tot beluisteren via Spotify vinden.

The Kik Jin LP Recensie

Jin van The Kik Album Informatie

  • Band: The Kik
  • Titel: Jin
  • Muziek: Nederpop
  • Soort album: studio LP
  • Label: Excelsior
  • Tijdsduur:
  • Uitgebracht: 14 februari 2020
  • Dragers: CD / Coloured Vinyl LP+CD / Vinyl LP+CD

Informatietekst van de nieuwe LP van The Kik

Na drie studioalbums, een plaat met Armand, het tussendoortje Hertaalt en de Boudewijn de Groot-coverplaat die hen tot twee uitverkochte avonden in Ahoy’ bracht, is het voor de leden van The Kik tijd om eens flink door te pakken met sterk eigen werk en een nieuwe sound. Het nieuwe album Jin verschijnt 14 februari 2020. The Kik vindt zichzelf op Jin als het ware opnieuw uit met synthesizers. Zónder zelfverloochening. Het blijft The Kik. ‘Het is niet zo dat we ineens van een sixtiesband zijn veranderd in een jaren tachtig-band,’ zegt Dave von Raven, zanger van The Kik over Jin, het vierde studioalbum van de Nederbietband. ‘Maar het is wel wat anders.’ The Kik dus. Bekend van radio en televisie. Met eigen werk, een frisse look en een kersvers geluid.

Jin Tracklist en Nummers

  1. Angela
  2. Gekker dan jij
  3. Plekken waar je niet mag roken
  4. De Gouden Wok
  5. Alle tijd van de wereld
  6. Don Juan & Casanova
  7. Te weinig tijd
  8. Maarten
  9. De grote baas
  10. Op de radio

LP beluisteren via Spotify


Bijpassende Muziek en Informatie

The Bullfight Eggs & Marrowbone Recensie

The Bullfight Eggs & Marrowbone Recensie van Tim Donker en Informatie CD met murder ballads en een bijgevoegd boek.

The Bullfight Eggs & Marrowbone Recensie en Informatie

In het boek dat bij deze cd hoort, is een interview opgenomen met Bad Seeds-gitarist Mick Harvey. Hij vertelt hoe iemand na het verschijnen van Murder Ballads (het roemruchte album van Nick Cave and the Bad Seeds) eens aan Nick Cave had gevraagd of de volgende cd er één met verkrachtingsballades zou worden. Het sarcasme van deze persoon is niet zonder hypocrisie. Ten eerste is Cave natuurlijk niet de uitvinder van de moordballade; het is een eeuwenoud genre (lees ook, verderop in dit boek, het informatieve mini-essay van Erwin Zijleman over de geschiedenis van de moordballade). Bovendien drijft vijfenzeventig procent van de entertainmentindustrie (de entertainmentindustrie! hoor mij bezig!) op moord en ander gruweldaden. Maar toch begrijp ik wel wat de opmerkingen over verkrachtingsballades zeggen wilde.

