Tagarchief: Snowstar Records

Donna Blue Dark Roses Recensie

Donna Blue Dark Roses recensie van Tim Donker en informatie over de nummers op de nieuwe plaat.

Donna Blue Dark Roses recensie

Dat je daar zit. Dat je daar zit, op deze dag. Dat je daar zit, op deze Dark Roses dag, die een dag is als alle andere. Een dag als nooit te voren. Een dag na de vorige dag.

Recensie van Tim Donker

Dat je daar zit. Met naast je je dochter. Je prachtige lieve grappige wijze moje geweldige zevenjarige dochter. Die daar zit, ook. En een verftekening maakt van een poes. Fantastiese kleuren in de achtergrond. Op de voorgrond een poes. En steeds meer details. En steeds meer verf. En dan haar concentratie, terwijl ze tekent, terwijl steeds meer verf, terwijl die poes. En jij zit daar ook, en je stuurt berichtjes aan de man die je trap heeft gerenoveerd. Een man met een ontzaglijke juridiese kennis. Kent heel het wetboek uit zijn hoofd. Is natuurlijk een anarchist. Is natuurlijk een vriend van je geworden. Zit je hier natuurlijk berichtjes mee uit te wisselen, terwijl je dochter natuurlijk een verftekening van een kat aan het maken is. Op de speler: Dying happy van Baby Bird. En je denkt Sjee hoe ongekend mooi deze muziek toch.

Of. Later. Je dochter al in bad. Je traagkookt. Je traagkookt risotto natuurlijk, want een risotto moet getraagkookt. Je voegt bouillon toe, je roert, je voeg bouillon toe, je roert, je voegt bouillon toe, je roert. Af en toe loop je naar boven, naar de badkamer, want je dochter, je prachtige lieve grappige wijze moje geweldige zevenjarige dochter zit in bad nu omdat niet alleen de verftekening maar ook zijzelf altijd maar kleurrijker werd. Je praat met haar, maakt grapjes met haar, kijkt naar hoe ze bellen blaast van zelfgemaakte sopjes. En dan weer naar beneden, en stil, en roeren, en risotto. Op de speler: head home van O’Death. En je denkt Sjee hoe ongekend mooi deze muziek toch.

Of. Later. Later weer. Dochter nog in bad, haren gewassen, nog even nog even, dan komt ze. Risotto, pruttelend. Je hebt er groente bij gedaan, je hebt er parmezaanse kaas bij gedaan, nog even, nog even dit, dit pruttelen. Even tijd voor een biertje terwijl je dochter nog even nog heel even terwijl de risotto nog even nog heel even, even tijd nog, even zitten nog, even een Orval nog, even alles nog. Op de speler: Olimpia Splendid van Olimpia Splendid. En je denkt Sjee hoe ongekend mooi deze muziek toch.

En dit is hoe.
En dit is hoe muziek.
En dit is hoe muziek terug komt bij je.

Dit is de muziek. Dit zijn de platen. Het zijn de platen, het zijn je mooiste platen niet perse je allermooiste platen maar toch zeker wel je mooiste platen. Het zijn de platen die je al heel lang hebt, het zijn de platen die al jaren bij je zijn, met wekenoude of zelfs maar maandenoude platen werkt het niet. Het zijn de platen die je altijd mooi hebt gevonden, het zijn de platen die je steeds weer mooi vind; die platen zijn het.

Die platen die je keer op keer vinden.

Het kan een dag zijn. Het kan het eind van de middag zijn.

Het kan een verftekening zijn, het kan het bier zijn, het kan de risotto zijn. Dat ik totaal ontspannen was die dag, en bijna gelukkig, hielp ook mee.

Het kan ook nacht zijn, of ochtend op de rand van je bed met zes milligram eeuwigheid smeltend op je tong, misschien de regen tegen de ruit, het kan avond zijn, windstilte, het kan wijn of koffie of brood of vis of boek of lichtval of woord of kaas of inkt of rozemarijn zijn. Of dat wat je niet nu, niet ooit, zou kunnen bedenken

Ik bedoel zeggen. Er zijn platen die mooi zijn. Ze hoeven niet perse engelachtig mooi te zijn, nee liever niet. Zijn gewoon mooi, die platen. Is gewoon mooi, die plaat. En hij gaat mee, die plaat, jaren. En gedurende die jaren, soms, hoor je weer opnieuw hoe mooi je hem vond de allereerste keer dat je hem hoorde.