Je kunt van alles met een moordballade. Je kunt er een diepe duisternis mee in plonzen. Je kunt inzetten op angst en afgrijzen. Je kunt zingen vanuit het slachtoffer. Je kunt de dader meedogenloos maken, kilhartig, onmenselijk. Je kunt ook een situatie schetsen waarin een mens begrip zou kunnen opbrengen voor moord. Het leent zich evenzeer voor absurdisme, surrealisme, voor een huiveringwekkende nachtmerrie, als voor wat Matthew Sweeney “alternatief realisme” noemde. Je kunt er een nihilistische filosofie mee willen onderbouwen, of vragen stellen bij de normen van onze samenleving. Cave leek de aangewezen man voor bijna dit alles. Met fantastisch mooie en duistere albums als From Her To Eternity, Your Funeral My Trial en Henry’s Dream op zijn palmares. Maar uitgerekend hij kwam in Murder Ballads met een verdomd gezellig album aanzetten. Gastmusici, lalala-achtige samenzang, ritmetjes waar je heel lekker op kon meedeinen, een voor Cave’s doen nogal gladde productie… – ik werkte in die dagen in het magazijn van de Bijenkorf waar de hele dag Sky Radio aanstond. Die gaven meerdere keren per dag Where the Wild Roses Grow te horen (dat duetje met Kylie Minogue, weet u nog wel) en ik zweer het bij God dat de hele afdeling dan meezong en –neuriede, met hoofden heen en weer wiegend; ze hielden nog net niet elkaars hand vast. Dat was de eens zo avantgardistische Cave (van The Birthday Party kon je veel zeggen, maar niet dat het fijne arbeidsvitaminen opleverde). Dan en daar zijn de eerste barsten in mijn liefde voor zijn muziek gekomen, en met het navolgende album The Boatman’s Call sloeg Cave die liefde eigenhandig aan gruzelementen. Al zal het diene mens een zorg zijn dat ene Tim Donker uit zijn fanschare gestapt is. Bovendien gaat het daar nu niet over.

Waar het wel over gaat, is dat ik zo mijn reserves heb ten opzichte van de moordballade. Ik heb al eens zeer straffe moordballades gehoord, zeker. Maar een heel album vol? Bij Cave ging dat dus goed verkeerd als u het mij vraagt (u vraagt het mij niet). Wat dan te denken van The Bullfight, die er niet alleen een album maar ook nog een heel boek mee vullen.

Als project vooreerst prijzenswaard. Niet om de moordballade. Wel om de cd. Of als u vinyl prefereert (want dat kan ook): de lp. En om het boek. Iedereen die me langer dan vijf minuten kent, weet dat ik een hartgrondige hekel heb aan digitale muziekbestanden. Muziek moet fysiek uitgegeven. Het liefst op cd. Ik keerde de lp begin jaren ’90 de rug toe omdat in het Eindhoven van die dagen bijna nergens meer lp’s te koop waren. Mijn platenspeler verstofde en ik ga er geen plumeau meer aan wagen. Nu verkopen ze zelfs bij de Aldi en de Lidl platen. Ze doen maar. Ik blijf de cd –en de gigantische verzameling die ik met dit medium inmiddels opgebouwd heb- trouw. En voor mooi uitgegeven cd’s heb ik een zwak. Elke cd die komt met een boek schaf ik blindelings aan. Gewoon omdat ik vind dat je zoiets moet ondersteunen.

Maar ja. Nu is het er. Nu is het binnen. Nu is het niet alleen maar een cd die komt met een boek (het ging over moordballades dacht ik), nu is het dan iets dat ik handen kan houden. Ik kan het bekijken. Ik kan de cd luisteren, het boek lezen. Ik kan er een mening over vormen. Ik kan.

En ik doe.

De cd als eerste dan maar. Want muziek was mijn eerste lief. Maar wacht. Deze hier ga ik gedoseerd tot me nemen. Laat ik beginnen met een lied. Eén liedekijn maar, en dan niks meer. Op een avond, net voor het nog niet echt laat is maar later dan ik doorgaans naar bed ga sedert de kinderen schoolgaand zijn en ik al veel te vroeg al veel te veel moet. Eén liedekijn. Lullaby heet het, en wat komt er doorheen mijn koptelefoon? Een duister soort zwaar aangezette folk, net iets ten zuiden van “pagan folk”, of hoe heet men dat. Angstaanjagende vrouwenstemmen. Een viool, een piano, een contrabas, een gitaar. Textueel wekt het huivers: een moeder maakt haar kind deelgenoot van haar geheim. Ze vermoordde de vader van het kind, en diens minnares. De aanleiding is bijna banaal en de methode is schoon, geen bloed werd hier vergoten. Maar als uw maag niet samentrekt bij de idee dat een moeder te biecht gaat bij haar kind over de moord op de bloedeigenste vader van dat kind, een vader waar het ongetwijfeld van hield want wat heeft een kind nu helemaal zaken met volwassen debiliteiten als overspel en jaloezie, dan hoort u wat mij betreft thuis in een gesloten inrichting.

Dit gaat al zijn voor deze avond. Ik ben rusteloos. Ik ga naar boven, naar een andere kamer, om te lezen of te peinzen of de gaten in het plafond te tellen, weetikveel. Misschien ga ik zelfs wel gewoon slapen. En als ik de trap op loop denk ik één ding: Zo! Gezellig is Eggs & Marrowbone vooralsnog in ieder geval niet!

En dan komen en gaan er dagen en op één van zulke dagen, sta ik en praat ik met de buurman. Ik was eigenlijk op weg om boodschappen te doen. Ik kom die man ook overal tegen, vooral in mijn eigen straat, vooral ter hoogte van zijn huis. Ik sta en praat over het Eggs & Marrowbone project want ik zit ermee in mijn maag. Ik wil zo graag zo ongeremd positief, zo bijkans hysterisch enthousiast over dit project schrijven, ik zeg, want ik wil het voelen gloeien. De cd, en dan zo’n prachtvol groot en zwaar boek erbij. Van daken wil ik roepen, dat iedereen het moet aanschaffen. Maar ik vrees dat mijn oren en mijn hart en mijn lendenen en mijn ogen me toch uiteindelijk een iets gematigder mening zullen gaan opdringen. “Dan heb je daar alvast een mooie insteek voor je recensie!” zegt de buurman. Uiteindelijk loop ik met een kop vol twijfels naar het winkelcentrum. Gebruikt mijn buurman een woord als “insteek”?

En dan doe ik wat ik al heel lang niet meer gedaan heb. Op een maandag aan de eettafel zitten en met papier voor mijn neus naar een cd luisteren. Dat was vroeger zo. Nog voor de kinderen er waren, en zelfs voor maandagbellen er was. Tien jaar geleden of langer nog. Luisterde ik alle maandagen naar te recenseren cd’s, want dan ving het werk pas om twee uur ’s middags aan en had ik de hele ochtend voor luisteren en schrijven en lezen. Ik heb allang geen hele ochtenden meer tot mijn beschikking voor zulke dingen, en zeker geen maandagochtenden. Maar toch is het maandag, is het ochtend, als ik zit. Zoals vroeger. Zonder koptelefoon maar met koffie en papier en aan tafel. En dan de cd. Eggs & Marrowbone. The Bullfight. Zo heet de band, zei ik dat al? Ongelooflijk slechte bandnaam trouwens. Maar oké. En goed. En terzijde. En nu, muziek.

Ja.

Ja. Goed. Folk, inderdaad. Maar ook hints naar de new romantics-beweging. Vooroorlogse jazz. Orgels, violen, gitaar, piano, een bugel zelfs een keer, mind you. De sfeer is die van El Boy Die, die van Tindersticks, die van ja: Nick Cave. Op de meeste liedjes neemt Nick (!) Verhoeven de zang voor zijn rekening en een bijzondere zangstijl heeft hij. Het bevindt zich ergens tussen praten en zingen in, is gedragen en theatraal. Het heeft wel wat weg van de zang van ja: Nick Cave. Het is niet lelijk, het is intrigerend maar niet een stem die me vanaf de eerste minuut voor zich wint. Helemaal vrij van aanstellerij lijkt het niet te zijn, die stem. En nu we het toch over Nick Cave hebben: moet ik het gastoptreden van Birgit Schuurman in Lying in Your Arms (wat een caveïaanse titel trouwens!) zien als een knipoog naar het gastoptreden van Kylie Minogue in Where the Wild Roses Grow?