Ofnee. Niet de eerste keer. Dat is het juist, dat zoon plaat geschiedenis heeft, dat het alles van eerdere keren in zich draagt – dat je weet dat het een moje, een gekoesterde plaat is. Maar soms staat alles goed en weet je niet alleen dat het een moje plaat is, je voelt het ook. Er komt even iets kruipen onderdoor de lagen waarmee je de plaat in de loop der jaren (ja! jaren!) omgeven hebt. Je kunt het niet afdwingen, je kunt het niet eisen, de dingen moeten goed staan. En de dingen staan bijna nooit goed.

Het komt nooit als je echt gekonsentreerd naar een plaat gaat zitten luisteren – dat is de kloterij. En het juk ook, waaronder de platenbespreker leeft. Want die platenbespreker gaat zoon plaat zitten luisteren, in stoel, soms nog met koptelefoon op zijn stomme kop ook, en goed luisteren, en hum denken en tsjee denken en tsja denken. Je verpulvert de mjoeziek met je veel te zware platenbesprekersoor. De mjoeziek moet even gekamerd hebben vooraleer ze je oor bereikt. De mjoeziek moet de dingen aanraken nu de dingen goed staan. Er moet ruimte tussen de mjoeziek en je oor.

Dezer dagen doe ik het veel minder dan ooit, dan toen bijvoorbeeld, toen ik nog studeerde. Het luisteren als loutere aktiviteit. Ik wil de mjoeziek de ruimte laten om zich op te zuigen met heur potensjele geschiedenis (heur potensjele geschiedenis – hoor mij bezig!). Daags na mijn dochter, het bad, het bier, de risotto, geef ik het album van Dark Roses een eerste draai. En ik zit niet en ik luister niet ofja ik luister wel en ik zit ook – op de grond. Ik sorteer de puzzelstukjes van de wereldbolpuzzel waaraan mijn moje lieve prachtige veel te wijze negenjarige zoon bezig is, het leek me iets aardigs voor hem om te doen: dan komt hij thuis uit de schoelje, en dan liggen die puzzelstukjes daar niet meer kriskras door elkaar maar netjes gesorteerd. En ondertussen luister ik ofnee hoor ik liever Donna Blue.

Wat hoor ik?
De bio segt Serge Gainsbourg.
De bio segt Ennio Morricone.
Maar ik hoor Stereolab.

Ja.

En, verdomd, The Shadows. Wat niet perse een slecht ding is; het is alleen maar niet perse een goed ding.

Ja godsakke, willen jullie me het nou echt horen zeggen? Dat ik film noir hoor, zwartwit, grofkorrelig, al die stomme kutkliesjees, moet ik die hier dan echt gaan zitten oplepelen?

 

Een lentedag hoor ik ja, en vroeger hoor ik, niet het vroeger van de zestiger jaren want ik heb het nu niet langer over het geluid maar over het gevoel & ja een gevoel kun je best horen of liever je kunt iets horen dat een gevoel teweegbrengt. Het vroeger van toen ik kind was en op een donkere dag op straat liep – dat hoor ik hier. Een woensdagmiddag, iedereen binnen, iedereen voor de buis, ik liep in grijze luchten overheen grijze straten, altijd maar de dreiging van regen maar het gaat maar niet regenen. De stilte de eenzaamheid de desolaatheid en toch was het mooi om daar zo alleen te lopen, overheen die grijze straten en in die grijze lucht. Maar ik loop niet ik sorteer puzzelstukjes en de stem van de zangeres sirkelt rond mijn hoofd, kringelt langs mijn lijf. Een stem om in te slapen. Een stem om in te drinken, diep in te drinken, als een goede spaanse roodwijn die smaakt naar aarde en regen en leven.

Ik denk aan mijn moeder, toen die nog leefde. Toen ze jong was, ik kind was, toen ze nog rookte. En die blauwe rook en haar prachtige rode haar en ik keek en zag volwassen zijn. Want volwassen dat was blauwe rook en rood haar.

Donna Blue klinkt zoals een kind zich de volwassenheid peinst. Iets met zomers die nog zwoel zijn, de ochtend en het gras kietelt onder je blote voeten en er is iets dat je niet geheel grijpen kunt maar waarvan je meent dat je het ooit, mettertijd, met de jaren, grijpen zult. Iets met een mysterie ofzo. Maar het kunnen ook gewoon de vogels zijn.

Donna Blue en de plaat.
Een plaat.
Een gewone plaat.
Een plaat als alle andere.
Een plaat als nooit tevoren.

Ik sorteer puzzelstukjes en waag denken dat dit een plaat gaat kunnen zijn, ooit, met geschiedenis. Ik zit op de grond en drink mijn iets te koude koffie en waag denken dat dit het soort plaat gaat kunnen zijn dat terugkomt. Mjoeziek nu nog geurend naar cowboys en verten en Calexico en vroeger en film en The Limiñanas en mysterie en oneindig fijne lenteochtenden maar die ooit. Ja. Ooit. Mjoeziek die ooit.

Die kwaliteit heeft het. Mjoeziek te zijn die ooit. Mjoeziek die historij verzamelen kan.

Dan gaat het zijn – jaren na nu. Allicht zullen mijn kinderen twintigers zijn dan, allicht studeren die dan al, allicht wonen die allang niet meer tuis dan maar vereren ze hun oude vader nog geregeld met onverwachte bezoekjes. En dan sta ik weer net als vroeger -net als nu- omeletten voor ze te bakken of god laat het een tortilla zijn. Een herfst, het licht al tanend. We, wij drieën, drinken koffie of vooruit het is laat in de middag ik schenk voor iedereen een roodwijntje in. Eén met zoon grondsmaak. Eén die wolkt in de glazen. Ze vertellen me verhalen. Over hun huisgenoten, hun studies, hun vrienden. We lachen. We drinken. Op de speler: Donna Blue van Donna Blue. En sjee zal ik denken. Sjee, hoe ongekend mooi deze muziek toch.

Donna Blue Dark Roses Recensie

Donna Blue – Dark Roses informatie

  • Band: Donna Blue (Nederland)
  • Soort muziek: pop
  • Label: Snowstar
  • Drager: CD / LP
  • Jaar: 2022

Dark Roses tracklist

  1. The Beginning (4:38)
  2. The Idea (2:11)
  3. A Lover in Disguise (3:50)
  4. Dark Roses (3:01)
  5. Forever (4:19)
  6. Waking Up from a Dream (2:52)
  7. Cup of Time (2:58)
  8. Solitaire (2:50)
  9. Rouge (3:19)
  10. Carousel (4:27)
  11. Reprise (3:19)

totale tijdsduur: 37:44

Bijpassende muziek en informatie

Remy van Kesteren – The Red Turtle Recensie

Remy van Kesteren The Red Turtle recensie van Tim Donker van het nieuwe album, An Alternative Soundtrack to the Motion Picture The Red Turtle.

Remy van Kesteren The Red Turtle Recensie

Recensent: Tim Donker

Ja. De harp. Hou de persen voor de harp. Dat was waar ook, de harp. Op één van mijn postrondes woonde ooit een hele moje vrouw en die speelde harp. Liep ik daar, kwamen er uit ergens een openstaand raam hapklanken naar buiten gedwarreld & dan stond ik even. Stil. Luisterend. Even, heel even. Heel even luisteren, daar, vooraleer ik haar post in de brievenbus deed en verder liep. O. Ja. Dat was waar ook. De harp. Hou de persen voor de harp.