The Bullfight Eggs & Marrowbone Recensie CD en Boek

Eggs & Marrowbone is honderd keer de plaat die Murder Ballads was. Want Eggs & Marrowbone is, minstens bij vlagen, echt duister. In ieder geval vaker wel dan niet mooi. Een ander groot pluspunt is dat de plaat niet heel lang duurt. Dus is het voorbij voor het me tegen gaat staan. Dat bedoel ik minder rot dan het volgens mij klinkt. Iets met bekasting en met meesters, hoe was het ook al weer.

Maar toch. Afkomen met een plaat vol moordballades en dan in muziek en zang zoveel Cave-hints geven? Sterk is anders. Ook tekstueel valt er het nodige af te dingen op Eggs & Marrowbone. In het weerzinwekkende The Supergrinder legt een vader zijn kind op bed (weeral een kind! laat de kinder er buiten, nu!) om daarna eens lekker de buren tot pulp te meppen. De refreintjes zitten vol lalala’tjes en laladi’tjes, want het is natuurlijk een carnavaleske boel met die supergrinder. De coupletten bevatten Duitstalige zinnen en op de koop toe moet die man dan ook nog een SS-uniform dragen. Waarom moet die man een SS-uniform dragen? Om het nog psychopathischer te maken ofzo? In het navolgende The Lamenteer heeft iemand iemands suïcide op zijn (haar?) geweten, en dat wordt als volgt geuit: “Hitler and Stalin killed hunderds a night / I did not kill one; it was her own suicide”. En weeral denk ik hum. En weeral rasp ik door mijn baard. En weeral rijs ik één wenkbrauw. De liedjes staan vrij achteraan op de plaat, dus ik verlaat Eggs & Marrowbone met een vieze smaak in mijn mond.

Waarom dat SS-uniform, waarom Hitler en Stalin? Waarom geen soldatenpak, ik zeg nu maar wat, en vul op de stippellijntjes de naam van een gekende massamoordenaar in. WOII behoort tot de ergste open wonden uit de Europese geschiedenis, en terughoudendheid is geboden met verwijzingen ernaar. Ik zeg niet dat er nooit grappen over gemaakt zouden kunnen worden, een WOII-verwijzing nooit ludiek of lichtvaardig zou mogen zijn; ik zeg ook niet dat je er niet mee schilderen mag in proza, of poëzie, of film, of muziek, of strip, of wat je er ook mee wil. Maar als het alleen maar dient om de weerzinwekkendheid van een situatie aan te zetten, kan het er ook gemakkelijk naast zijn en dat is volgens mij zeker aan de hand in de twee genoemde liedjes op Eggs & Marrowbone.

En ik denk hum. En ik rasp door mijn baard. En ik rijs één wenkbrauw. En over de cd ga ik alvast niet de glorie kunnen jubelen die ik jubelen wilde. Het is een goede cd, het is een mooie cd, het is een fijne cd. Maar het is er iets te vaak naast om in extase te zijn. En muziek is extase. Goede muziek is extase.

Het boek dan maar? Naar boven. Trap op, een stille ruimte zoeken. Beneden staat hier alle avonden de televisie te tetteren op één of andere commerciële rotzender. En boeken hebben geen gat waar ik mijn koptelefoon op aan kan sluiten. Dus dan de stilte gezocht. Op ergens een bed. In kou, want boven staat de verwarming niet aan. Maar kou past bij een duister project als dit. En kijken. En lezen. En kijken, weer.

Eggs & Marrowbone. The art of the murder ballads is een groot boek. Het is een zwaar boek. Ik herhaal het nog maar eens. Met zijn luttele 120 pagina’s, en toch bijna lectuur voor gewichtheffers. Het is een salontafelboek. Of een koffietafelboek. Hoe heet dat. Alle gelijk, zo’n boek dat je niet in de boekenkast zet. Maar je legt het neer. Op een tafel. Bij voorkeur op een tafel die je niet nodig hebt om aan te eten of te schrijven of er je kopjes koffie op te zetten als er gasten komen en je praten moet over hoe het gaat op je werk en met de kinderen en waar je naartoe gaat deze zomer. Zo’n tafel die daar maar staat te staan, en waar kunst- en andere kijkboeken op liggen. Bijvoorbeeld dit hier grote en zware boek. En vol ook, is dit boek. Het bevat essay, interview, schilderij, liedtekst, gedicht, strip en misschien vergeet ik dan nog wel wat media.