Mijn gevoel bij de harp is op zijn zachtst gezegd ambivalent te noemen. O hoe wonderschoon dat instrument kan zijn weet ik ook wel. Maar té wonderschoon soms. Begrijpuwel. Te hemels, te feeëriek. Dan wordt het kitsch. Schoonheid moet altijd een beetje verborgen zitten. Tussen de wanklanken tevoorschijn komen. Te evidente schoonheid gaat boven de pet & dus boven de oren. Ook: plaatlang wil de harp überhaupt al wel eens vervelen gaan. Meer een instrument om een flard van op te vangen vanuit ergens een openstaand raam op één van je postrondes (gewoon een ommetje maken mag ook). En dan doorlopen, heeldurdag hongerend naar meer. Meer harp. Maar soms is het hongeren naar meer mojer dan het werkelijk meer, en de harp is vaak zo’n soms.

Hoe heette ookalweer dat meisje met die harp? Joanna Newsom, kan dat? Waar is die gebleven eigenlijk? En heeft die ooit meer gemaakt dan die ene cd die ooit –wie weet nog wanneer, wie nam nota, wie schreef het in zijn almanack- de cd was die je gehoord moest hebben, de cd waar niemand nog over zwijgen wilde toen, zelfs niet als je ze daar bij herhaling om vroeg. Iets met Milk in de titel, docht mij, die cd. O dat was fantastisch. Dat meisje die harp die stem. Fantastisch ja. Eén liedje lang. Die harp daar zo bal in de voorgrond, waar je ‘m niet vaak hoorde. Dat intrigerend stemgeluid. Zo hartgrijpend. Eén liedje lang. Bij het twede liedje begon mijn aandacht al uit wandelen gaan en nog voor de plaat zelfs maar halverwege was, was ik ‘m al hartgrondig beu. En tegen het laatste liedje haatte ik alles. De muziek, die stomme harp, dat domme aanstellerige stemmetje. Misschien met tien gastvokalisten. Voor elk liedje één. (stonden er tien liedjes op die cd? ik weet niet meer, willem had ‘m voor me gebrand op een cd’retje, ik heb ‘m ooit in het vuilnisvat geworpen). Misschien met een zee aan andere instrumenten waar die harp zich dan maar bij vlagen bovenuit zong. Hum. Klaarblijkelijk niet echt een fijn solo-instrument, die harp.

Zegt Tom Waits

(maar ja die zegt zoveel. zei hij ook niet ooit dat de realiteit er is voor mensen die drugs niet aankunnen? wat ik wel een goeje vond. niet dat ik drugsgebruik nu zo per se gepropageerd wil zien. maar ik vond het een moje omkering van het eeuwige kliesjee dat aldiegenen die “de realiteit” niet aankunnen “vluchten” in drugs (of alkool, voor die materie). wat is er zo geweldig aan “de realiteit” dat je haar zou moeten “aankunnen”? wanneer heeft het saje, dagdagelijkse, grauwe, al-te-werkelijke toch die niet te betwisten voorrang gekregen boven alles wat het bevattingsvermogen te boven gaat, wat oncategoriseerbaar is, geen naam heeft? de beperkten zijn diegenen die geloven aan slechts één juistheid, één werkelijkheid, één zienswijze, één grond. waar je dan met beide voeten op moet staan. ja. met beidjes je voetjes. niet eens één of alleen je grote teen)

Zegt Tom Waits

(vertrouwensvol zingt, drie keer rond, je ogen fladderen, totdat je iemand anders vindt, daar waar je leeft, elektrieke verbindingen, knallend als een zweep, hoe kan dit werken, hoe pas je hier in, schrijf je eigen bijbel, sla je eigen zelf in elkaar, brand tot je as bent, snij je goede oor af, en breng wat je ziet dichter bij mij, ik zal nooit ook maar een beetje anders voelen)

Zegt Tom Waits

(avond en de gordijnen nog open. avond, en het keukenraam nog open) (middag, en koffie in mijn kop, en Take care to fall van Drekka in mijn cdspeler) (of avond en toen was het Dalmak van Esmerine geloof ik, en cava in mijn glas) (en toen die keer dat Sabine een fles cava had gevonden in haar klerenkast) (sabine sabine ik zag u echt oprecht heel erg graag) (en hef de hemel op)

Goed. Zegt Tom Waits dus dat muziek moet klinken alsof het via het keukenraam van de buren uw huis in gewaaid komt. Of zoiets toch. Zei hij ooit. En daar komt The Red Turtle van Remy. (ja die punt moet geloof ik) mijn huis ingevlogen. Niet via het keukenraam. Maar gewoon door de brievenbus. Niet door de buren. Maar door de postbode (hee vakbroeder!). En ik doe dit niet vaak, mensen, ik doe dit gaat niet vaak, maar almeteens scheurde in de envelop open. Bekeek de plaat. Las de bio. Het moest een alternatieve soundtrack zijn voor de reeds lang verschenen gelijknamige film. En ik dacht oei. Ik heb weinig op, heel erg weinig op met film. En dan die “alternatieve soundtracks”, of die muziekjes voor nooit verschenen films, of filmische muziek als zodanig – ik ken dat allemaal wel. Ik ken dat wel. Ik ken dat veel te goed. En ook las ik dat The Red Turtle een harp-soloalbum is en ik dacht oei. Ik dacht aan Joanna Newsom (heette die nou wel zo eigenlijk?), aan de idee van Waits van mjoeziek door het keukenraam en aan die vrouw van weleer, ooit op een van mijn postrondes. De harp als solo-instrument, dat werkte toch niet?

Remy van Kesteren The Red Turtle Recensie

Ik zou haast zeggen “met gemengde gevoelens” als ik niet zo het land had aan de idee dat het klaarblijkelijk opmerkelijk genoeg is om te vermelden dat niet al je gevoelens dezelfde kant op wijzen – en dus zeg ik maar “met de moed der wanhoop” (het is zoveel  moediger te wanhopen dan te hopen, ommers) legde ik The Red Turtle op.

En.

O.

God.

O God. Genageld. Ik stond. Aan vloer. De pracht. O de alles stoppende alles stilleggende pracht. Die het eerste liedje was. amber. Zo heette dat liedje. Noem het neoklassiek ofzo. Noem het minimaal. Noem het voor mijn part jazz, maar dan wel ene jazz zoals we die van Park Jiha gewoon zijn (o en zoek Remy. gerust ook in die hoek, de hoek der verstilden, de hoek der onklasseerbaren, de hoek der prachtigen). En ge moogt veel meer ook, ge moogt dit van mijn part ook “verstilde folk” noemen ofzo. Dat moogt ge allemaal. Zolang u uw bakkes maar toe doet, zodat ik in alle rust kan luisteren naar The Red Turtle.

Want dit is er één. Een plaat voor de stilte. Een plaat voor het geluid. Een plaat voor de beweging. Een plaat voor het hagen van het onbehagen. Een plaat voor de bladeren. Een plaat voor het openstaande keukenraam. Een plaat voor de roodwijn. Een plaat voor de avond. Een plaat voor de nacht. Een plaat voor de ochtend. Een plaat voor het liggen op je vloer & een plaat voor het zitten op je plafond. Een plaat voor de whisky. Een plaat voor de koffij. Een plaat voor het niet. Een plaat voor het al. Een plaat voor de peins. Een plaat voor de voel. Een plaat voor het trappen. Een plaat voor blijven waar je bent. Een plaat voor de wolken. Een plaat voor de schemerschijn. Een plaat voor de traagte. Een plaat voor de straat als een deken. Een plaat voor het ademen mee. Een plaat voor dronken van mjoeziek. Een plaat voor de randen van je slaap. Een plaat voor mijn vader (toen hij nog leefde, en we in de auto zaten, en we zwijgend reden doorheen de nacht). Een plaat voor mijn moeder (toen ze nog leefde, en we alleen waren, en in de keuken een langzaam maal kookten). Een plaat voor het tasten. Een plaat voor de regen in mijn achtertuin. Een plaat voor Dregke. Een plaat voor t Schrijverken. Een plaat voor langzaamaan vervlochten raken. Een plaat voor het staan. Een plaat voor het genageld staan. Een plaat voor even niks kunnen zeggen even niks kunnen denken, alleen staan. Alleen genageld staan.