Vol, ja. Te vol? Hmmm ja. Misschien wel een beetje te vol. Ik hou van enig eclectisme. Ik hou van stuurloosheid. Ik hou van kruisbestuivingen en borders crossen. Ik hou ervan als een project zich niet laat beteugelen. Maar toch. Sjee. Dit boek is wel heel erg propvol en in zijn propvolheid doet het een beetje denken aan het werkstuk van een overijverige middelbareschoolleerling die een collage over “de kunst van de moordballade” wilde maken maar meegesleept werd door zijn eigen enthousiasme.

Natuurlijk is dit niet een boek bedoeld om in één avond doorbladerd te hebben. Vandaar ook dat tafeltje. Daar leg je het neer, daar pak je het op. Zo af. En toe. En dan blader je wat, en dan kijk je wat, en dan lees je wat. En dan leg je het weer neer. Zo. Maar dan nog. Had de lezer / kijker toch iets meer rust gegund. Een witpagina hier of daar (en dan doel ik op de functie van de pagina als lege pagina, niet op de kleur: in een boek als dit hadden de witpagina’s best zwart of bloederig rood gekund). Dat had je sowieso moeten doen naast elke tekst. Ieder mens is denklui. We werden voorgelezen uit boeken met plaatjes, en op het plaatje kon je zien wat je moeder of vader aan het voorlezen was. Zodus is de mens geneigd elk plaatje naast een praatje te zien als illustratief. Dat gaat ten koste van de zeggingskracht die een schilderij op zichzelf hebben kan. Het kunstwerk The Death of Jeanne d’Arc van Mirjam Groothedde staat naast een gedicht van, godbetert, Bart Chabot. Dat is toch een beetje als Bassie een dansje zien doen op muziek van Kayhan Kalhor (waarbij, voor de goede orde, Groothedde dan Kalhor is). Maar Groothedde is niet het enige slachtoffer dat de propvolheid van Eggs & Marrowbone. The art of the murder ballads eist.

Nee. Voorwaar. Ik zeg u. Het boek slachtoffert uiteindelijk zo te spreken zichzelf (welja. waarom niet). Ja. Wat? Ik zou haast zeggen dat kwantiteit hier niet ganzelijk harmoniëert met kwaliteit maar hee, zulke debiliteiten ga ik toch niet uit mijn botten slaan? Hou het er dus maar liever op dat er tussen het vele, het heel erg vele, het veel te vele dat dit boek te bieden heeft toch maar bitter weinig zit dat me doet opspringen uit mijn stoel en me wauw doet roepen en brullen van enthousiasme en rennen ook, rennen naar de telefoon omdat ik nu! een vriend! of vriendin! moet bellen! want ik moet! praten! spreken! oreren! over dit hier schilderij, dat daar gedicht, deze of gene kunstenaar. Honderdzestien pagina’s, de meeste ervan gevuld met beeld & geen enkel werk valt in de categorie “dat zou ik wel in mijn huis op willen hangen”. Er zijn wel wat pagina’s waar ik langer blijf hangen en vaker naar terugkeer dan andere, dat dan weer wel ja.

Er is het nogal expliciete The Corpses of the De Witt brothers van Jan de Baen, dat mij aan Francis Bacon deed denken, en evenzo aan het magistrale Alle Vlees van Jacq Firmin Vogelaar (één van de allerlaatste goede boeken die diene mens schreef); er is het reeds genoemde The Death of Jeanne d’Arc van Mirjam Groothedde; er is Petit People van Otto Ganz dat me intrigeerde omdat het met, onder andere, “organische vloeistoffen” geschilderd is én omdat het, naja, Otto Ganz is (ah! die goeje ouwe Xavier Deflorenne. ik ken hem vooral als geniaal dichter maar hij heeft ook een paar romans op zijn naam staan. die echter, helaas, bij mijn weten nooit uit het Frans zijn vertaald naar welke andere taal dan ook en ik wil alles doen voor de literatuur, ik heb mijn leven veil voor de literatuur, ik verhuis naar een ander land voor de literatuur, ik bevaar de zeven zeeën voor de literatuur, ik leer Russisch of Chinees of Oud-Grieks voor de literatuur ik wil zelfs mijn snor laten staan voor de literatuur maar Frans leren lezen wil ik niet); er zijn Circling Birds en Red Tree in Sunlight van Gallon Drunk-voorman James Johnson (ah! Gallon Drunk! ik heb wel weer eens zin in een Gallon Drunk-plaatje ik wil nu een Gallon Drunk-plaatje ik ga meteen een Gallon Drunk-plaatje opzetten!); ja, die werken zijn er. Ze zijn angstaanjagend, duister of misschien wel gewoonweg mooi en alsnog stroomt mijn bloed er niet heel veel harder van. Misschien dat de weergave in boek deze of andere werken geen recht doet, misschien moet je de originelen gezien hebben (“Je moet het in een zaal zien”, scheen de oma van mijn vader altijd te zeggen – en die woorden waren gevleugeld in ons huis want te pas en te onpas zeiden we: “Je moet het in een zaal zien”). Maar ook dat is geen excuus. Dit is een boek en dierhalve moet alles waar daarin staat ook in een boek tot zijn recht kunnen komen.

The Bullfight – Eggs & Marrowbone beluisteren

Dat niet alle werken heel direct over moordballades gaan; dat sommige werken misschien alleen dood tonen, of nog: “louter” luguber, sinister, suggestief, ontregelend, bizar, duister, broeierig of mysterieus zijn is tegelijk een voor- en een nadeel. Het voordeel is dat de kijker er zijn eigen nachtmerries kan laten spreken en dat het moordthema je niet murw dreigt te slaan. Het nadeel is andermaal een te wijdse blik, een veel dat te veel wordt. Een overgestileerde duisternis is niet nachtmerrie-achtig. Wat is minder eng dan dat wat in alles zegt dat er hier iets heel engs aan de hand is?

Wat de teksten betreft, steken er vooral twee uit. Het lieve, ontroerende, warme Iemand die ik liever mis van Vrouwkje Tuinman en het mini-essay over moordballades van Erwin Zijleman. Het opnemen van liedteksten in dit boek vind ik echt een zwaktebod. Dat geldt zeker voor andermans liedteksten, maar ook voor de eigen liedteksten. Wie zoals ik graag meeleest met de teksten om er zeker van te zijn dat je wel echt hoort wat je denkt te horen, moet met dit zware boek in zijn hand op de bank gaan zitten als hij de cd een luisterbeurt geeft. Daardoor krijgt dit kunstboek een beetje het imago van een al te groot uitgevallen cdboekje, een indruk die nog versterkt wordt door het hoge “rock n roll”-gehalte van veel van de afbeeldingen. Dat is jammer want met minder bijdragen en meer rustmomenten in de vorm van “wit”pagina’s had Eggs & Marrowbone. The art of the murder ballads een fantastisch boek kunnen zijn, zelfs zonder cd. Waarom werd de cd zelve eigenlijk niet uitgerust met een klein cdboekje erbij voor teksten en instrumentarium en diergelijke?

Hier is wat we gaan doen. Ja. We. U gaat ook iets doen. U gaat Eggs & Marrowbone heel gewoon bestellen. En rap een beetje. Want projecten als dit moeten gesteund worden. En het project als geheel biedt genoeg moois. Dus. U gaat. Bestellen. En dan gaat u uit. U gaat namelijk een salontafel kopen om straks het boek op te kunnen leggen.