Een plaat die moet. Een plaat die spreken moet, ook als hij zwijgen moet. Een plaat die maakt wat alleen in muziek gemaakt kan worden (om te variëren op een gedacht van Paul Neuhuys). Een plaat in het licht, het licht dat doorheen mijn raam valt als het ochtend is en ik voor mijn boekenkast sta en denk o hoe hou ik van dat licht.

En ineens vat ik ‘m, monneer Waits. Die van dat keukenraam, en de mjoeziek van de buren. Dan ging niet over hinderlijke boenkeboenkeboenke die ongewenst uw keukenraam binnendringt. Dat ging over ongrijpbaarheid. Over oningelijstheid. Als de klanken van The Red Turtle die zich bijna oplossen in de omringende lucht om als ragfijne druppeltjes te kondenseren op je gezicht.

Ik denk aan die moje vrouw van weleer, en de harpklanken die zij doorheen heur keukenraam naar mijn oren zond. Dat tijdeloze. Ik heb de harp van Remy. gehoord en ik weet niet of het een flard was of mijn halve leven, want ik was daar waar tijd noch plaats er toe doen. Dus nu de dag me afgrenst, zwijg ik en zet ik punt.

Remy van Kesteren The Red Turtle RecensieInformatie over The Red Turtle

  • Volledige titel: An Alternative Soundtrack to the Motion Picture The Red Turtle
  • Artiest: Remy van Kesteren (Nederland)
  • Label: Snowstar Records
  • Verschenen: 30  oktober 2020
  • Drager: CD / LP 

Bijpassende muziek en informatie

 

I Am Oak – Omosis LP Recensie

I Am Oak LP recensie en informatie over het nieuwe album, inclusief nummer en tracklist. In september 2019 verscheen de nieuwe LP van de Nederlandse folk band I Am Oak. Op deze pagina kun je de bijzondere bespreking van het album lezen, geschreven door Tim Donker.

I Am Oak Omosis LP Recensie van Tim Donker

I Am Oak – Omosis LP Informatie

    • Titel: Omosis
    • Band: I Am Oak (Nederland)
    • Muziek: folk, pop
    • Soort album: studio LP
    • Label: Snowstar Records
    • Verschenen: september 2019
    • Totale tijdsduur: 42:01
    • Dragers: CD / Vinyl LP

 

Omosis Nummers en Tracklist

  1. The Shore (4:41)
  2. Between Worlds (3:21)
  3. Hidden Cove (3:30)
  4. Tundra (2:59)
  5. Swells (3:12)
  6. Kamikochi (3:33)
  7. Cold Heath (4:01)
  8. Stranger (3:32)
  9. Wild Fern(3:34)
  10. Will I Wake (2:58)
  11. Wondrous Way (6:40)

Beluisteren via Spotify


I Am Oak Omosis LP Recensie

Recensie van:  Tim Donker

(luisterde ik naar Osmosis van I Am Oak)

(luisterde hij naar Osmosis van I Am Oak) (en dit zijn allemaal mensen. en ze kijken uit hun ogen)

(later zou het te laat zijn)

(later was het schromelijk) / (schromelijk was het later)

(of in kamertje zitten en je aandacht overal behalve daar en het liefst was je weg van hier)

(of op een zaal in het hospitaal)

(of op een zaal in het hospitaal)

(of op een zaal in het hospitaal)

(vlerkman, badkamervrouw)

(op de dag dat de badkamervrouw geopereerd moest worden kwam vlerkman via de tuin zijn huis in en luisterde hij)

(al bijna half die tekst klaar maar we moesten anna halen)

(ze probleem in mij is mij)

(ze mij is in ze probleem)

(in ze mood en in ze pannetje)

(wat een manier om dood te gaan) / (wat een manier om te leven): (vervagen)

(vervagen in jou. vreemd dat je dat nooit geweten hebt)

(nu)

(de elementen zij zijn overhoop gesmeten)

(geluid)

(zegt)

(spiegelgeluiden)