En ik. Ik ga die Thomas van der Vliet eens even heel goed in de gaten houden. En als hij ooit, morgen, of volgend jaar, met dat werkelijk fantastische project op de proppen komt (want dat heeft hij in zich, zoveel is zeker), dan zult u mij horen. U zult mijn roep horen. Van de dagen. U zult het horen schallen. Werkelijk, u zult.

Goed? Goed!
Dan ga ik nu even de kinderen uit school halen, goed? Goed.

Eggs & Marrowbone Album Informatie

The Art of the Murder Ballad

  • Titel: Eggs & Marrowbone
  • Band: The Bullfight (Nederland)
  • Muziek: rock, murderballads
  • Soort album: studio LP
  • Label: Brandy Alexander
  • Tijdsduur: 32:06
  • Uitgebracht: november 2019
  • Drager: CD met Boek

Eggs & Marrowbone Tracklist en Nummers

  1. Lullaby (1:59)
  2. Doomsday Prepping (3:58)
  3. Lying in Your Arms (4:04)
  4. Alexander! (4:49)
  5. The Ballad of Aurely (1:38)
  6. Therefore I Run (4:49)
  7. The Supergrinder (2:24)
  8. The Lamenteer (2:15)
  9. The Hazeldonk Shuffle (4:08)
  10. Eggs & Marrowbone (2:02)

Bijpassende Muziek en Informatie

I Am Oak – Omosis LP Recensie

I Am Oak LP recensie en informatie over het nieuwe album, inclusief nummer en tracklist. In september 2019 verscheen de nieuwe LP van de Nederlandse folk band I Am Oak. Op deze pagina kun je de bijzondere bespreking van het album lezen, geschreven door Tim Donker.

I Am Oak Omosis LP Recensie van Tim Donker

I Am Oak – Omosis LP Informatie

    • Titel: Omosis
    • Band: I Am Oak (Nederland)
    • Muziek: folk, pop
    • Soort album: studio LP
    • Label: Snowstar Records
    • Verschenen: september 2019
    • Totale tijdsduur: 42:01
    • Dragers: CD / Vinyl LP

 

Omosis Nummers en Tracklist

  1. The Shore (4:41)
  2. Between Worlds (3:21)
  3. Hidden Cove (3:30)
  4. Tundra (2:59)
  5. Swells (3:12)
  6. Kamikochi (3:33)
  7. Cold Heath (4:01)
  8. Stranger (3:32)
  9. Wild Fern(3:34)
  10. Will I Wake (2:58)
  11. Wondrous Way (6:40)

Beluisteren via Spotify


I Am Oak Omosis LP Recensie

Recensie van:  Tim Donker

(luisterde ik naar Osmosis van I Am Oak)

(luisterde hij naar Osmosis van I Am Oak) (en dit zijn allemaal mensen. en ze kijken uit hun ogen)

(later zou het te laat zijn)

(later was het schromelijk) / (schromelijk was het later)

(of in kamertje zitten en je aandacht overal behalve daar en het liefst was je weg van hier)

(of op een zaal in het hospitaal)

(of op een zaal in het hospitaal)

(of op een zaal in het hospitaal)

(vlerkman, badkamervrouw)

(op de dag dat de badkamervrouw geopereerd moest worden kwam vlerkman via de tuin zijn huis in en luisterde hij)

(al bijna half die tekst klaar maar we moesten anna halen)

(ze probleem in mij is mij)

(ze mij is in ze probleem)

(in ze mood en in ze pannetje)

(wat een manier om dood te gaan) / (wat een manier om te leven): (vervagen)

(vervagen in jou. vreemd dat je dat nooit geweten hebt)

(nu)

(de elementen zij zijn overhoop gesmeten)

(geluid)

(zegt)

(spiegelgeluiden)

(zegt vlerkman: kom. kom, zegt vlerkman. kom en zie. zegt vlerkman kom en zie & zie de badkamervrouw en haar bloedmooie gezicht als ze ligt. als ze ligt op een zaal. als ze ligt op een zaal in het hospitaal, en is dat nu? vraagt zich af vlerkman. vraagt vlerkman zich af)

(wat is nu)

(&)

(& nu samen in de badkamer zijn mijn zoon en ik. het is zijn bedtijd en ik wil zijn tanden poetsen maar hij moet poepen en ik sta daar maar met die tandenborstel in de hand, en hij zit, op weesee en dan)

(soms loopt vlerkman op straat en kijkt al lopende langdurig verliefd naar de foto van de badkamervrouw in zijn telefoon en soms nee meestal nee altijd loopt hij dan vroeger of later met zijn kop tegen een paal)

(dan)

(zegt)

(kunnen we nu niet doodgaan?, sprak toen op de heuvel de badkamervrouw)

(sprak toen op de heuvel de badkamervrouw)

(maar nu)

(spreekt en zegt)

(vangt de zoon vanop de weesee ten spreken aan)

(hij poept)

(hij poept en zegt)

(stil nu. als de zoon spreekt moet het stil zijn. als de zoon spreekt is het stil)

(hij vangt poepend ten spreken aan en zegt: stel je een getallenlijn voor. stel je een getallenlijn voor en de toekomst is honderd en het verleden is nul dan is het heden vijftig. zegt hij. zegt hij allemaal mijn poepende zesjarige wonderschone zoon)

(denkt vlerkman, ik schrijf weg die honderd ik schrijf weg die vijftig, ik schrijf hier die nul)

(kan nu niet nul gaan?)

(de val. en zo te landen): (de val en zo te landen het nachtterrein)

(& de ogen zijn droog)

(schrijft vlerkman, schrijft vlek weg de honderd en de vijftig, schrijft hij hier de nul, schrijft hij de dagen van weleer de temp van tempo doeloe, schrijft hij hier, schrijft in zijn armen de badkamervrouw (vlerkman houdt echt wel heel erg veel van de badkamervrouw), ze dansen een traagdans, ze dansen traag op iets met viool en zang en het spreekt en het zegt en het zingt drink drink drink met mij in het huis dat we zo liefdevol gevuld hebben)

(in het woud gaat de wind om)

(ik dacht aan dagen)

(op de dag dat de lucht loodgrijzer was nog dan loodgrijs kwam ik via de tuin mijn huis in en luisterde ik)

(zal ik ontwaken in een tijd)

(op de dag dat)

(denkt vlerkman waarom nemen we niet gewoon de trein, de badkamervrouw en ik, en we gaan en we vestigen ons in een blokhut in Llanera ofzo)

(of in Bari misschien)

(of in Obaba misschien)

(of in Slovenië misschien)

(vlerkman houdt echt wel heel erg veel van de badkamervrouw)

(op de dag dat de nul scheef stond kwam ik via mijn tuin het huis in en luisterde ik)

(op de dag dat de badkamervrouw geopereerd moest worden kwam vlerkman via de tuin zijn huis in en luisterde hij)

(op de dag dat de lucht loodgrijzer was nog dan loodgrijs kwam ik via de tuin mijn huis in en luisterde ik)

(op de dag dat de badkamervrouw 46 werd kwam vlerkman via de tuin zijn huis in en luisterde ik)

(op de dag dat om kwart over negen in de ochtend iemand me zei je letters vallen thuis bij mij kwam ik via de tuin mijn huis in en luisterde ik)

(op de dag dat ze zich voor goed en eeuwig vestigden in Llanera of Bari of Obaba of Slovenië kwamen Vlerkman en de Badkamervrouw via de voordeur hun blokhut in en luisterden zij)

(luisterde ik naar Osmosis van I Am Oak)

(luisterde hij naar Osmosis van I Am Oak)

(luisterde ik naar Osmosis van I Am Oak)

(luisterden zij naar Osmosis van I Am Oak)

En die dag was alles goed.


Recensie van Tim Donker