(zegt vlerkman: kom. kom, zegt vlerkman. kom en zie. zegt vlerkman kom en zie & zie de badkamervrouw en haar bloedmooie gezicht als ze ligt. als ze ligt op een zaal. als ze ligt op een zaal in het hospitaal, en is dat nu? vraagt zich af vlerkman. vraagt vlerkman zich af)

(wat is nu)

(&)

(& nu samen in de badkamer zijn mijn zoon en ik. het is zijn bedtijd en ik wil zijn tanden poetsen maar hij moet poepen en ik sta daar maar met die tandenborstel in de hand, en hij zit, op weesee en dan)

(soms loopt vlerkman op straat en kijkt al lopende langdurig verliefd naar de foto van de badkamervrouw in zijn telefoon en soms nee meestal nee altijd loopt hij dan vroeger of later met zijn kop tegen een paal)

(dan)

(zegt)

(kunnen we nu niet doodgaan?, sprak toen op de heuvel de badkamervrouw)

(sprak toen op de heuvel de badkamervrouw)

(maar nu)

(spreekt en zegt)

(vangt de zoon vanop de weesee ten spreken aan)

(hij poept)

(hij poept en zegt)

(stil nu. als de zoon spreekt moet het stil zijn. als de zoon spreekt is het stil)

(hij vangt poepend ten spreken aan en zegt: stel je een getallenlijn voor. stel je een getallenlijn voor en de toekomst is honderd en het verleden is nul dan is het heden vijftig. zegt hij. zegt hij allemaal mijn poepende zesjarige wonderschone zoon)

(denkt vlerkman, ik schrijf weg die honderd ik schrijf weg die vijftig, ik schrijf hier die nul)

(kan nu niet nul gaan?)

(de val. en zo te landen): (de val en zo te landen het nachtterrein)

(& de ogen zijn droog)

(schrijft vlerkman, schrijft vlek weg de honderd en de vijftig, schrijft hij hier de nul, schrijft hij de dagen van weleer de temp van tempo doeloe, schrijft hij hier, schrijft in zijn armen de badkamervrouw (vlerkman houdt echt wel heel erg veel van de badkamervrouw), ze dansen een traagdans, ze dansen traag op iets met viool en zang en het spreekt en het zegt en het zingt drink drink drink met mij in het huis dat we zo liefdevol gevuld hebben)

(in het woud gaat de wind om)

(ik dacht aan dagen)

(op de dag dat de lucht loodgrijzer was nog dan loodgrijs kwam ik via de tuin mijn huis in en luisterde ik)

(zal ik ontwaken in een tijd)

(op de dag dat)

(denkt vlerkman waarom nemen we niet gewoon de trein, de badkamervrouw en ik, en we gaan en we vestigen ons in een blokhut in Llanera ofzo)

(of in Bari misschien)

(of in Obaba misschien)

(of in Slovenië misschien)

(vlerkman houdt echt wel heel erg veel van de badkamervrouw)

(op de dag dat de nul scheef stond kwam ik via mijn tuin het huis in en luisterde ik)

(op de dag dat de badkamervrouw geopereerd moest worden kwam vlerkman via de tuin zijn huis in en luisterde hij)

(op de dag dat de lucht loodgrijzer was nog dan loodgrijs kwam ik via de tuin mijn huis in en luisterde ik)

(op de dag dat de badkamervrouw 46 werd kwam vlerkman via de tuin zijn huis in en luisterde ik)

(op de dag dat om kwart over negen in de ochtend iemand me zei je letters vallen thuis bij mij kwam ik via de tuin mijn huis in en luisterde ik)

(op de dag dat ze zich voor goed en eeuwig vestigden in Llanera of Bari of Obaba of Slovenië kwamen Vlerkman en de Badkamervrouw via de voordeur hun blokhut in en luisterden zij)

(luisterde ik naar Osmosis van I Am Oak)

(luisterde hij naar Osmosis van I Am Oak)

(luisterde ik naar Osmosis van I Am Oak)

(luisterden zij naar Osmosis van I Am Oak)

En die dag was alles goed.


Recensie van Tim Donker